Anneke Staals was achttien toen ze voor het eerst versteld stond van een goede combinatie tussen een wijn en een gerecht. Kennis over wijn had ze niet, tot dan zei ze zelfs  wijn niet lekker te vinden. Wat gebeurde was dat Anneke bij de lokale Italiaan een goed glas Pinot Grigio kreeg, ze weet niet meer precies bij welk gerecht, maar herinnert zich nog wel nog wel  ‘de verbazing en het plezier van die ontdekking’. Al vanaf haar eerste baantje was Anneke werkzaam in de horeca en bleef dit ook na haar studie en zwangerschap met veel passie en plezier doen, bij Café Samson te Nijmegen. ‘Nog steeds één van de beste café s van Nederland, met Frits Cleijne als ongeëvenaarde kastelein.’ Ze kreeg er de kans om haar groeiende interesse in wijn verder uit te breiden en uiteindelijk het Wijnbrevet te halen. Later heeft ze ook StiBON afgerond, tot internationaal gediplomeerd biersommelier. ‘Eind 2016 vond ik het de hoogste tijd om achter de bar uit te komen en mijn drankkennis in te zetten in de retail.’ Sindsdien is Anneke in dienst bij Mitra Drankenspeciaalzaken als category manager wijn & aperitieven. ‘Bij Mitra is wijn een verhaal, en niet alleen een druivensoort uit een bepaald land. Vertel het verhaal achter de wijn, laat kennis maken met het wijnhuis of de streek, en laat proeven. Omdat de schappen ingedeeld zijn op smaak, en ook op de schaplabels de beste culinaire opties gegeven worden is het voor iedereen mogelijk om een goede wijn-spijscombinatie te maken.’ Over haar favoriete combinatie vertelt Anneke het volgende. Er zijn uiteraard combinaties die je bijblijven, zoals een Muscadet Sèvre et Maine bij gegrilde, zeeverse coquilles, genoten bij de visafslag in Deauville. Of witte Lagrima Port bij blauwe kaas. Maar om in het 13e-eeuws kasteel van Preignes le Vieux een tartaar van tonijn geserveerd te krijgen met daarbij de Aurélie Vic Limoux is er óók een om niet te vergeten. Aurélie Vic is niet alleen een geweldige oenoloog, maar bovendien een fantastische gastvrouw. Voor ons bezoek had ze naar eigen zeggen een ‘simpele lunch’ voorbereid. De tartaar werd prachtig opgediend en was perfect op smaak, en de licht gekoelde Limoux onderstreepte de zilte tonijn, terwijl de vis de complexiteit van de wijn heel mooi tot zijn recht deed komen. Een combinatie die je bij elke slok en elke hap deed denken: één en één is wel degelijk drie!

