![]()
![]()
APELDOORN APPELLEERT
Apeldoorn, met ruim 140.000 inwoners de grootste stad van Gelderland, en met meer dan 340 vierkante kilometer de grootste gemeente, is vooral bekend om bezienswaardigheden en attracties buiten de eigenlijke stad, zoals de Apenheul en Paleis Het Loo. Zelf kwam ik meestal niet verder dan restaurant De Echoput in het nabije Hoog-Soeren, om daar te genieten van wondermooie wildgerechten en dito wijnen. Het is dankzij een uitnodiging de grote etikettenverzamelaar Bert Wentzel, die net als zijn vrouw Joke geboren en getogen is in Apeldoorn, dat ik wandelend, samen met mij eega Julie, een deel van Apeldoorns stedelijke charmes heb ontdekt.
Wie met de auto komt, kan centraal parkeren in twee grote garages ((Marktplein, met met 685
plaatsen en Museum met 628 plaatsen), en vanaf het treinstation kun je met de bus naar alle mogelijke bestemmingen binnen en buiten het centrum. Dwars door Apeldoorn, en haaks vanaf het station, loopt de Hoofdstraat, vroeger de onverharde Dorpsstraat.
Eeuwenlang was de voormalige, al eind 8e eeuw genoemde buurtschap Appeldro een open plaatsje zonder grachten of wallen. Waar pas na 1200 de eerste kerk verrees. Vanaf eind 16e eeuw begon Apeldoorn gestaag te groeien. Dit vooral dankzij de lokale papierindustrie. Op een gegeven moment telde de stad meer dan zestig(!) papierfabriek.
De grootste stimulans ter ontwikkeling daarvan kwam van koning Willem I (links) die vanaf 1825 het Apeldoorns Kanaal liet graven. Dit liep in noordelijke richting parallel met de zeer bochtige IJssel, om daarin uit te komen bij Hattem. De verbinding maakte mogelijk om grondstoffen voor de papierindustrie makkelijk aan te voeren, en
het papier ook makkelijk te verschepen. Enkele decennia later werd nog een zuidelijke tak aangelegd, naar Dieren. Vandaag de dag dient het kanaal alleen voor de omringde watervoorziening, en voor recreatief varen. De industrie bracht ook welvaart, vandaar de fraaie Jugendstil gevels (uit 1880-1914) die in en rond de Hoofdstraat nog te zien zijn, net als in de villawijken rond de stadskern. Wie wandelt
door Apeldoorn, moet dus vaak omhoog kijken, en de nietszeggende, moderne, inwisselbare winkel- en horecagevels op de begane grond vergeten. Enkele van de fraaiste Jugendstil panden zagen we hoog in de Deventerstraat, de Van Kinsbergenstraat en langs het Raadhuisplein. Een veel bezochte plek langs de winkelrijke Hoofdstaat vormt het Caterplein, wat bomvol staat met terrassen, net als het aangrenzende
blok van de Hoofdstraat. Dit is ‘s avonds the place to be. Maar wel zo aantrekkelijk, we waanden ons bijna in Frankrijk, zijn de terrassen op het Raadhuisplein (o.a. bovenste foto), enkele tientallen meters
verderop langs de Hoofdstraat, richting station. Vanaf het Caterplein is het slechts enkele minuten lopen (volg de wegwijzertjes) naar de Nieuwstraat en vervolgende rechtsaf de Vosselmanstraat waar het imposante CODA complex gevestigd is, een combinatie van museum, bibliotheek en kunsteducatie. CODA, de naam staat voor Cultuur Onder Dak Apeldoorn, bezit niet alleen ’s werelds grootste collectie moderne sieraden, maar organiseert ook wisselende exposities. Momenteel zijn dat er twee: Felwa toont het werk van twee Veluwse fotografen, en de andere is gewijd aan Paper Art. Bovendien zijn op de eerste
etage herinneringen bijeengebracht aan de grote uitvinder en Nobelprijswinnaar Wilhelm (‘Willem’) Röntgen die als jongetje naar Apeldoorn kwam en er anno 1895, op zijn vijftigste, met X-stralen de eerste röntgenfoto maakte – van de hand met de trouwring van zijn vrouw. Eenmaal in CODA, weet dan dat rechts van
de entree diverse publicaties voor tochtjes te voet en met de fiets beschikbaar zijn die kosteloos kunnen worden meegenomen. Een van de handigste is het boekje Wandeling Groen en Royaal waarin kleurrijke aanwijzingen staan, met achterin een plattegrond (reken op ongeveer een uur). Ongeveer even lang duurt de Canadian Walk audiotour, een historische hommage aan de Canadezen die op 17 april 1945 Apeldoorn bevrijdden. Hiervoor is een app down te loaden. Onderweg kom je ook diverse vitrines tegen met
memorabilia. Bovendien zijn via internet stadswandelingen met een gids te boeken.
