~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

VERS VERSCHENEN
Dit boek, mijn 121e en het eerste dat helemaal gewijd werd aan mijn impressies, aan mijn 175 mooiste eigen schilderijen – die ik stuk voor stuk van een persoonlijke toelichting voorzie – telt tweehonderd pagina’s, verscheen  bij Davey Jones Publishing en kan voor €19,95 worden besteld bij o.m. Bol.com via deze link https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=De+175+mooiste+van+Hubrecht+Duijker
En voor een tientje minder haal het E-book in huis.

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

DE WINTER ONTSNAPPEN OP
DRIE GRIEKSE EILANDEN

Tijdens de Hollandse winter is het prettig dromen over Griekse eilanden – waar het vaak zonnig is en het altijd vakantie lijkt te zijn. Over Corfu bijvoorbeeld, het westelijkste stuk land dat aan Griekenland behoort. En tegelijk het dichtst bevolkte. De eilandnaam verschijnt al ver voor het begin van onze jaartelling en de eilandvorm doet enigszins denken aan een kleine versie van de Italiaanse laars. Kérkyra ofwel de stad Corfu vormt de belangrijkste attractie. Dit vooral dankzij een sfeervol centrum met smalle straten tussen hoog oprijzende panden waarvan vele gebouwd werden in Venetiaanse of soms Franse stijl, vaak met smeedijzeren balkons. Op de begane grond floreren alle mogelijke winkels, cafés en restaurants. Hier en daar kun je ook de plaatselijke likeur proeven. Het mooiste museum bevindt zich aan de noordwestkant van de stad, het paleis van St. Michael en St. George, dat je betreedt via twee imposante poorten. Binnen wordt een enorme verzameling Aziatische kunst geëxposeerd. De stad – waar schrijvers als Goethe en Oscar Wilde vakantie vierden – heeft ook enkele grote pleinen, met als grootste het Spianáda. Dit vormt een groene zone tussen het oude centrum en een enorme citadel, een van oorsprong Byzantijns fort waarin tijdens onrust en belegeringen soms de totale bevolking verbleef. In de omgeving van Corfu stad zijn enkele wijnbedrijven gevestigd, waaronder het gastvrije domein Theotoky (links), en je ziet ook veel olijfgaarden. Voor het bekijken van een zonsondergang is Pelekas niet alleen de beste plek, maar volgens ingewijden ook de meest romantische. Je bereikt dit heuveldorp via een slingerweg westwaarts van de stad; het is zo’n drie kwartier rijden.

Ruwweg halverwege de Peloponnesos en Turkije ligt Santorini. Waarvan de geschiedenis teruggaat tot de prehistorie. Na eenzame eeuwen beleefde dit eilanden nieuwe bloeiperiode, onder de Byzantijnen die het verrijkten met enkele opmerkelijke kerken. Ook andere bezetters, waaronder de Turken en zeevaarders van allerlei nationaliteiten, bouwden er huizen. Het eiland, dat ongeveer de vorm heeft van een halve maan, ligt rond een baai met daarin kleinere eilanden. Ooit was Santorini veel groter. Op de plek van de baai bevond zich namelijk een vulkaan die zo’n 3600 jaar geleden uitbarstte – het was op aarde de grootste natuurexplosie ooit –  en vervolgens onder water verdween, met grote delen van het eiland. De vloedgolf die ontstond heeft waarschijnlijk de hele Minoïsche beschaving op Kreta weggevaagd, 113 km zuidelijker. Vanuit de kleine haven bereik je de hoofdstad Fira met een kabelbaan, hoewel je de steile klim ook lopend kunt maken (bijna 600 treden) of op de rug van een ezel. Eenmaal boven is het heerlijk wandelen, parallel met de baai, tussen wit gepleisterde gebouwen die schitteren in het zonnelicht. Vergezichten komen voortdurend voorbij. Hier en daar zijn ook lichtblauwe koepels te zien. Behalve talrijke souvenir- en juwelenwinkels telt Fira enkele goede galerieën (Art & Icon Stio, Marti) en terrasrestaurants, waar je behalve van het panorama kunt genieten van verse vis en de lokale, verrassend lekkere witte wijnen. Tot de allerbeste, ook internationaal bekroonde, behoren die van het domein Sigalas (verdient zeker een bezoek, maar ligt wel een stuk achter de stad, foto rechts). Hoe superieur, hoe uniek en hoe lekker een van alleen assyrtiko, de lokale witte variëteit, vervaardigde Sigalas Santorini kan zijn, blijkt als je deze wijn ter plekke geschonken krijgt. Hij is geurig en biedt een opwekkende, vitale, enigszins hartige smaak met zowel frisse citrusaroma’s als een vleugje tropisch fruit. Ik noem Santorini’s Assyrtiko graag de Griekse Chablis.