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 



BILBAO
BIEDT MEER DAN GUGGENHEIM

 Het laatste grote museum dat in de twintigste eeuw verrees, is het Guggenheim Bilbao Museo. Niet alleen werd dit spectaculair vormgegeven door Frank O. Gehry, maar bij de bouw paste deze Canadese architect op briljante wijze veel technisch vernuft toe. De golvende vormen werden gerealiseerd met o.a. kalksteen, speciaal behandeld glas en titanium. Rond een 55 meter hoog atrium beschikt het museum over twintig goed verlichte galerieën met een gezamenlijk oppervlak van 11.000 vierkante meter. Het complex kreeg als locatie een voormalig fabrieksterrein schuin onder de hoge Puente de la Salve, de belangrijkste brug over de Río de Bilbao. Dankzij het in oktober 1997 geopende Guggenheim (zie de rubriek ‘Galerie & Musea’) kreeg Bilbao een nieuw elan – en is sindsdien een cultuurbestemming. Tegelijk werd de enorme hond van bloemen (de ‘Puppy’) die Jeff Koons bij de hoofdingang plaatste door de inwoners graag geadopteerd, en dichter bij de rivier vormt de daar staande metalen reuzespin (‘Maman’) van Louise Bourgeois een geliefde achtergrond voor familiefoto’s. Vanaf museumterrassen en vanuit het museum zelf is er uitzicht op o.a. de statige Duesto Universiteit aan  de overkant, een imposant gebouw dat in 1886 verrees (rechts). En bij het museum begint de Paseo de la Memoria, een gebogen park dat de rivierkade volgt en waarin eigentijdse kunstwerken werden geplaatst, waaronder een van Salvador Dalí. Boven boven het park rijst de Iberdrola toren uit, een 165 meter hoge, slim-duurzame wolkenkrabber van de Argentijnse architect Cesar Pelli. Het park komt uit bij een modern, opvallend vormgegeven shoppingcentrum, Zubiarte. En daar weer achter ligt het historische, Engels gestijlde Parque de Doña Casilda met zijn fonteinen, eendenvijver en kindervertier. Op zijn beurt grenst dit aan het Museo Marítimo de Bilbao waar op allerlei manieren de banden in beeld worden gebracht die Bilbao al sinds mensenheugenis met de nabije zee heeft, o.m. via een oude scheepswerf. Met de komst van het Guggenheim werd een complete facelift van Bilbao in gang gezet, dit mede dankzij hulp van de Europese Unie. De haven kreeg een andere locatie, dichter bij de kust, en architecten ontvingen zowel opdrachten voor het renoveren van gebouwen als het creëren van o.m. een voetgangersbrug en glazen metro-ingangen. Zo ging Philippe Starck aan de slag met de uit 1905 daterende, voormalige wijnopslagplaats Alhóndiga ofwel Azkuna Zentroa (links), in de hal waarvan hij 43 veelal kleurige kunstzuilen plaatste van Lorenzo Baraldi. Via deze pilaren wordt de geschiedenis van de mensheid symbolisch verteld. Tegenwoordig is het stadscentrum sterk cultureel getint, en telt ook talrijke restaurants. De Franse architect Starck tekent eveneens voor het Grand Hotel Domine dat een fantastisch atrium kreeg en design ligbaden, tegenover het Guggenheim.
Hoewel Bilbao een groot net van buslijnen heeft, alsmede een metro, kun je vrijwel alle bezienswaardigheden te voet bereiken. Natuurlijk wel op voorwaarde dat er gelogeerd wordt in een centraal gelegen hotel. Een aanbeveling verdient de Bilbao Art Lodge die beschikt over een zestal rustige, comfortabele kamers. De kleine staf is buitengewoon vriendelijk en verstrekt desgewenst allerlei goede tips, zoals voor restaurants. Vanuit het in 2016 geopende, op een eerste etage gelegen etablissement loop je in minder dan tien minuten naar het centrale Plaza Moyúa waar de snelbus van de luchthaven arriveert (KLM vliegt rechtstreeks). Aan het ronde plein prijkt het Palacio Chávarri dat in neo-Vlaamse stijl werd gebouwd en waarvan alle vensters verschillende zijn. Er schuin tegenover heeft het Carlton Hotel een meesterlijke lobbykoepel van glas in lood (links). Even verderop, langs de Alameda Recalde, een van de acht straten die uitkomen op het plein, kan het modernistische, witte Casa Montero (rechts) van buiten worden bewonderd; het doet een beetje denken aan een ontwerp van Gaudí. Meer prestigieuze panden flankeren de Gran Vía met zijn winkels (o.m. El Corte Inglés), banken en kantoorgebouwen. Het mooiste pand is het laat 19e-eeuwse Provinciehuis waarvan de hoge gevel rijk gedecoreerd werd in classicistische stijl, en dat tevens een pracht en praal interieur heeft met zelfs een troonzaal. Af en toe loont het de moeite om al wandelend naar boven te kijken, want sommige balkons in Bilbao hebben tegeltableaus aan de onderkant. Een leuk, sfeervol parkje, twee straten vanaf het oosteinde van de Gran Vía, is Jardines de Albia (panoramafoto onderaan) dat behalve een standbeeld ook bloemperken heeft. Het ligt naast een oude (1159) gotische kerk, de San Vicente Martír.
Wie de Gran Vía helemaal uitloopt in oostelijke richting, moet vanaf de rivierbrug even rechts achterom kijken naar het Concordia station. De heeft namelijk een fraai modernistische gevel uit 1902. Eenmaal de brug over arriveer je op het driehoekige Plaza del Arenal  BA9 met links de barokke, meer dan 350 jaar oude San Nicolás de Bari kerk en rechts het neob arokketheater Arriaga uit 1890 waarin ook opera’s worden uitgevoerd. Vanaf het plein loop de je Casco Viejo binnen, de Oude Wijk. Waarin enkele smalle straatjes voeren naar het Plaza Nueva, een door galerijen omsloten, rechthoekig plein dat onderkomen biedt aan alle mogelijke eet- en drinkgelegenheden. Waaronder het alom  geprezen, toeristische Victor Montes met zijn spiegelzalen en traditionele geklede obers, en het erbij vlakbij gelegen Café-Bar Bilbao dat vooral bij lokalen populair is. Elders in het wijkje wordt via twintigduizend voorwerpen de geschiedenis van Baskenland get oond in het Museo Vasco. Ook de van oorsprong 15e-eeuwse gotische kathedraal Santiago verdient een bezoek, alleen al vanwege zijn religieuze kunstwerken (foto), spinnenwebachtige zolderingen en kleine kloostergang.  Drie van de zeven straatjes die het oude stadshart vormen komen uit de Mercado de la Ribera, een in 1929 gebouwde, overdekte, met glas-in-lood ramen versie rde markthal die de grootste is van heel Europa – en een soort paradijs voor gastronomen. Naast marktstallen zijn er talrijke gastrobars en ander eet- en drinktentjes gevestigd waar de lekkere trek en dorst op alle mogelijke manieren kunnen worden gestild en gelest.  In de Enoteca van het befaamde Rioja-huis Cune bijvoorbeeld. Bilbao is sowieso een stad waar het goede leven volop wordt gevoerd. Overal zijn cafés, bars, brasserieën en restaurants gevestigd waar  pintxos (regional tapasvarianten op brood), complete maaltijden en drankjes aangenaam kunnen worden genuttigd, denk met name aan de frisse, lichte Baskische Txakoli (zie ook ‘Aanbevolen restaurants’). Deze verkwikkende zeefruit- en viswijn kost  meestal weinig: in La Machine (Calle Euscalduna, vlakbij de Art Lodge; foto vanaf de bar) betaalden we 1,75 per glas. Mocht er tijd over zijn, neem dan de metro voor een ongeveer twintig minuten durende rit naar Getxo (halte Areeta), een kustplaats lands de monding van de Río de Bilbao. Door vanaf het metrostation de Calle Mayor te volgen kom je bij een soort metalen  wereldwonder, de Bizkaia brug. Dit is de oudste hang- en shuttlebrug ter wereld, 63 meter hoog en 160 meter breed. Het gevaarte verrees in 1893. Richting kust staat een opvallend monument  gewijd aan de havenarchitect Churruca. Het toont stoere mannen in brons die het gevecht tegen de zee symboliseren. En erachter loopt een beboomde wandelpier. Pal langs de kunst bouwden havenbaronnen, reders en handelaren hele grote, soms paleisachtige panden. Het pad erlangs komt na een kilometer of twee uit bij een pier met daarop het Getxo Aquarium. Weer een à twee kilometer wandelen, en je arriveert in de oude vissershaven waarvan witte woningen tegen hellingen werden gebouwd. Terug naar Bilbao kan vanaf metrohalte Algorta. Maar natuurlijk niet na eerst, bij Bikain, even voor het station, een glas Txakoli en enkele pintxos te hebben gebruikt.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