Als de CODA, dat ook een café heeft, hebt verlaten, loop dan link de Vosselmanstraat in, tot de hoek. Want daar staat het standbeeld van admiraal Jam Hendrik van Kinsbergen (1735-1819) die te boek staat als de grootste weldoener die Apeldoorn ooit heeft gekend. Dan via rechts (Nieuwstraat), en links (Van Kinsbergenstraat) kom je weer terug in de Hoofdstraat. Met twee blokken verderop aan de linkerzijde het eerder genoemde Raadhuisplein (foto rechts). Deze terrassenplek heet naar het oude, uit 1842 daterende raadhuis dat tegenwoordig alleen dient voor trouwerijen. Markant op het plein staat een borstbeeld van Willem I, ook wel genoemd de Kanalenkoning en Koning Koopman. Pal achter het oude raadhuis ligt het grote, rechthoekige
marktplein, met bedriegertjes. Er staat ook een bijna Frans aandoende, open markthal, en de gehele noordzijde bestaat uit het immense nieuwe raadhuis. Aan de zuidzijde, haaks op het plein, loopt de Marktstraat. Waarin zo veel groen werd geplant dat ‘Klimaatstraat’ de bijnaam werd. Zo is bij de boekwinkel op de hoek is een voorbeeld van verticaal tuinieren te zien.
Sowieso is Apeldoorn een echt groene stad. Rond het centrum vind je prachtige parken, plantsoenen en villawijken. Het meest nabije park ligt achter het stadhuis, rechts langs de Kerklaan. Dit is het in 1890 aangelegde Wilhelminapark (rechts). Het werd ontworpen in Engelse stijl, ligt rond een gebogen eendenvijver en heeft behalve een muziektent ook een oorlogsmonument en een bruggetje. Er schuin tegenover, met op het trottoir een Canadese vitrine, ligt in een voormalige
herensociëteit een leuk lunchadres, Sizzles at the Park. Dit heeft een eigen parkeerplaats en een achterterras. Het interieur is werkelijk prachtig, een onderscheiding waard. De keuken biedt nogal wat Arabisch gestijlde, dus pittige hapjes, en de bediening is uitermate attent. Even teruglopend over richting centrum zou je links in
de Paslaan even de synagoge kunnen bekijken waarvan drie buitenmuren met veertien reliëfs werden gedecoreerd, terwijl ook de straattuin werd versierd. De Kerklaan loopt tot aan de Grote Kerk, op de plek van een afgebrande. Voor het huidige godshuis werd in 1892 de eerste steen gelegd door prinses Wilhelmina, toen nog prinses. Haar kleine standbeeld staat voor het gebouw, en in de kerk bevindt zich de Koninginnebank.
