JUBILEUM IN DE WIJN
Deze maand is het vijftig jaar geleden dat ik ’s lands eerste fulltime wijnschrijver werd. Wat aanleiding was voor Charlotte van Zummeren om een aardig artikel op haar gave, feitenrijke website www.winebusiness.nl te plaatsen. Je kunt het alsnog lezen via deze link https://winebusiness.nl/hubrecht-duijker-50-jaar-fulltime-in-de-wijn/.
Ook de onvolprezen weekkrant De Groene Venen besteedde binnen gemeente De Ronde Venen ruim aandacht aan mijn halve eeuw fulltime in de wijn, via een artikel van hoofdredacteur Rob Isaacs, zie de foto.
Last but nu least heeft op initiatief van de immer creatief actieve Wietze Snaak (Jos Beeres Wijnkoperij) de regisseur-en-meer Jan Priester samen met de grote inspreker Marcel de Vries een kort, maar beeldenrijk filmpje gemaakt over de vijftigjarige carrière van een zekere vinpressionist. Het ruim twee minuten durende filmpje werd eerder uitgezonden in Business Class – tot mijn grote verrassing overigens, ik wist van niets – en je kunt het downloaden via deze link: https://we.tl/t-6wzMp3sNao.
*****
PRACHT UIT PIEMONTE…
…werd naar Abcoude gebracht door Annalisa Palluda. Zij behoort tot de grote familie 

Een attractieve rode is de Dina 2022, een koel te drinken, ferme Barbera d’Alba die op frisse, sappige wijze smaakt naar vooral besfruit (€12,50). Die iets zachtere, tikje mildere Cescu 2022, een eveneens bessige Dolcetto d’Alba, beveelt Annalisa aan bij champignons, maar ik zie ‘m ook helemaal zitten bij lasagne (€12,15).
Een zestal wijnen van de nebbiolo volgde. Allemaal niet heel diep van kleur, da’s nou eenmaal de nebbiolo (net als de pinot noir), en allemaal ten dele of geheel opgevoed in eiken vaten en/of foeders. Mijn favoriet was de gespierde, nog frisheid bezittende en toch redelijk rijpe Sudisfá 2020, een markante 
Verkooppunten zijn aan te vragen bij importeur www.monnik-dranken.nl.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
DEVENTER VERKEND
Om het maar meteen duidelijk te maken: Deventer is méér dan zijn koek. Hoe beroemd die ook mag zijn – en 


De stad Deventer ontleent zijn naam aan de Engelse missionaris Lebuinus die rond 770 naar het gebied rond de IJssel kwam om de heidense Saksen te bekeren. Op een van de dekzandruggen, 









Voor het volgende deel van de verkenning kuieren we terug naar de Brink, om aan de westzijde van het Waaggebouw de Kleine Overstraat in te gaan, een gezellig straatje met leuke winkels en enkele 