SCHILDERIJ VAN DE MAAND
Dit primitiefje toont schaatspret in mijn Abcoude, een paar decennia geleden. Toen er door jong en oud geschaatst werd op de gracht rond het plaatselijke fort. Het gebouwtje staat er nog steeds, maar heeft nu van buiten een andere kleur. Tijdens het visseizoen zijn gehandicapte vissers er welkom, er wordt wekelijks op vrijdagavond gebridget en soms vinden er exposities plaats van lokale en regionale kunstenaars.
www.vinpressionist.com

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 Gedistilleerde dauw en honing
Van de duizenden wijnen die ik in de afgelopen vijftig jaar te proeven kreeg, heeft er een zo veel indruk gemaakt dat ik zijn geur en smaak nog steeds kan beschrijven. Deze donkerrode wijn rook naar viooltjes en gaf in de mond impressies van onder andere rijp fruit, charme en verfijning. Het was de eerste grote wijn die ik in mijn leven dronk, Château Branaire-Ducru 1959. Ik had de fles voor mijn verjaardag gekregen van mijn vrouw, in februari 1966, en wij dronken hem een paar dagen later samen op. Voordien was in huize Duijker alleen Pinard geschonken (wij hebben nog steeds enkele van de gratis glaasjes), afgewisseld door Moselblümchen, Rosé d’Anjou of ander heel goedkoop spul.

