***

’s Lands grootste wijnmakerij? Die staat in… Twente, bij het dorp Bentelo. Niet alleen worden daar de wijnen gemaakt van het domein Hof van Twente, maar ook van zo’n veertig(!) andere Nederlandse wijngaarden. Deze liggen verspreid over het hele land, tot in Limburg toe. Ongeveer 10 à 15 procent van alle Nederlandse wijn wordt hier vervaardigd. Het bedrijf heet Neerlands Wijnmakerij en werd in 2010 gesticht door Roelof en Ilse Visscher, in 2010, tien jaar nadat ze Hof van Twente waren begonnen.  De vele verschillende wijnen worden gemaakt onder leiding van de in Duitsland geschoolde zoon Mart, samen met meestal buitenlandse wijnstudenten en wijnmakers, een ervaren oenoloog (tevens mede-eigenaar voor enkele procenten), en natuurlijk vader Roelof. Hof van Twente zelf groeit en bloeit als nooit tevoren. De wijngaard telt momenteel 7,5 hectare, de wijnen winnen regelmatig medailles, ook in andere landen, en de variatie aan druivenrassen neemt gestaag toe. Er staat nu zelfs pinot noir aangeplant. Wat, zo verklaart Roelof, mogelijk is geworden vanwege het veranderende klimaat. Dat enerzijds het telen van meer druivenrassen mogelijk maakt, maar anderzijds het cultiveren van sommige variëteiten juist beperkt. Zo zal de overal in Nederland, ook in Twente, aanwezige solaris moeten verdwijnen. Ilse en Roelof maken bovendien mee dat de oogst steeds vroeger moet beginnen. Twee decennia geleden startte pluk pas in oktober, maar dit jaar reeds in augustus – en waren half oktober de meeste duiven al binnen. De Twente wijnbouwers zijn ook blij met het irrigatiesysteem  dat werd aangelegd in het verlengde van een watersproeisysteem (bedoeld om de druivenstokken tegen nachtvorst te beschermen). Het water dat de wortels eerder dit jaar ontvingen was de ook afgelopen paar jaar zeer welkom, gezien de perioden van grote droogte. Een andere ontwikkeling is die van een steeds grotere gastvrijheid. Zo werd naast de wijnwinkel en het wijnproeflokaal een groot terras aangelegd, met uitzicht over de druivenakker. Bezoekers zijn daar welkom om niet alleen wijnen te proeven, maar ook om kaas en andere hartigheden te gebruiken. Een witte wijn waarvan we hebben genoten, is dit jaar met goud bekroonde Twentewijn Solaris 2022 die een deel vatgisting ontving. Het is een sappige, goed frisse, zuivere wijn met lekker wat mild fruit van citrus plus hints van peer en tropisch, alsmede een vleugje vanille. Op het domein zelf kost hij €14,95. Een karaktervolle rode wijn is de Twentewijn Sueterie Rood Select 2020, een ferme vatgerijpte, donker ogende en donker smakende blend van voornamelijk pinotin en regent waarin ook zwoel zwart fruit waarneembaar is, een hint van kruidig hout en wat rokerigheid. Op de International Wine Challenge 2012 in Wenen won deze Twentse wildwijn een gouden medaille. Flesprijs ter plekke €16,95. Voor meer informatie zie www.twentewijn.nl – of breng gewoon een bezoek aan Bentelo.

 

 

***

DE BEAUJOLAIS IN BEELD (3)


In deze maand van de Beaujolais Nouveau heeft fotograaf Frank de Jong, die al vijftig jaar oogst én fotografeert in de Beaujolais, een foto geselecteerd die allesbehalve ‘nouveau’ is, want hij dateert van decennia geleden. Frank zelf schrijft het volgende. Albert Berry was een wijnboer uit La Chapelle de Guinchay die zich niets aantrok van de geldende normen. Hij woonde samen met zijn zuster Leontine in een oude boerderij waar ze vrijwel helemaal zelfvoorzienend leefden. Nadat de ‘ban des vendanges’ was aangekondigd, de dag dat de boeren mochten gaan plukken, begon hij steevast veertien dagen later. “Ze zijn nog niet rijp”.  Hij bezat 16 hectare Beaujolais Villages waarvan de wijn na 15 jaar nog heerlijk drinkbaar was. Op zijn 85ste zat hij nog op de tractor. Hij gebruikte nooit onkruidverdelgers. Ik heb kostbare uren met hem doorgebracht; hij was me zeer dierbaar… Voor meer info zie www.beaujolais50.com.