Je bent nu bij de kruising met de Loolaan die rechtstreeks voert naar Paleis Het Loo, met de bus of de eigen auto. Dit paleis verrees in 1684 als zomerverblijf, tevens jachtslot voor stadhouder Willem III die vijf jaar later, samen met zijn vrouw Maria, als William en Mary de koning en koningin van Engeland, Ierland en Schotland werden – en daarmee de grootste machthebbers van het toenmalige Europa. De barokke tuinen achter het paleis zijn zonder meer uniek, en werden symmetrisch aangelegd, net als het paleis zelf. In de 19e eeuw verbleef Wilhelmina er vaak. Het paleis fungeert vandaag de dag als museum waar van alles over zijn vorstelijke bewoners te zien en te horen valt (via audiotours; Het Loo stelde ook enkele hier afgebeelde foto’s beschikbaar).
De vaste Oranje collectie bestaat uit meer dan 150.000 voorwerpen, waaronder schilderijen, sculpturen, kunstnijverheid, meubelen, kostuums en boeken. Er is ook het Stallenplein met paardenstallen, en koetshuizen. De garage waar zijn prins Hendrik (echtgenoot van Wilhelmina) zijn verzameling auto’s onderbracht dient tegenwoordig als grand café genaamd
Prins Hendrik Garage. Wisselende exposities worden eveneens georganiseerd. Momenteel zijn dat Tegenspel (laat zien hoe drie Nederlandse koninginnen: Wilhelmina, Juliana en Beatrix hun eigen weg vonden) en 80 Jaar Vrijheid. Wie nog tijd en energie heeft, zou tot slot ook het grote paleispark kunnen bezoeken, achter het Stallenplein.
Het moge duidelijk zijn: er is in Apeldoorn verrassend véél te ontdekken en te genieten, deze stad appelleert.
![]()
***
![]()
SCHILDERIJ VAN DE MAAND
Het is alweer even geleden dat we langs de Rivièra het heuveldorp Èze bezochten, op zo’n 10 kilometer van Nice, maar mede dankzij zelf gemaakte foto’s zijn de herinneringen gebleven. Want Èze heeft een prachtige exotische tuin die op ongeveer 430 meter hoogte tegen hellingen werd aangelegd. Het soms Mediterrane weer van de laatste tijd vormde een leuke aanleiding om van die verre, kleurrijke tuin een ook kleurrijke impressie te schilderen, De exotische tuin van Èze.
Voor meer details zie Landschappen op www.vinpressionist.com.
![]()
***
Manzanieuwe
Als je mij zou vragen wat de allerbeste drank is om bij Hollandse Nieuwe ofwel zoute haring te schenken, noem ik niet jenever, noch korenwijn, noch wodka, noch aquavit. Nee, de allerbeste begeleider van haring is géén distillaat, maar een vrij zeldzame soort Sherry – namelijk Manzanilla.
Samen met haring vormt deze Andalusische wijn een perfect partnership, een gastronomisch marriage made in heaven. Heel kenmerkend voor Manzanilla is namelijk een licht naar zilt neigend aroma en tegelijk een tamelijk tere smaak – aspecten die óók gelden voor de haring. De bijzonderste, zoniet briljante en bijna decadente combinatie werd bedacht door Jan Lagrouw die vroeger knap kookte in het Haagse restaurant Jean Martin. Want hij bracht de haring in de vorm van een tartaartje, met erop een lepeltje kaviaar – en erbij dus een koele Manzanilla. Absoluut verrukkelijk.