~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
SCHILDERIJ VAN DE MAAND
Voor deze wintermaand heb ik echt een winters tafereel gekozen. Namelijk een hert met gewei tegen een achtergrond van ijzige, deels witte vensters. Als ‘schets’ diende een hele kleine foto uit een Amerikaans tijdschrift. En als techniek werden voornamelijk pastelkrijt en -potlood gebruikt. Meer details over dit Geweid winterbeeld vind je bij Dieren op www.vinpressionist.com.
MEMORABELE MAALTIJDEN (16)
Genoten door Hubrecht Duijker
Frequent heb ik Bordeaux bezocht, meestal ter voorbereiding van een nieuw boek of om een bestaand werk te actualiseren. Het waren trips die meestal weken duurden. Aangezien de streek enkele duizenden châteaus kent – variërend van boerenhoeve tot imposant kasteel – lukte het bij herhaling om op een daarvan onderdak te vinden. Zo ook gedurende de zomer van 1980 op Château de Marbuzet in Saint-Estèphe. Voor niet alleen mijzelf, maar ook voor mijn vrouw Julie en onze twee jonge kinderen, Patrick en Melanie. Overdag ging ik 
Van buiten ziet Château de Marbuzet er schitterend uit. Met name de door pilaren geflankeerde entree oogt indrukwekkend en doet denken aan die van het Witte Huis in Washington. Het kasteeltje werd gebouwd door een wijnhandelaar voor diens maîtresse, een operazangeres. Maar om én een vedette én een wijnchâteau te onderhouden, bleek zelfs voor deze welgestelde man te veel. Hij ging failliet, net als zijn relatie. De Marbuzet werd overgenomen door de gebroeders Prats. Die er niet woonden, dat deden ze in de stad Bordeaux, en het alleen gebruikten voor ontvangsten. En voor het maken van wijn. Tijdens ons verblijf waren de salons dan ook gesloten, en werd vooral in de keuken geleefd. Deze bevindt zich gelijkvloers, onder de woonverdieping. In de keuken regeerde Simone, een kleine, bescheiden vrouw van in de zestig. Zij was de huishoudster, en haar man verzorgde al achttien jaar het grote park. Bij galadiners – waarvoor zij kookte – trok hij een witte jas en dito handschoenen aan; de tuinman werd tafeldienaar.
Toen ik op een late namiddag terugkwam was alles op Château de Marbuzet in rep en roer. In de kelder had een stagiair namelijk met een apparaat tegen een opslagtank gestoten. Waarna binnen enkele minuten 13.000 liter wijn de goot in stroomde. Tot overmaat van ramp was het niet de wijn van Château de Marbuzet – die overigens buitengewoon plezierig smaakt – maar die van Cos d‘Estournel, een wereldberoemde cru classé, toen ook eigendom van de familie Prats. Wijn bovendien die al op voorintekening was verkocht. Totale schade: driehonderdduizend gulden. Dit soort zaken doen je beseffen dat het niet allemaal rozengeur en maneschijn is op een wijnchâteau. Een ongelukje kan je hele jaarwinst doen vervliegen. In diezelfde tijd hoorde ik van een domein waar de werklieden te veel zwavel in een spuitmiddel hadden gebruikt, waardoor hele druivenplanten waren weggebrand. En wat te denken van de kosten om een château te onderhouden, alleen voor en enkele ontvangsten per jaar? De buitenwacht ziet alleen de glitter, maar ik heb in Bordeaux wijnbouwers ontmoet die hun wijnen en hun gasten een eersteklas verzorging gaven, maar zelf woonden in oude troep.
Nadat ik een keer op zeer Hollandse wijze geluncht had – stokbrood, kaas, water – ging in het kasteel de telefoon. “C’est pour vous, monsieur Duuikèr”, riep Simone. Ik kreeg een wat geïrriteerde château-eigenaar aan de lijn. Waar blijft u, het is al bijna één uur, en ons hele gezin zit op u te wachten voor het déjeuner.’ Hier was sprake van een groot misverstand. De man had me uitgenodigd, maar ik wist zeker dat ik zijn invitatie had geweigerd. Ik stond op het punt dat te zeggen, toen hij me vroeg: “Of hebt u soms al gegeten?” In dat ene zwakke moment zei ik ‘nee’. Mijn relatie met deze wijnmaker, Jean-Eugène Borie (rechts) van Château Ducru-Beaucaillou, een der besten uit de Médoc en erg aardig bovendien, was me te lief. Met als gevolg dat ik een kwartier later weer aan tafel zat, dit keer met op het bord achtereenvolgens een halve meloen, gevogeltepâté, gegrilde entrecôte, drie soorten groenten, twee soorten kaas, een zoet nagerecht en vijf soorten wijn. Het was allemaal heerlijk, maar Madame Borie vroeg wel bezorgd: ”Wat eet u toch weinig, voelt u zich wel goed?”