 

***

EEN DAG VOL
ART IN ARLES

 Arles is allang niet meer het ingeslapen stadje dat bekend werd dankzij Vincent van Gogh en diens verblijf aldaar, en waar het Romeinse amfitheater zo’n beetje de enige attractie was. Vandaag de dag kun je in Arles genieten van kunst, cultuur en een fenomenale architectuur: Valérie Meijs kent de stad op haar duimpje en neemt ons een dag mee op stap.
Arles, aan de poort van de Camargue, is met ruim vijftigduizend inwoners een van Frankrijks oudste steden, en heeft net als Nîmes en Marseille een roemrijk Romeins verleden. Doordat  de Camargue bij de gemeente hoort, is het bovendien qua oppervlakte een van de grootste Franse gemeenten. De stad is bij velen bekend vanwege Vincent van Gogh die er enkele jaren leefde en werkte, en ook Paul Gauguin verbleef in Arles, en samen schilderden ze, in 1888, een eigen impressie van het ‘Nachtcafé’. Het idee dat Arles nog altijd een ingeslapen stad binnen de Provence is, gaat tegenwoordig niet meer op. De afgelopen jaren maakte et historische en ietwat sobere Arles namelijk een aanzienlijke ontwikkeling door, en heeft tegenwoordig ook een culturele kant. Deze stad van het departement de Bouches-du-Rhône  werd zelfs een van de meest cultureel actieve steden van Zuid-Frankrijk. Tegenwoordig is het een bruisende stad op kleine schaal waar jong en oud graag vertoeven – en ideaal voor een uitstapje, het hele jaar door. Met bijvoorbeeld een bezoek aan een galerie en een museum (zoals de niet te missen Fondation Vincent van Gogh), aan de lokale streekmarkt, en aan een van de sfeervolle restaurants die de stad rijk is.
Ons recentste bezoek aan Arles vond plaats op een zaterdagochtend, want dan kun je een van de grootste markten van de Provence meepakken. De stad ligt op slechts twintig minuten rijden van onze woonplaats Saint-Étienne-du-Grès, een tout petit village naast het elegante Saint-Rémy-de-Provence. Arles lag vroeger aan de Romeinse heerweg, de Via Domitia, uit circa 100 voor Christus, die vanuit Italië naar Spanje liep. Deze weg loopt achter ons huis via Saint-Rémy-de-Provence en Beaucaire naar Arles, het is de Vieux Chemin d’Arles. De route naar Arles via de departementale wegen is op zichzelf niet heel bijzonder, maar eenmaal in Arles worden we door de Porte de la Cavalerie verwelkomd en zien we de prachtige platanen voor deze oude stadspoort. Vanuit hier loop je de stad binnen aan de kant van het treinstation.  Parkeren doen we steevast op deze plek, om zo onder de poort naar de markt te wandelen. Wie Arles kent, weet dat deze route naar een van de bekendste historische monumenten van de stad leidt: het amfitheater dat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. De zogeheten Arènes d’Arles werd gebouwd in 90 voor Christus, en is daarmee het belangrijkste lokale monument uit de Romeinse tijd. Het is vroeg, een uur of tien, en nog rustig in dit deel van Arles. De eerste terrassen vullen zich mondjesmaat, vooral met locals. Een mooie gelegenheid om het amfitheater fotografisch vast te leggen, met daarachter de lucht die prachtig bleu azur kleurt. Reken voor een bezoek aan deze bezienswaardigheid gerust minstens een uur, om je helemaal te kunnen verdiepen in de markante geschiedenis van de arena.
De marché d’Arles is een typische marché Provençal en wel twee kilometer lang. De stalletjes strekken zich uit vanaf de Boulevard des Lices tot de Boulevard Clemenceau, en kent heerlijke mediterrane en Arabische invloeden. Je vindt er bijvoorbeeld een kraam met enkel kruiden in piramidevormige torens, en rechts daravan rechts een marktvrouw met typische Marokkaanse pannenkoeken. De geuren zijn mogelijk nog indrukwekkender dan het beeld. Al prikkelen de kleuren van de verse en Provençaalse producten de ogen natuurlijk ook. Het is er druk, en met wat rumoer van onderhandelende en attente marktlieden rijk aan sfeer. Deze weekmarkt is een ware beleving en een bezoek waard. Ook voor wie interesse heeft in lokale en biologische producten, want je koopt er vrijwel alles.