HET ARCHIEF SPREEKT

Dankzij die ene bijzondere fles, een Bordeaux uit Saint-Julien, begreep ik ineens waarom mensen lyrisch konden zijn over wijn. Bovendien werd duidelijk waarom mensen konden schrijven over wijn. En ziedaar, ruim drie jaar later zette ik zelf mijn eerste wijnartikel op papier. Sinds ik wijnschrijver (pardon, vinpressionist) ben, heb ik het voorrecht gehad om heel wat andere, wondermooie wijnen te proeven. Waaronder Château d’Yquem, de ultieme Sauternes. Bij herhaling is dat op het wijngoed zelf geweest. Zo zit in mijn archief het menu van een daar genoten lunch., in mei 1986. Op de wit gedekte tafel lag serviesgoed met een gouden rand, de wanden hingen vol met schilderijen, litho’s en etsen en in de grote schouw brandde haardvuur. Ik zat naast de toenmalige eigenaar, graaf Alexandre de Lur Saluces (niet altijd zo serieus kijkend als op de toen gemaakte foto). Na eerst tongfilets en eend met perzik verscheen Château d’Yquem bij de kaas. Geen willekeurige jaargang, maar de fabuleuze, legendarische 1967. Deze zoete zaligheid bood een heel register aan schakeringen, waaronder honing, abrikozen, ananas en jasmijn. Ik kon me voorstellen waarom de Engels-Franse wijnauteur André Simon de wijn van d’Yquem eens beschreef als ‘gedistilleerde dauw en honing” met de geur van alle verse, wilde veldbloemen die de dageraad begroeten’.


Ik vroeg de graaf nog waarbij hij zélf zijn wijn het liefst dronk. Na even te hebben nagedacht luidde zijn antwoord ‘Bij alles behalve het dessert, want de meest nagerechten zijn voor mijn wijn te suikerig’. Jaren later ben ik op het – majestueus op een heuvel tronende – château nog terug geweest, met een tv-ploeg onder leiding van de grote regisseur Nico Hiltrop. Dit met als doel de graaf te interviewen voor het programma WijnWereld. De opnamen verliepen moeilijk. Want tijdens het interview buiten begon een grote hond keihard te blaffen en blééf ook blaffen. Wat een tweede viervoeter aanleiding gaf om datzelfde te doen. Bedrijfsleider Pierre Meslier (die zelf een eminente Sauternes maakte op Château Raymond-Lafon) probeerde beide beesten naar binnen te krijgen, tevergeefs. Uiteindelijk hield zijn vrouw ze een enorme lap vlees voor, waarschijnlijk de biefstuk van het avondmaal. Waarna het blaffen veranderde in smakken. Spijtig genoeg voor de filmploeg – ik had ze in ons busje lekker gemaakt – werd de sublieme Sauternes toen niet met gulle hand geschonken. Als kleine troost kon ik achteraf wel vertellen dat tijdens een eerder bezoek, voor De Goede Wijnen van Bordeaux, het minirestje wijn uit mijn proefglas werd terug gegoten in de fles, zo zuinig was het bezoekersbeleid.

Zie de rubriek Het archief spreekt voor nog een stuk of 25 geschreven herinneringen.

 

Een enorme hagelbui in juni 2010 verwoestte bijna de gehele druivenoogst van wijnbouwer Stefan Kuntz te Mörzheim in het Duitse wijnbouwgebied Pfalz. Van wat was overgebleven aan witte druiven – restjes muskateller, riesling, scheurebe, chardonnay, weissburgunder en silvaner – maakte Stefan Kuntz één wijn en noemde deze Cuvée Katastrophe. Aldus de toelichting van verzamelaar Bert Wentzel, jokebertwentzel@gmail.com, die dit rampetiket selecteerde uit zijn grote collectie.

 

.

.

.

.

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website en dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.