Manzanilla is sowieso een goede viswijn. Wie daarvan smakelijk overtuigd wil worden, zou naar Sanlúcar de Barrameda moeten gaan, de enige plek ter wereld waar Manzanilla mág worden gemaakt en kán worden gemaakt. Sanlúcar ligt aan de Atlantische Oceaan bij de monding van de Guadalquivir, diep in Andalusië dus. Men gaat daar graag naar het strand, niet zozeer om te zonnen, maar om te eten – vooral schelpdieren, schaaldieren en vis. Je hebt daar een hele rij restaurants naast elkaar, en de vis pleegt zo vers te zijn dat het bekende eethuis Casa Bijote (foto), niet eens een koelcel heeft. Want alle vis die daar ’s ochtends binnenkomt, wordt dezelfde dag geconsumeerd. Wat in al die restaurants
als wijn vooral op tafel staat, is Manzanilla, vaak in halve flessen van donker glas. Deze Sherry blijkt als begeleider van zeefruit namelijk perfect te voldoen, niet alleen vanwege zijn zweem van zilt en meestal beendroge smaak, maar ook omdat hij zo lenteachtig licht is. Van alle soorten Sherry is Manzanilla de vedergewicht. Zijn speciale karakter dankt Manzanilla een het speciale klimaat van Sanlúcar de Barrameda. De stad ligt namelijk tussen een heuvelrug en de zee, met als gevolg een hoog vochtgehalte van wel 85 à 95 procent. Dat vocht op zijn beurt schept een perfect leefklimaat voor flor, een laag gistcellen die in de vaten spontaan groeit op de fijnste soorten Sherry – en die deze wijnen ook hun enigszins nootachtige,
bijna niet te beschrijven aroma geeft. Omdat de gistcellen zich voeden met zuurstof, blijft de onderliggende wijn, de Sherry dus, zijn frisheid behouden, zelfs tijdens de verplichte vatlagering van minstens drie jaar. Welnu, in Sanlúcar is de laag flor dikker dan elders in de Sherry-streek, wat de Manzanilla frisser, viever maakt dan ander droge Sherry’s. Net als alle droge Sherry soorten wordt ook Manzanilla gemaakt van alleen de palomino die in de Sherry-streek meestal groeit op sterk kalkhoudende gronden. Ook Manzanilla wordt na de gisting met een beetje extra alcohol versterkt, waardoor de wijn meestal een gehalte van 15 procent krijgt. Maar dankzij het microklimaat van Sanlúcar de Barrameda ontstaat dan tóch geen gewone Sherry, maar de bijzondere variant die Manzanilla heet en die zo heerlijk smaakt bij Hollandse Nieuwe. Manzanieuwe zou een leuke koosnaam kunnen zijn. Auteur T.S. Eliot schreef: ‘Alles wat een beschaafd mens nodig heeft zijn twee glazen Sherry, vóór de maaltijd – maar van een mooie Manzanilla’s kun je ook zeer genieten bíj de maaltijd.
De grootste collectie Manzanilla’s wordt gevoerd door www.spanjewijn.nl. Enkele aanbevolen merken zijn Alegría, La Gitana, La Guita, San León Classica en de Solear van Barbadillo (zie de kelder- en schenkfoto’s). Enkele soorten worden ook in halve flessen aangeboden.
![]()
![]()
DORSTMAN & DORSTMAN is de titel van een boek waarin tekenaar Kamagurka en wijnpublicist Harold Hamersma de zichzelf vaak serieus nemende wijnwereld creatief op de korrel nemen. Dit gebeurt via cartoonachtige tekeningen die allerlei absurde situaties weergeven, zoals de hier afgebeelde. Dorstman & Dorstman telt 160 pagina’s, werd uitgegeven door De Harmonie, en is voor €22,50 te bestellen bij o.m. www.bol.com.
***
MEMORIES ARE MADE OF THIS (15)
Proeven met de professor
Terwijl achter ons het ploppen van de kurken klinkt, roept een wijnbouwer ‘de vaten worden van binnen schoongemaakt, en ook wij zelf gaan dat doen, met wijn!’ Het is de Ban des Vendanges in Bordeaux, september 1974, ruim een halve eeuw geleden dus, op Château Le Grand Verdus, een ommuurd, afgelegen kasteel binnen het grote district Entre-Deux-Mers. In mijn eerste jaar als fulltime wijnschrijver heb ik het voorrecht om mee te reizen met leden van de INCO (een jaar later omgedoopt in Gastrovino), een verbond van gelijk gezinde wijn- en delicatessenhandelaren met als voorzitter de briljante, creatieve, verbaal hoog begaafde Joop van de Kant.