Van het zien, ruiken en proeven van de marktwaren krijg je natuurlijk trek. Dus besluiten we zo  rond het middaguur via Place de la République over te steken naar het centrum van de stad. Later vanmiddag staat een borrel bij onze favoriete bar op het programma, dus besluiten we voor een lichte lunch bij een van onze favoriete visrestaurants in de omgeving, Du Bar à l’Huître. Die gesitueerd is op het Place du Forum (nummer 12), tegenover het fameuze Le Café Van Gogh. We bestellen er een dozijn d’huîtres de Camargue Numéro 3 en een te delen hoofdgerecht met verse tonijn, beide uiteraard vergezeld door een fijne witte wijn.
Na de lunch duiken we tussen de pleinen de kleine smalle straatjes in waar de ene voordeur nog mooier oogt dan de ander. In deze ruelles vind je unieke winkels van voornamelijk kleine ondernemers – gelukkig. Arles is, anders dan de grotere Provençaalse steden, geen winkelstad, maar het straatbeeld is aantrekkelijk en bovenal très authentique. We lopen terug naar het Place de la République. Het plein is bijzonder, omdat het omringd wordt door zeer verschillende architectuur. Van een obelisk uit de 4e eeuw in het midden, tot de façade van de kathedraal Saint-Trophime uit de 12e eeuw, en het Hôtel de Ville dat ook van binnen te bewonderen is.
Vanuit het historische centrum wandelen we binnen een kwartier richting de nieuwste culturele aanwinst van Arles, het Luma. Daarvan werd The Tower, een 56 meter hoge, opmerkelijke toren ontworpen door de Frank Gehry die gedraaide gevel versierde met roestvrijstalen bakstenen. Deze toren valt vanwege het markante materiaalgebruik enorm op tussen de Provençaalse laagbouw. Hij schittert in het zonlicht, en lijkt vrijwel elk moment een ander voorkomen te hebben. Daarmee is hij een knipoog naar het werk van Vincent van Gogh die in zijn schilderijen altijd de schaduwen van de Provençaalse lucht vastlegde. We zijn onder de indruk. Eenmaal in de voet van het Luma, in de Drum, ervaren we een moderne variant van de eeuwenoude arena. Een ervaring op zich! Eerder dit jaar ontdekten we al enkele tentoonstellingen in het Parc des Ateliers waar deze schitterende reflecterende toren middenin staat. Dit meesterwerk van Gehry belooft Arles de komende jaren grootser op de culturele kaart te zetten (35, Avenue Victor-Hugo).
Om pakweg 17 uur is het voor Franse begrippen veel te vroeg voor een diner, maar wij maken altijd graag tijd voor een bon moment autour d’un plateau. En dat doen we bij Les Fromagères: een pareltje dat we eerder bij toeval ontdekten (30, Rue de la République). In deze bar à fromages kun je de hele dag terecht voor een proeverij, maar wij kiezen voor een aperitief vergezeld door mooie kazen. Het aperitief is een biologische wijn uit de Alpilles, de kazen zijn eveneens biologisch – en van geweldige kwaliteit. Op het plateau ligt niet alleen een Petit Pélardon uit de regio, maar ook een stevige Comté en een heerlijk lopende Camembert. In deze ongedwongen sfeer sluiten we een geslaagde dag Arles af. Een heerlijke dag vol culturele en smakelijke verrassingen. Boven de geweldige kaasplank proosten we alvast op ons volgende bezoek aan Arles, want we komen graag snel weer terug.
Deze op details bewerkte reportage van Valérie Meijs verscheen eerder in Côte & Provence, het rijk gevulde tijdschrift dat gewijd is aan de mooiste, bezoekwaardigste aspecten van het Franse zuiden. Website www.coteprovence.nl. De meeste hier gepubliceerde foto’s werden vriendelijk ter beschikking gesteld door het Office Tourisme d’Arles Camargue, www.arlestourisme.com.