De leukste maaltijd op Château de Marbuzet zelf was de laatste. Simone, haar man, enkele anderen en ikzelf zouden er een waar feestdiner van maken. In de keuken uiteraard. Iedereen kocht of kookte wat. We begonnen met rauwe Bayonne-ham en schijven smakelijke tomaat uit de eigen moestuin en aangemaakt met een vinaigrette. Vervolgens arriveerden champignons à la Grecque, bereid door de zowaar niet ontslagen stagiair. Die had er de halve zondag aan gewerkt, volgens het recept van zijn grootmoeder. Het hoofdgerecht bestond uit twee enorme geroosterde maïskippen, van Simone’s eigen erf. Kaas, begeleid door de nog verrassend vitale 1921 van het château zelf, volgde en als dessert verscheen een sappige, verse perzik plus appeltaart, met de fijne Sauternes 1975 van Château Filhot. Aan het eind van de avond zat Simone met glimoogjes voldaan te genieten van haar tweede glas Sauternes. Gelijk een ware kasteelvrouw te midden van haar gasten.
Het feestmaal werd afgesloten met een vuurloos ‘vuurwerk’ van ons negenjarige zoontje Patrick. Die vanaf het kasteelbalkon en onder het imiteren van knalgeluiden allerlei voorwerpen de lucht in wierp, waaronder een zoevende zwemband, een emmertje zand, een parachuutje, een sigarenblikje met kiezelstenen, een set jeu de boules ballen en een handvol hagelhulzen. Simone wist niet wat ze zag, niemand trouwens, en stond bijkans gierend te lachen, met tranen in haar ogen.
BEAUJOLAIS IN BEELD (4)
Al ruim vijftig jaar heeft fotograaf Frank de Jongh druiven geplukt in de Beaujolais, en daar al die jaren inmiddels zo’n vijftigduizend foto’s gemaakt. Over de hier afgebeelde foto getiteld Casse-croûte schrijft hij: Druiven plukken is zwaar werk. s’ Morgens vroeg op de kar achter de tractor naar de wijngaard, vaak met een kater, de stilte is oorverdovend. Dan klinkt om 9:00 uur de verlossende kreet ‘Casse-croûte!’ Op een kar staan manden met stokbrood, kazen en worst, en een eerste glas wijn wordt genuttigd, zeer goed voor de moraal. Voldaan wordt het werk hervat, je hoort de eerste plukkers zingen. Met recht le meilleur moment! Voor meer info zie www.beaujolais50.com
***
FLATERS AAN TAFEL
Je zou het bijna een jeugdzonde kunnen noemen, mijn allesbehalve serieuze paperback Flaters aan tafel die ruim 35 jaar geleden verscheen bij de toen nog bestaande Mondria Uitgevers. Het boekje bevatte uit een verzameling blunders die bekende, minder bekende en volstrekt onbekende Nederlanders aan tafel maakten, thuis of in restaurants. De uitgave werd gegarneerd met knappe, cartoonachtige tekeningen van de briljante, internationaal bekroonde Bert Witte (1943-2012). Elke maand plaats ik een vrolijk en tegelijk ‘ongelukkig’ voorval in dit magazine; deze maand komt Boudewijn Büch aan het woord.
Dingen die je niet mag én kan zeggen tijdens het diner in een restaurant, zijn er vele. Zinnen die in geen geval mogen worden uitgesproken, zijn onder andere de volgende.
‘Toch maak ik thuis dit sausje lekkerder.’
‘Moet je eens proeven, Wim, volgens mij zit er een brandluchtje aan.’
‘Ik ben niet zo’n vismens.’ (En: Niet zo’n wildmens, roodvleesmens, rauwkostmens, etcetera.)

‘Heeft u ook frites?’ (De ober die terugsloeg met ‘Zonder of met, mijnheer?’ – ik maakte het ooit mee – was geniaal.)
‘Ik zit propvol.’
‘Ik heb ‘t niet meer.’
‘Ik plof bijna.’
‘Heeft iemand een Rennie?’ (Zie de tekening.)
‘Wat hebben we lekker zitten nassen.‘
‘Het is niet goedkoop, maar de porties waren dan ook héél behoorlijk.’
‘Zullen we eens opkrassen?’
Albanië was tot 1991 een zeer gesloten stalinistisch land, daarna echter weer een democratie en meer open. Er wordt al duizenden jaren wijn geproduceerd. Die van het afgebeelde etiket is gemaakt van de witte lokale debine druif, door de coöperatie van Gjirokaster in het zuiden van het land. Deze droge witte wijn bezit zachte zuren en smaakt meer kruidig dan fruitig. Aldus de toelichting van de grote etiketten verzamelaar Bert Wentzel (jokebertwentzel@gmail.com) die dit label selecteerde
uit zijn wereldomvattende collectie.
Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.