Pal noordelijk van Santorini, op ongeveer de hoogte van Athene, ligt Mykonos, een vrij compact eiland. Het wordt gekenmerkt een grillige kustlijn en soms drukke stranden waar naturisten en andere feestgangers zich zeer thuis voelen. Behalve een pittoreske vissershaven (zie de foto’s boven en onder deze reportage) heeft het een historisch hart met witte panden waartussen de straten soms meer stegen zijn en schaduwrijk. Ze doen denken aan een doolhof; wie er wandelt raakt gegarandeerd de weg een of meer keren kwijt. Het labyrint werd bewust zo aangelegd; het was bedoeld om aanvallers in de war te brengen, zoniet in een hinderlaag. Snuisterijen, souvenirs en ambachtskunst kun je overal in Mykonos kopen. Terwijl voor het lessen van de lekkere dorst de nodige taveernes aanwezig zijn, aan de haven, langs de zee of diep in het plaatsje zelf. Met een beetje geluk zie je een pelikaan, de officiële mascotte van het eiland. Achter het stadje, op een lage heuvel, staat een vijftal markante windmolens, met in een daarvan een klein landbouwmuseum. En jonge vrouwen die willen trouwen, moeten niet nalaten om water drinken op het Platía Tría Pigáda, het plein van de drie bronnen. Of zou een glas Santorini wijn niet beter kunnen werken?

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

SCHILDERIJ VAN DE MAAND

SANTORINI
Bij herhaling werd Santorini door Travel + Leisure niet alleen uitgeroepen tot het aantrekkelijkste eiland van Europa, maar zelfs van de wereld. En volgens de BBC is dit zuidelijkste grote eiland van de Cycladen een van de twintig plekken die je tijdens jouw leven moet hebben bezocht. Zelf ik dat bij herhaling gedaan, wat ook inspireerde tot het maken van diverse impressies, altijd met wit gepleisterde huizen in het zo getinte landschap.
Meer details vind je bij Landschappen op www.vinpressionist.com.

 

 

even naar Toscane, even naar
VILLA TRASQUA

Het wijngoed Villa Trasqua wordt wel ‘de paraplu van Chianti Classico’ genoemd. Want wanneer het in en achter de omringende heuvels regent of zelfs onweert, blijft het daar dikwijls droog.  Voorts waait het er vaak, waardoor de temperatuur zelden hoge waarden bereikt, zelfs al schijnt de zon volop. De wind houdt bovendien de druivenstokken gezond. Voeg aan deze omstandigheden nog toe een glooiend terrein met diverse soorten doorgaans arme grond (stenig, zanderig met wat klei, kalk, leem, ijzerhoudend) en het wordt duidelijk dat op dit domein de natuurlijke voorwaarden optimaal aanwezig zijn voor het produceren van hoogwaardige wijn. Je moet ze echter wel benutten – en dat gebeurt sinds eind 2001.

