Op achttienjarige leeftijd kwam Merijn Corsten voor het eerst in aanraking met wijn. Dat gebeurde als student via zijn eerste bijbaantje in de – inmiddels niet meer bestaande Wijnhandel Duc Jean aan het Olympiaplein in Amsterdam-Zuid. De eigenaar daarvan gaf Merijn wekelijks twee flessen wijn mee. ‘En als ik me later meldde met goede proefnotities, volgden twee nieuwe proefflessen.’ Na o.a. de Vinologenopleiding en de Advanced Course van het Londense instituut WSET, begon Merijn in februari 2008 bij Sauter Wijnen, hoofdkantoor Maastricht, ‘één van de klassieke namen in het Nederlands wijnlandschap’.  Merijn werd in de eerste plaats verantwoordelijk voor de Bussumse vestiging, maar verricht ook voor het hoofdkantoor uiteenlopende werkzaamheden. Waaronder het schrijven van de vele proefnotities ‘in het begin onder supervisie van Erik Sauter sr., maar inmiddels mag ik dat zelfstandig doen’.  Tevens verzorgt Merijn cursussen voor Sauter. ’Het overbrengen van wijnkennis, en belangrijker, dat met enthousiasme te doen, vind ik nog altijd ongelooflijk leuk.’ Zijn meest geliefde culinaire combinatie beschrijft Merijn zelf als volgt. Favoriete wijn-spijscombinaties zijn er legio, en een favoriet is niet makkelijk te noemen. Ik denk alleen al aan oesters met een koel glas Picpoul de Pinet, confit de canard met een krachtige wijn uit het Franse Zuidwesten en asperges met rins wit uit de Loire. Ook foie gras met Sauternes mag niet onvermeld blijven, al moet je dat tegenwoordig niet meer te hard roepen… Mijn allermooiste combinatie is een goed gemaakte brandade de morue (puree van aardappel, knoflook en gezouten vis) met een glas wit uit de Zuidelijke Rhône. Een heel goede vriend van mij is een begenadigde kok en maakt een hemelse brandade; met een glas Perrin Réserve Blanc erbij en goed gezelschap heb ik niets meer te wensen. Belangrijkste vind ik wel dat gewerkt wordt met lokale en verse producten. Aardbeien in december? Dat gaat nu eenmaal niet. Uiteraard zijn er uitzonderingen die de regel bevestigen, met name op het gebied van verse producten. Uit blik eet ik niets, behalve millésime sardines en confit de canard. Beide hebben me nooit teleurgesteld. Mijn vriendin en kinderen hebben het doorgaans vrij snel gezien in een Franse hypermarché, maar ik breng er met plezier een middag door. De afdeling conserven krijgt dan onbewust extra aandacht. Het moge duidelijk zijn dat ik een voorliefde heb voor de Franse keuken en Franse wijnen. Ik ben van de klassiekers, zowel in de keuken als op wijngebied. Wat dat betreft zit ik bij Sauter wel goed!

 

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

GEWOON GENIETEN
in
GREENVILLE

Geen ons onbekende Amerikaanse stad werd zo aanbevolen als Greenville in het noorden van South Carolina, de aan zee grenzende staat tussen Georgia en North Carolina. We lazen over deze noordelijk, niet ver van de Blue Mountains liggende plaats o.a. dat hij behoort tot The top 10 places you absolutely have to visit (MSN Travel) en tot The top 10 best in the U.S. (Lonely Planet). Daarom dus via Detroit met Delta snel en plezierig (onderweg vier goede films gezien) gevlogen naar het nieuwsgierig makende, circa 70.000 inwoners tellende Greenville. Om pakweg 12 uur ’s middags arriveerden we in het centraal, gelegen aanbevelenswaardige Hyatt Regency. Dat zeer comfortable, ruime kamers heeft (met giga tv-schermen) en een hoog atrium met o.a. zitjes en een bar. Volgens Forbes Magazine heeft Greenville een van Amerika’s best downtowns, terwijl Travel + Leisure sprak over de toptien van greatest main streets.  Zowaar, het Hyatt Regency ligt downtown aan Main Street, een tegenwoordig beschaduwde, altijd gezellig drukke straat die vroeger een slechte reputatie had maar dankzij een vooruitstrevende burgemeester een nieuw elan kreeg. Je vindt er veel restaurants – heel downtown telt er 120, van de 600 in totaal; zie ‘Aanbevolen restaurants’ –  alsmede leuke winkels en een distilleerderij met proeflokaal. Pal naast Main Street werden twee pleinen aangelegd waar ’s zomers regelmatig gratis evenementen en openluchtconcerten plaatsvinden. De meeste op het levendige One City Plaza. Naast ons hotel, op Noma Square trad op een donderdagavond de rockband The High Five op voor een gemêleerd publiek met ook families waarvan de kinderen vrolijk dansten op golden oldies muziek. Drankjes en hapjes waren verkrijgbaar via food trucks en marktkramen.

