~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~


ZALIGHEDEN VAN ZALTBOMMEL

Er valt van alles te ontdekken in het stadshart van Zaltbommel – waaronder allerlei uitingen van kunst, zowel in ateliers als langs de openbare weg. Dit voormalige vestingstadje telt alleen al 514 gemeentelijke en rijksmonumenten. Meteen bij het parkeren van de auto langs de Waalkade werden we verrast door een leuke metalen sculptuur van Jip en Janneke. Die daar staat omdat Fiep Westendorp, die de Jip en Janneke verhalen van Annie M.G. Schmidt zo treffend illustreerde, in Zaltbommel werd geboren en daar heeft gewoond. Het markante pand met een erkeratelier waar ze tot 1945 verbleef, staat vlak bij de  Waalkade in de Korte Steigerstaart, op nummer 2. Via stoeptegels is voor kinderen bovendien een Fiep speurtocht uitgezet. Zeer Zaltbommels zijn voorts de tientallen gootspoken die hoog tegen huizen in het centrum te zien zijn: kleine betonnen beeldjes van dieren en fantasiefiguren. Ze werden gemaakt door de lokale kunstenaar Joris Baudoin, en er bestaat ook een wandelroute langs 34 van diens creaties. De kaart daarvan is te verkrijgen bij de Tourist Info Bommelerwaard. Dit gastvrije, kleine informatiecentrum vind je op nummer 3 aan de Markt – die sowieso een goed startpunt vormt voor een stadswandeling. Opzij van de kraampjes en de terrassen staan namelijk flink wat historische panden, met als belangrijkste het van oorsprong middeleeuwse stadhuis, waarvan het torentje gesierd door een zonnewijzer. De geschiedenis van Zaltbommel, een Hanzestad waar vroeger heel veel bier werd gebrouwen, gaat terug tot 850, terwijl stadsrechten anno 1231 werden verworven. Feiten die worden vermeld op een informatiebord rechts naast het bordes. Rechts op het bordes houdt een stenen leeuw het wapen van Zaltbommel in zijn klauwen: een zwaard tussen twee mispelbloemen. Vandaar dat Zaltbommel tijdens het carnaval de naam ‘Mispelgat’ draagt. Schuin tegenover het stadhuis staan op de nummers 9, 11 en 13 de zogeheten Philipshuizen. Want, jazeker, de familie Philips, dezelfde die later een gloeilampen fabriek in Eindhoven zou stichten, begon met handelen en bankieren in Zaltbommel. Zo handelde Lion Philips in koloniale waren op nummer 11, waarvan de gevel gesierd wordt door een vergulde eenhoorn, en vestigde Fred Philips zijn handelsbank Fred op nummer 13. Een opmerkelijke gast op nummer 9, waar Lion woonde, was Karl Marx die er vermoedelijke werkte aan zijn Das Kapital. Hij was namelijk een neef van de familie Philips. Waarvan diverse generaties veel goeds hebben gedaan voor Zaltbommel. Zo sponsorde Anton Philips de torenverlichting van de Grote ofwel Sint Maartenskerk. Op de Markt, in het hoekpand nummer 15 met zijn fraaie, gevel uit 1796 en hoge toegangspoort ,was vroeger de stadswaag gevestigd. Even links is de 16e eeuwse gevel van Markt 3 (dat van de Tourist Info) het bekijken waard. Want het venster op de tweede verdieping heeft dankzij het gesteente rondom en de muurpilaar eronder de vorm van een… handspiegel (foto linksonder). Men zegt dat dit ontwerp te danken is aan een zeer ijdele bewoonster destijds. Er pal tegenover, op Markt 4, heeft een cafégevel fraaie Jugendstil elementen. Hier was vroeger ‘Het Vergulde Varken’ gevestigd, een referentie aan Zaltbommels ooit belangrijke varkensmarkt. Het hoekpand ernaast (foto rechts) is een van de mooiste en oudste plaatselijke panden waarvan de origine teruggaat tot de 15e eeuw. Het  heet ‘Het wapen van Gelderland’ en heeft een gotische trapgevel. Vroeger was het een handelspand, maar tegenwoordig fungeert het deels als kunstgalerie. Een kleine replica van dit pand staat in Madurodam.