Toen namelijk kwam Villa Trasqua, genoemd naar een hoekig, groot woonhuis met een raamrijk torentje en een enorm terras, in bezit van de ondernemer Hans Hulsbergen. Deze in Zwitserland woonachtige Twentenaar vergaarde zijn kapitaal met onder andere IT-patenten en het beursgenoteerde Swisslog, en was al actief met wijn, in Zwitserland, Australië en Nederland. Gesitueerd in het uiterste zuidwesten van Chianti Classico – het oudste, beste deel van de uitgestrekte Chianti-regio – bestrijkt Villa Trasqua maar liefst 120 hectare, waarvan 54  met druiven is bedekt. Daarvan zijn momenteel zo’n 35 productief. Bovendien staat op de Tenuta meer dan drieduizend oude olijfbomen.
In de wijngaard domineert de wettelijk voorgeschreven sangiovese absoluut, zij het met  verschillende klonen. Deze werden speciaal geselecteerd voor de diverse soorten grond. In de sinds 2002 geplante percelen staan de stokken veel dichter op elkaar dan in de oudere delen van de wijngaard. Wat resulteert in een beduidend lagere opbrengst per hectare, maar de wijnen wonnen flink aan concentratie en aroma. Behalve in de wijngaard werd ook in de kelder veel geïnvesteerd. Er kwam een computergestuurde pers, alsmede een batterij roestvrijstalen gistingstanks. En in de ondergrondse, geklimatiseerde kelder verving men oude foeders door zowel grote Sloveense rijpingsfusten als kleine vaten. Hans Hulsbergen heeft het domein inmiddels overgedragen aan zijn zoon Alan (die overigens sprekend op zijn vader lijkt, foto rechts) en diens broers, Marc en Sven. Het was met Alan dat Ronald de Groot, hoofdredacteur van Perswijn een openhartig gesprek voerde. Alan: ‘De wijngaarden liggen dicht bij die van bekende bedrijven als Fonterutoli van de familie Mazzei, ook in Castellina. Heel slimme mensen. Je moet op goede voet met ze staan, anders krijg je niet veel gedaan. Maar na twintig jaar ben je toch nog steeds een buitenstaander. Natuurlijk, het gaat wel beter, zeker nu ik Italiaans spreek. Je moet ook gewoon met ze meegaan in de promotie voor de wijn uit Castellina in Chianti. Ze zien dan dat je ook iets voor de regio doet. Mijn vader van 76 is ook steeds vaker in Castellina, hij is graag nog actief. Hij houdt zich bezig met de huizen. We voelen ons er ook steeds meer thuis. Als je om je heen kijkt, is er niets dat je oog stoort. De wijngaarden liggen in één blok, centraal op het terrein, in een soort amfitheater.’
Waar Chianti Classico tegenwoordig voor staat? ‘Ik ben een groot liefhebber van wijnen van Castello di Ama, Isole e Olena en Molino di Grace. Dat zijn echte voorbeelden, puur en elegant. Dan bedoel ik de kwaliteit van hun wijnen, en hoe de wijngaard er bij ligt.’ Geldt dat ook voor de stijl? ‘Dat zou niet kunnen. Elk wijngoed is anders, een stijl is moeilijk te imiteren. Onze wijngaarden liggen vrij laag, in een wat vlakker deel van de streek, op de grens van de hogere heuvels en wat vroeger een meer was. Dus hebben we een andere ondergrond; wat meer kleiig misschien, maar ook met zwarte stenen. Die bodem is bepalender voor de stijl. Daar moeten we het mee doen. Onze oenoloog Franco Bernabei zegt dat we een goede plek hebben voor het maken van elegante, “krokante” wijnen.’
Maar jullie Merlot dan? Die is vrij heftig. ‘De merlot ging vroeger in de Riserva en de Chianti Classico.  Maar we besloten hem vanaf 2003, 2004 apart te vinifiëren. Sinds 2007 wordt er een pure  Merlot gemaakt (Trasolo, IGT Toscana). De trend is echter: meer sangiovese in de Chianti. Franco Bernabei wordt ook wel “Mr Sangiovese” genoemd. Als wijngoed in de Chianti Classico ben je tegenwoordig sowieso verplicht om 80 procent  sangiovese te hebben staan, vertelt Alan. ‘Onze nieuwe aanplant bestaat uit 10 hectare sangiovese, en daar komt nog 7 hectare bij. De ondergrond is gelukkig ook heel geschikt voor sangiovese, dankzij veel stenen en kalksteen. Vanwege zijn diepe wortels slaat sangiovese daar heel goed aan.’
‘Al met al is het imago van Chianti Classico de laatste jaren wel verbeterd. Het consorzio heeft daar ook hard aan gewerkt. Mede door het stimuleren van het gebruik van lokale druiven, naast de sangiovese bijvoorbeeld de canaiolo. Misschien planten wij die ook aan, al heb ik wel twijfels. Het is een soort trend geworden en daar wil ik niet zomaar aan meedoen.’ In elk geval blijft Villa Trasqua blijft voorlopig gefocust op sangiovese. Het maken van mooie, klassieke Toscaanse wijnen lukt op Tenuta Villa Trasqua heel goed. En de ambities zijn groot: als eenmaal de hele wijngaard in gebruik is, moet de productie het dubbele gaan bedragen van de ongeveer 150.000 flessen van nu. Dat is niet gering; kennelijk gaat het goed in Chianti Classico en op Tenuta Villa Trasqua.
Verkoopadressen via de importeur www.monnik-dranken.nl

 ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

 

Voor de tweede keer heeft Paul Balke een iconisch, Engelstalig boek gecreëerd. Het eerste ging over Piemonte, het tweede heet NORTH ADRIATIC. De desbetreffende regio omvat een cluster van vineus verbonden wijngebieden in Noordoost Italië (waaronder Collio Orientali), Slovenië (zoals Vipava Vallei) en Kroatië (o.m. groot deel van Istrië en het eiland Krk). Ze een soort brede halve waaier rond Trieste. De groot formaat, 256 pagina’s tellende uitgave werd uitbundig geïllustreerd met professionele kleurenfoto’s, en er zijn overzichtelijk landkaarten opgenomen. Elk gebied krijgt diepgaand aandacht wat betreft historie, natuur, druivenrassen, subdistricten en keuken. Wat het boek eigenlijk een soort aanvulling maakt op de cursus voor vinoloog. Wat ontbreekt zijn profielen van producenten, net als proefnotities. Want die zijn snel gedateerd; Paul vindt bovendien dat je dit soort informatie makkelijk via internet kunt achterhalen. Zijn magnum opus, waarvoor hij ongelooflijk veel heeft gereisd, gelezen en gesproken, publiceerde Balke in eigen beheer. Het werk is dan ook via zijn eigen website www.paulbalke.com te bestellen, voor €50 plus verzendkosten.

 

GENIETEN IN JEREZ

Er wordt hard gewerkt aan het upliften van het Sherry imago op de Nederlandse markt. Hopelijk met succes – want deze unieke wijn, wat mij betreft de meest onderschatte ter wereld, verdient waardering, erkenning en een  permanente plek in de koelkast. Zelf heb ik Sherry bijna een halve eeuw geleden ontdekt, ter plekke.

Voor Sherry leek begin jaren zeventig the sky the limit.  Per hoofd van de bevolking werd ons land zelfs de grootste Sherry-consument ter wereld. Anno 1971 importeerde Nederland 28,2 miljoen liter, een jaar later 44,9 miljoen liter – waarvan bijna 90 procent in bulk. Wat reden was voor importeur Jacobus Boelen, toen nog een familiebedrijf, om speciaal voor het merk Bobadilla een bottelfabriek te bouwen (bij het hoofdstedelijke hoofdkantoor, naast het toen nieuwe gebouw van De Telegraaf). Pieter Boelen vertelde dat merk-Sherry’s een groeiend marktaandeel van 25 procent hadden, dat Bobadilla op de tweede plaats stond en dat de distributie de komende anderhalf jaar sterk zou worden uitgebreid,  ‘kortom onze kansen liggen goed’. Ook bij Bobadilla was men optimistisch: het bedrijf had onlangs een nieuwe bodega geopend.