![]()
Het zou een boeiende groepsreis worden, mede dankzij een paar ontmoetingen met de legendarische Emile Peynaud, professor oenologie aan de Universiteit van Bordeaux en consulent voor zowel Franse als Spaanse producenten. Hij was het bijvoorbeeld die in Rueda de verdejo als kwaliteitsdruif herkende (het ras deed hem denken aan sauvignon blanc), waarna zijn opdrachtgever Marqués de Riscal daarvan een hoogwaardige droge witte wijn ging maken, wat de hele streek tot bloei bracht. In Bordeaux overigens werd Peynauds advieswerk niet altijd in dank afgenomen ‘want keldermeesters waren bang dat ik hun baan zou overnemen’.
Tijdens een proeverij op Château de Camensac, in de Médoc, sprak monsieur le professeur enthousiast over het wetenschappelijk ontwikkelde I.N.A.O proefglas ‘dat elk foutje in de wijn signaleert en zeer goed is om mee te proeven maar niet om uit te drinken’. En nadat de 1970 was geschonken hoorde ik voor het eerst een wijsheid die ik later ontelbare keren zelf zou verkondigen. ’Nu is de tannine nog wat agressief voor de tong, maar als je de mond vult met een proteïnerijk gerecht, verdwijnt de tannine; de proteïne van het voedsel verbindt zich namelijk met de tannine van de wijn, onmiddellijk.’ Roken kwam ook nog even ter sprake. ‘Roken tijdens het proeven is slecht; of je proeft de sigaret of de wijn, beide gaan niet samen.’ Met hulp van Peynaud hadden de gebroeders Elisée en Henri (eigenlijk Enrique) Forner sinds 1965 Château de Camensac stap voor stap geheel gerenoveerd. Het domein verkeerde in zo’n deplorabele staat dat zelfs de beste fusten van 1964 een volstrekt ondrinkbare wijn bevatten. Drie jaar later echter had de wijn, een Haut-Médoc, weer het niveau van zijn classificatie als cinquième cru classé.
![]()
Alsof ze niet voldoende uitdagingen hadden, namen de Forners in 1966 Château Larose-Trintaudon over dat eveneens een complete make-over moest ondergaan. Het torentje daarvan werd eind 19e eeuw door de toenmalige Spaanse eigenaar gebruikt om zijn wijngaardwerkers te bespioneren, notitieboek in de hand. Voorafgaand aan de lunch leidde de legendarische wijnkoper Joop van de Kant (vooraan rechts op de foto) een séance van de INCO wijnbroederschap, La Confrérie des Vinophiles des Pays-Bas. De Fransen wisten niet wat ze overkwam: ’Wij hebben veel chapitres meegemaakt, maar nog nóóit een van onze afnemers’.
Een hoogtepunt vormde het bezoek aan Château Haut-Brion, waar régisseur Jean-Bernard Delmas een fraai verpakt Hollands kaasje cadeau kreeg. Wij proefden er de mooiste rode wijn van de hele reis, Château Haut-Brion 1964, waarover ik noteerde ‘onbeschrijflijk mooi bouquet, vol nuances en verfijning’. De tocht voerde eveneens naar o.a. een grotkelder in Saint-Emilion, naar een chapitre op Château de Cadillac en naar het panoramaterras van Château de Toutigeac waar onder schaduw gevende bomen een riant buffet stond uitgestald. En ergens, bij het proeven van een hele rijpe wijn, hoorde ik professor Peynaud zeggen: ’Wat ouder worden is? Dat is zo lang mogelijk jong proberen te zijn’.
![]()
![]()
Vanuit Parijs vertelde journalist, schrijver en radiomaker Jan Brusse (1921-1996) in de jaren zestig wekelijks op de AVRO radio en later ook op televisie over het dagelijks leven in Parijs. Het programma heette ‘Paris vous parle’. Ook schreef hij boekjes over zowel wijn als Cognac, en hij vond het leuk om deze producten aan te prijzen op het etiket. Aldus de toelichting van de grote etiketten collectioneur Bert Wentzel (jokeberteentzel@gmail.com) die dit label selecteerde uit zijn wereldomvattende verzameling.
Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.