Southern Living prees Greenville als South Carolina’s city for the arts, en US News & World Report plaatste het in de toptien van underrated cities for art lovers. Want kunst is echt overal. Wat weer te danken is aan het grote aantal kunstenaars, professionals en hobbyisten, dat er woont. En waarvan de activiteiten gecoördineerd en georganiseerd worden door een speciaal daarvoor gecreëerde organisatie, het Metropolitan Art Council. Dit heeft een bestand van maar liefst 1500 (voornamelijk beeldende) kunstenaars en zelf over een  tentoonstellingsruimte voor thema-exposities. Werken van lokale kunstenaars zijn volop te zien in kleine en grote galerieën. Een daarvan, vlakbij het hotel, is The Art Cellar.  Deze ondergrondse ruimte hangt zo vol dat je je in een klein museum waant. Temeer daar schilderijen van Jim Reel, Joseph Ambuhl en John H. Brown museumplaatsen waardig zijn. Genieten was het eveneens van de groot in kleur afgedrukte foto’s van de toevallig aanwezige Bev Peeples (‘I am not a professional’) die met haar camera prachtige impressies maakte van o.a. het plaatselijke Falls Park en Seabrook Island, langs de kust van South Carolina (kleine foto boven). Schuin tegenover de kunstkelder is de Artists Guild Gallery gevestigd, een soort coöperatie waarbij zestien plaatselijke kunstenaars zijn aangesloten (foto collage). Waaronder Eric Schwertfeger die beeldschone impressionistische landschappen schildert. Op Main Street zelf kom je ook kunst tegen. Allerlei sculpturen bijvoorbeeld, soms van personen, vaak modern symbolisch, een stuk of zeventig in totaal – en af en toe bijna verscholen. Zo kwam een tiener op het idee om langs Main Street negen bronzen muisjes te plaatsen (figuurtjes uit het klassieke kinderboek Goodnight Moon). Kleine en grote kinderen vinden het heel leuk om de miniatuur Mice on Main allemaal te vinden. Tot de favoriete grote sculpturen behoort die van het wilde zwijn Il Porcellino, een bijna identieke, knappe kopie van dat in Florence. Markant is tevens  Orbital Trio, en uit platte ringen gecomponeerd werk dat John Acorn vervaardigde in opdracht van het Hyatt Regency, en dat te zien is op Noma Square (zie de foto van de optredende band). Nog meer kunst, de meeste in kleine winkelgalerieën van de artiesten zelf, is aan de zuidzijde van Main Street te zien langs de Reedy River. Het wijkje heet Art Crossing en maakt deel uit van de zogeheten River Walk. Behalve kunstliefhebbers komen moeders met kinderen er vaak, want vlakbij de winkeltjes werd een waterval met bedriegertjes aangelegd waar klein grut op de vele warme dagen graag verkoeling zoekt. Een prima plek voor een restaurende kop thee is O.Cha, een druk bezochte theebar ernaast.