***

 

 

 

SCHILDERIJ VAN DE MAAND

’t Is weer voorbij die mooie zomer zong Gerard Cox vijftig jaar geleden. Ik moest er bijna neuriënd aan denken bij het schilderen van mijn zomerse impressie van een stil paadje langs het Fort bij Abcoude. Het weggetje heet naar een lokale kunstenaar en wordt omgeven door allerlei soorten groen, terwijl de zomerzon zijn lichtspel vertoont. Voor meer details over ‘Gozen Doornpad langs Fort bij Abcoude’ zie Landschappen op www.vinpressionist.com. Overigens werd dit werk genomineerd voor een prijs in een landelijke schilderwedstrijd, afgelopen zomer.

 

 

Op wijnavontuur in Galicië, dat ging Trevor Stark die als register loods voor de Amsterdamse haven een zo gedreven wijnliefhebber is dat hij de opleiding volgde voor vinoloog. Een eveneens wijnminnende vriend raadde hem aan om ook eens rode wijn uit Galicië te gaan proeven. Wat Trevor (rechts) ook deed, ter plekke. En toen zo onder de indruk raakte dat hij, mede dankzij een glimlachende suggestie van zijn vrouw (‘Doe eens iets met jouw kennis, koop een stukje grond’) een verwaarloosd perceel met  druivenstokken kocht binnen de onbekende, stille, veel natuurschoon biedende streek Ribeira Sacra. Waar de druivenstokken veelal op terrassen tegen steile rivierhellingen staan. Graniet, leem en leisteen zijn de meest voorkomende gronden. Deze wijnregio bestrijkt in totaal 2500 hectare, maar minder dan de helft daarvan, namelijk 1200 hectare, levert wijnen die als Ribeira Sacra mogen worden verkocht.  Het overgrote deel van de aanplant bestaat uit blauwe druivenrassen. Eenmaal in bezit van zijn druivenakkertje wist Trevor ook anderen te interesseren, waaronder een Spaanse wijnvriend. Er werd een b.v. gesticht waarin elke participant een gelijk aandeel heeft, men stelde een boer aan voor het onderhoud van de wijngaard, en via diverse afspraken (zoals ‘in ruil voor druiven’) werden nog twee andere percelen verworven. Er ontstond een wijndomein van in totaal 1600 vierkante meter dat als naam kreeg Os Troncos (letterlijk ‘de stronken’, een term waarmee in Galicië ook ‘de makkers’ worden aangeduid). Het aantal eigenaren bedraagt inmiddels zes,  waaronder twee van Trevors broers. Voor zowel het onderhoud van de akkers – alle in terrasvorm op 70 ã 80 meter hoogte tegen steile hellingen – en het maken van de wijnen werd de regionaal zeer actieve en zeer gerenommeerde oenoloog Roberto Regal (van het bedrijf Enonatur) geëngageerd. Maar Trevor c.s. zijn zelf wel zeer actief met o.m. het snoeien, de groene oogst en het eigenlijke plukken, terwijl over details van de wijnbereiding intensief met Robert wordt overlegd. Het totale volume dat Os Troncos produceert is bepaald bescheiden, slechts zo’n 2000 flessen per jaar (‘en een maximale capaciteit van 4500’). De eerste oogst was 2020. Mijn kennismaking met de nu nog beschikbare rode wijnen was een heel plezierige. Waarbij opviel dat ondanks hun diepe kleur en stevige structuur de alcoholgehaltes van de soorten prettig beperkt bleven tot bijna in alle gevallen hooguit 13 procent, terwijl deze Galicische wijnen tevens een aangename, vitaliserende frisheid boden. Een van mijn favorieten, ook qua prijs (en beschikbaarheid, 959 flessen), is de nog vrij jeugdige Ammica 2021, een melange van 85 procent mencía en de rest garnacha tintorera of wel alicante bouschet. De smaak is behalve frissig ook op bijna zwoele wijze zwart fruitig, discreet bessig en donkertonig, terwijl de alcohol beperkt blijft tot 12,6 procent. Heerlijk in herfst en winter, met ook nog een jaar of drie rijpingspotentieel (fles €15,95). Bestellen van deze en de andere wijnen kan via de informatieve website www.ostroncos.com.