HET ARCHIEF SPREEKT

Om Bobadilla meer bekendheid te geven werd in april 1973 een reisje naar Jerez georganiseerd, en als parttime wijnschrijver mocht ik van de partij zijn. De Andalusische gastvrijheid was overweldigend. Zo werden we op het vliegveld van Sevilla ontvangen met tapas, een toen buiten Spanje nog onbekend fenomeen, en glaasjes Fino Victoria, het beste product van Bobadilla. Na een toertje door het schitterende Sevilla arriveerden we in Hotel Jerez, waar opnieuw genoten werd van hartige hapjes, waaronder inktvis, gedroogde ham, olijven, dadels met spek en natuurlijk Sherry, zowel Fino als droge Oloroso, het oertype. Op ieders kamer stond bovendien een fles Fino Victoria met een bijpassende copita.

Een dag later leerde ik in de nieuwe bodega van alles over de unieke manier waarop Sherry wordt gemaakt. Dus over flor, het solera systeem en wat de diverse soorten Sherry onderscheidt. Drie leden van de familie Vergara y Rodriguez de Bobadilla wandelden mee en vertelden vol trots dat ze alleen druiven verwerkten van eigen wijngaarden en zelf volledig eigenaren waren van hun bedrijf. ‘Bobadilla is de Spaanste Sherry!’ voegde Eric Boelen toe.  Er was tevens tijd om Jerez de Frontera te bekijken, vooral vanaf terrassen op prachtige pleintjes die met elkaar verbonden waren door bochtige, smalle straten waar kleine Seats soms met hoge snelheid doorheen ronkten. Overal werd je aan Sherry herinnerd, via affiches, uithangborden, reclamemateriaal, wegwijzers naar bodega’s en zeker de overal geserveerde copitas met deze wijn. Om met zo’n fluitvormig glaasje in de hand de mensheid voorbij zien trekken, van trots lopende Spaanse schonen tot bijkans blinde lotverkopers, was bepaald ontspannend. Idyllisch werd het beeld een dag later, op de voorplaats van het wit gepleisterde pershuis van Viña El Caballo. De zon straalde aan een  strakblauwe hemel, er woei een zacht zeebriesje, de omliggende, licht golvende druivenakkers waren bijna verblindend wit, in de verte lag Jerez – en uiteraard schonken de gastheren met gulle hand hun goed gekoelde Fino Victoria (zie de foto). Nu behalve bij olijven en andere tapas ook bij een authentieke gazpacho. Enkele maanden later werd Jacobus Boelen verkocht aan Rémy Martin (de eerste van diverse overnames) en na het inzinken van de internationale Sherry-markt bestaat Bobadilla allang niet meer. Maar elke keer dat ik thuis een fijne, koele Fino drink ben ik weer even terug in de weidse wijngaarden van Jerez.

 

Reeds 2700 jaar geleden was er wijnbouw in Jordanië, rondom de in de rotsen uitgehouwen stad Petra – en nog steeds bestaan daar wijngaarden. Het land is een constitutionele monarchie, en heeft 10 miljoen inwoners waarvan 90 procent moslims, maar men is verdraagzaam naar andere religies. Tegenwoordig bezitten twee grote wijnproducenten, Zomut en Haddad, wijngaarden in het noorden van het land. Veelal liggen deze akkers op hoger gelegen plekken rond de berg Nebo, waar het koeler is, met meer water. Men heeft er behalve een witte tafeldruif als perlette ook kosmopolitische druivenrassen geplant, waaronder chardonnay, merlot en pinot noir. Aldus de toelichting van Bert Wentzel, jokebertwentzel@gmail.com, die dit etiket selecteerde uit zijn wereldomvattende collectie.

 

 

 

 

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.