Dankzij de Reedy River, die gevoed wordt door water uit de bergen, werd Greenville de uiterst welvarende Textile Capital of the World. Ooit waren er honderden textiel- en kledingfabriekjes gevestigd die werkelijk van alles produceerden, zelfs militaire uniformen. Over de stevig stromende rivier werd de Liberty Bridge gebouwd, een iconische, 120 meter lange voetgangersbrug die aan één enkele kabel hangt. En die ‘bijna lijkt te zweven in de lucht’. Aan de ene zijde geeft hij uitzicht over stroomversnellingen met een partij watervallen tussen bruin gesteente, en aan de andere zijde over een downtown oase, het fraaie,  romantische Falls Park met zijn hellende. kleurrijke bloemperken, groene planten en avant garde kunst rondom (bovenste foto van deze reportage).

Wat de kunst betreft nog een hoogtepunt: een bezoek aan het fantastische Greenville County Museum of Art: klein, geen sterveling van buiten die het kent – maar de collectie is van wereldklasse, mede dankzij doeken van Amerikaanse impressionisten. Dit museum is op zich al de reis naar Greenville waard (zie de rubriek ‘Galerie & Musea). Het bruisende restaurantleven heeft de stad ook lokale bierbrouwerijen gebracht. Met als recentste de Iron Hill Brewery die ook een heel groot, inmiddels druk bezocht restaurant heeft dat o.a. een grote schnitzel met ale sauce serveert. Ik sprak en proefde er even met hoofdbrouwer Eric Boise die tot zijn vreugde net verhuisd was naar Greenville. Hij verteld over het brouwproces en over de diverse soorten bier die hij maakt volgens receptuur van het hoofdkantoor (dit is Iron Hills dertiende vestiging). Erics favoriet is het Duits gestijld, droge, licht bittere Kölsch bier, maar gezien de hoge temperatuur op de veranda heb ik zelf het meest genoten van het mild frisse, lichtere Light Lager. In de buurt van Greenville, op nog geen half uur rijden, kunnen wijnliefhebbers aan hun trekken komen. Bijvoorbeeld door ontspannen te lunchen bij Victoria Valley Vineyards, met bij de huisgemaakte salade een wine tower bestaande uit vijf gestapelde glazen wijn in proefhoeveelheden, en geplaatst in een sierlijke metalen stellage (foto onder). Na een paar dagen Greenville begrepen we waarom de Californische auteur Ben Stein schreef ‘I am just in love with Greenville’. Want na een paar dagen waren wij dat ook.

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

SCHILDERIJ VAN DE MAAND

Toen ik dit voorjaar Domaine de l’Amaurigue  binnenreed (zie het producentprofiel hierna), laat in op een zonnige middag, verscheen links van de weg ineens het silhouet van een eenzame, ranke boom op een lage heuvel vol druivenstokken. Een beeld zo bijzonder, zo mooi en zo inspirerend dat ik het gewoon moest schilderen.

 