 

***


MEMORABELE MAALTIJDEN (14)
Genoten door Hubrecht Duijker

 Anno 1978 bezocht ik op uitnodiging – dankzij de bekroonde Franse edities van mijn grote boeken over de wijnen van Bordeaux en Bourgogne – in Parijs een van de toen publicitair stilste driesterrenrestaurants, Taillevent. Dat gevestigd was in de voormalige ambassade van Paraguay, in een stille straat opzij van de glitterende Champs-Elysées. Ziehier mijn verslag van destijds.

De ontvangst door het formeel geklede personeel is hoffelijk, en net als elke avond is ook eigenaar Jean-Claude Vrinat (42, op de foto met zijn chef Claude Deligne) in de stijlvolle, hoge eetzaal aanwezig. Hij spreekt op een zachte, rustige, doorgaans serieuze toon, en draagt eenzelfde soort kostuum als het gros van zijn grotendeels zakelijke clientèle. Hij nam Taillevent (genoemd naar een van Frankrijks eerste culinaire auteurs) over van zijn vader, die het in 1946 had gesticht. Onder Jean-Claude’s leiding werd anno 1973 de derde Michelin-ster bereikt, nadat Vrinat père in 1954 de tweede ster had verworven.
Op aanraden van de gastheer gebruik ik als aperitief een kir. De ober lengt een klein maatje van Taillevents eigen Crème de Cassis (afkomstig van Crozet Frères) aan met een frisse Bourgogne Aligoté (van Pierre Matrot uit Meursault). Erbij verschijnen luchtige, warme kaassoesjes. Daarvan snoepend heb ik alle tijd om de omvangrijke wijnkaart te bekijken. Deze telt zo’n driehonderd namen, waaronder veel grote klassiekers uit Bordeaux en Bourgogne. Bijna smachtend noteer ik o.a. Château Mouton-Rothschild 1961 (FF 240, overigens exclusief 15 procent bedieningsgeld), Château Ducru-Beaucaillou 1966 (FF 150), Château Haut-Brion 1948 (FF 700), Château Ausone 1955 (FF 300) en Château Margaux 2018 (FF 88). Jean-Claude onthult overigens dat hij zo’n tweehonderdduizend flessen in voorraad heeft.
Als een van de voorgerechten arriveert een ‘ragout’ van vier coquilles en evenveel oesters, met erbij een fraaie witte-wijnsaus en geserveerd op een bedje van prei. Een smaakrijke cassoulet van kreeft, quenelles de brochet en kreeftensaus plus dragon volgt, met erbij een glas van de zeldzame witte Nuits-Saint-Georges La Perrière van Domaine Gouges. Het feest wordt voortgezet met de foie de canard aux trois légumes. De smeltend zachte, dun getrancheerde eendenlever gaat vergezeld van een geraffineerde saus en fijne stukjes prei, selderij en wortel. De wijn erbij, Château Haut-Brion 1948, wordt door de restaurateur zelf voorgeproefd. Hij knikt instemmend en laat hem inschenken. De nu dertigjarige grootheid heeft niets aan vitaliteit ingeboet, en begint zelfs beter te smaken nadat hij langer lucht krijgt. Bij het laatste glas neem ik op advies van tafelgérant Jean-Pierre Civilise een stukje Saint-Nectaire en een partje perfecte Camembert. Dat ik daarna nog met de toevallig ook dinerende  Jean-Eugène Borie (eigenaar van Château Ducru-Beaucaillou) en diens charmante vrouw een glas Château Filhot 1928 genoot, was een smakelijke samenloop van omstandigheden. De Sauternes had bijna iets weg van een Tawny Port wat zijn kleur betreft, en smaakte elegant, niet te zoet – en was een belevenis, net als het gehele diner.
(Naschrift. Jean-Claude Vrinat overleed in 2008, waarna zijn dochter Valéry de zaak overnam. Vervolgens werd de familie Gardinier, o.a. eigenaresse van Château Phélan-Ségur, hoofd-aandeelhoudster. In 2007 was de derde ster verloren gegaan.)

 

FLATERS AAN TAFEL

Je zou het bijna een jeugdzonde kunnen noemen, mijn allesbehalve serieuze paperback Flaters aan tafel die ruim 35 jaar geleden verscheen bij de toen nog bestaande Mondria Uitgevers. Het boekje bestond uit een verzameling blunders die bekende, minder bekende en volstrekt onbekende Nederlanders aan tafel maakten, thuis of in restaurants. De uitgave werd gegarneerd met knappe, cartoonachtige tekeningen van de briljante, internationaal bekroonde Bert Witte (1943-2012) die o.a. jarenlang in De Telegraaf heeft gepubliceerd. Elke maand plaats ik voortaan vrolijke voorvallen en illustraties in dit magazine. Deze maand komt culinair publiciste Maja Krans aan het woord.

Bijna failliet…
Gedurende de tweede helft van de jaren zestig woonde culinair publiciste Maja Krans nog in het centrum van Amsterdam, op de Kloveniersburgwal. Ze had recentelijk een nieuwe huishulp gekregen, en schakelde deze ook in bij de bereiding van een uitvoerige maaltijd voor belangrijke gasten. Maja zelf kookte twee dagen lang. Op de desbetreffende avond oogde het eerste gerecht beeldschoon, maar smaakte, zo vertelde Maja, op zijn zachtst gezegd moeilijk. ‘En de volgende schotel bleek in het geheel niet te eten te zijn.’ Waarop de gastvrouw naar de keuken snelde om uit te vinden wat de oorzaak van deze mislukkingen was. Deze werd gauw gevonden: de hulp had per abuis… soda in de zoutpot gedaan. Door mooie flessen wijn open te trekken heeft Maja nog geprobeerd om het diner te redden en de etenssmaak te verdoezelen. Het mocht niet baten: alles blééf onverteerbaar. Ten einde raad heeft ze het nabije Hotel de l’Europe gebeld, en is daar met haar gasten gaan tafelen. Achteraf zei Maja: ‘Ik ging die avond bijna failliet’.

 

 

 


Aan de noordzijde van de Duitse stad Wiesbaden ligt de 245 meter hoge Neroberg waarvan men een prachtig uitzicht heeft over de stad en de Rijn. Nabij staan een prachtige Russisch Orthodoxe kerk, een kleine tempel, een restaurant, een zwembad en een wijngaard van 4,1 hectare. Deze is beplant met riesling druiven en behoort aan de stad Wiesbaden. Die maakt er echter zelf geen wijn, aangezien akker sinds 2005 gepacht wordt door de Hessische Staatsweingüter. Aldus de toelichting van de grote etiketten verzamelaar Bert Wentzel (jokebertwentzel@gmail.com) die dit label selecteerde uit zijn wereldomvattende collectie.

 

 

 

 

 

 

 

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.