Hoe maak je de best mogelijke wijn? In elk geval door de best mogelijke installaties aan te schaffen. Dat heeft Dick de Groot (links) dan ook gedaan. In 1998 kocht deze succesvolle Nederlandse ondernemer – wiens Van Gelder Recycling Groep jaarlijks enkele honderdduizenden tonnen oud papier exporteert – een landgoed in de Provence, Domaine de l’Amaurigue. Dit telt 140 hectare en bestond voornamelijk uit reliëfrijke bosgrond rond een verwaarloosde, 18e-eeuwse boerderij. Op zo’n 30 hectare werden wijndruiven geteeld, maar die gingen naar de coöperatie van het dichtstbijzijnde dorp, Le Luc-en-Provence. Ruimten voor wijnbereiding en –opslag waren er niet. Dick had het domein echter overgenomen om zelf wijn te gaan maken, en stelde dus een Frans specialistenteam samen om een keldercomplex te creëren. ‘Beter goed dan niet’ was daarbij het principe – wat betekende dat gestreefd werd naar perfectie.
Wat ten dele in een heuvel verrees, naast de inmiddels tot comfortabele villa gerenoveerde boerderij, is een rechthoekig, pastelkleurig gebouw waar zowel roestvrijstalen gistingstanks staan als nieuwe kuipen van beton. Alle werden voorzien van koelelementen, terwijl de tanks tevens zijn toegerust met apparatuur die een deken op stikstof over de wijn kan brengen. Dit met als doel de wijn optimaal in conditie te houden tijdens zijn verblijf in de tanks. Eveneens aanwezig zijn een vorig jaar aangeschafte nieuwe pers (‘kost drie ton en werkt slechts een dag of tien per jaar’) en een bottellijn, terwijl een aparte, geklimatiseerde hal werd gebouwd voor flessenopslag, en een complete boogkelder voor vaten. De wijngaard is inmiddels gegroeid tot bijna 45 hectare, wat weer betekent dat de nog voor de nieuwe oogst de kelder moet worden uitgebreid, met vijf nieuwe tanks, en er is eigenlijk een nieuwe bottelmachine nodig. Het vergroten van de wijngaard was een enorme klus. Zo veel rotsige grond moest worden geëgaliseerd dat het domein over zijn eigen Carterpillar beschikt. Voorts werd en wordt geïnvesteerd in een waterzuiveringsinstallatie en in een systeem voor druppelirrigatie – want de zomers worden steeds langer, warmer en droger. Alle werkzaamheden, inclusief de gehele wijnbereiding, geschieden door de talentvolle, gedreven, zeer hard werkende en op het wijngoed wonende Jean-Marie Quef. Een soort duizendpoot die van alle markten thuis is. En wiens vrouw Alice de in Frankrijk heftige administratie deels verzorgt, en gasten ontvangt. Fleur, de  dochter van Dick en Enie de Groot, is eveneens sterk bij Domaine de l’Amaurigue betrokken, o.m. wat de commercie betreft. Neem alleen al de export naar Amerika, waar vorig jaar 67 procent meer droge rosé werd gedronken dan in 2016. Vandaar dat de importeur in New York, die begon met twee pallets rosé, er tegenwoordig vijftien per jaar afneemt. Andere markten zijn o.a. Australië, Duitsland, Taiwan en Zweden. Plus natuurlijk Nederland, waar Fleur o.m. haar ‘eigen’ toplijn Fleur de l’Amaurigue rechtstreeks verkoopt aan wijnspeciaalzaken*. De domeinwijnen – rosé voorop, want die vormt 90 procent van de productie  – worden al jaren verkocht door Gall & Gall, www.gall.nl. Het inmiddels wereldwijde succes van Domaine de l’Amaurigue is natuurlijk vooral te danken aan de constant goede kwaliteit van de wijnen. Maar mocht je Fleur de l’Amaurigue rosé 2017 (meestal €12,50)  of de Domaine de l’Amaurigue rosé 2017 (€10,99)  tijdens de zomer willen kopen, wacht dan niet te lang. Want dankzij Dicks visie, zijn investeringen en zijn team drinken héél veel andere wijnliefhebbers, ook andere landen, die oranjekleurige wijnen graag en met plezier – en op is echt op.

* Enkele wijnspeciaalzaken die Fleur de l’Amaurigue rosé verkopen, een fraaie. fruitig kruidige blend van grenache en 40 procent cinsault, zijn Nan wijn in Amsterdam-Zuid (https://www.nan-wijn.nl/la-fleur-2016.html ), Le Grand Cru in Heemstede (https://www.legrandcru.nl/winkel/fleur-de-lamaurigue-rose/), Wijnhuis Heemstede in Aerdenhout (https://www.wijnhuisheemstede.nl/domaine-de-lamaurigue-fleur-de-lamaurigue-rose-075.html ) en Wijnkoperij Wesseling in Laren NH (http://www.wijnkoperijwesseling.nl/2017-la-fleur-domaine-de-lamaurigue-rose.html.


Net over de grens van het Limburgse dorpje Slenaken ligt in Teuven het 2,5 hectare grote Domein Pietershof. We zijn hier in de Voerstreek, een Vlaamse enclave binnen de Franstalige provincie Luik waar tijdens de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een verhitte taalstrijd woedde, mede omdat burgemeester Happard weigerde Vlaams te praten. Tegen een prachtige zuidhelling op kalkrijke grond groeien op het wijngoed de rassen auxerrois, chardonnay, pinot blanc en pinot gris. Dit schrijft de grote etikettenverzamelaar Bert Wentzel, adres jokebertwentzel@gmail.com.

 

 .

.

.

.

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website en dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.