Als wijnliefhebber zou je nu even een zijsprongetje kunnen maken door de Waterstraat. Want aan het eind daarvan, in de enige nog overgebleven versterkte poort van de vijf 14e eeuwse poorten die Zaltbommel telde, is al ruim honderd jaar een goede wijnhandel gevestigd, Luuc van Boort. Ervoor, in de daar brede Waterstraat, staat op nummer 26 een vrolijk versierd pand met tegen zijn 16e eeuwse gevel zowel naakt dansende engeltjes als, rond de winkelpui, apen en salamanders. En even verderop, boven de deur van In de Soete Invalle, werd boven de toegangsdeur een kleine sculptuur geplaatst van een bakkersleerling die in een stroopton belandt. Een plezierige  voortzetting van de eigenlijke wandeling zou – terug richting Markt en dan linksaf – door de korte, maar sfeer- en boomrijke Gasthuisstraat kunnen gaan. Want ook daar staat een aantal echt mooie, monumentale panden. Dat op nummer 4 heeft drie prachtige, hoge vitrines uit 1900 waar kunst wordt geëxposeerd, met boven de etalages zwarte medaillons. Voor nummer 24 is het genieten van een rijk gedecoreerde, eind 16e eeuwse trapgevel, terwijl op nummer 34 de slanke Gasthuistoren elk uur een spel van ruitertjes vertoont. Het carillon daarvan, dat 35 klokken telt, wordt al eeuwenlang bespeeld (tegenwoordig tussen 11 en 12 uur op de dinsdagochtend, tijdens de weekmarkt). Componist Fransz Liszt, die langs voer op de Waal, hoorde dit toevallig en raakte zo onder de indruk dat hij aan wal stapte om kennis te maken met beiaardier Leenhoff, die List uitnodigde voor een bezoek thuis. Waar diens dochter Suzanne zo mooi piano speelde dat  de componist haar aanraadde om zich in Parijs verder te ontwikkelen. Wat gebeurde. Eenmaal in de lichtstad gaf Suzanne ook pianoles aan o.a. kinderen van de familie Manet – waarvan de oudste zoon, Edouard, een beroemde kunstschilder, verliefd op haar werd. Beiden kreeg in 1852 een zoontje, en elf jaar later trouwden ze alsnog in de Sint Maartenskerk, waarna het echtpaar terugkeerde naar Parijs. Alle details worden door Thera Koppens beschreven in haar boek Suzanne en Eduard Manet. Op nummer 34 van de Gasthuisstraat vinden we de van buiten witte Gasthuiskapel, tegenwoordig een cultureel centrum. Het gebouw behoort bij het Groot Bommelsch Gasthuis dat begin 14e eeuw werd gesticht als onderkomen voor reizigers, armen en zieken. Tegenwoordig bestaat het uit appartementen. Aan de andere kant van de straat, op nummer 17, is tegen de buitenmuur niet alleen een reeks historische sierankers te zien, maar ook een blanke gevelsteen met figuurtjes rond een lakentafel (zie de foto helemaal onder).

Ga aan het eind van de Gasthuisstraat rechtsaf, en je komt in de Kerkstraat. Op een gegeven moment rechts ligt de oude vismarkt. Deze dateert uit 1776, toen in de Waal nog veel zalm gevangen werd. Erbij staat een van de vijf oorspronkelijke, begin 19e eeuwse waterpompen die  Zaltbommel nog heeft. Let ook op de gootspoken boven de straatnummers 25 en 30, en op een van Zaltbommels kleurrijke muurschilderingen tegen een blank pand met een platte hoek. Op nummer 26 zijn twee naast elkaar staande handelspanden te bewonderen met gevels van rond 1600.

En daar staat hij dan, de Grote of Sint Maartenskerk, waarvan de circa 70 meter hoge, stoere toren het silhouetvan Zaltbommel al van ver bepaalt. Tot 1538 reikte deze kerktoren zo’n 30 meter hoger, maar door brand gingen zowel de aanvankelijke spits als later de vervangende verloren. Het monumentale, laat gotische kerkgebouw verrees in de 14e en 15e eeuw, en werd binnen gedecoreerd met grote wand- en plafondschilderingen. Vier daarvan tonen Christoffel, de beschermheilige van reizigers. De middenbeuk is hoger dan de zijbeuken, waardoor een venstergang kon worden gemaakt. Ook opvallend is het  immense orgel dat aan het eind van de 18e eeuw werd gebouwd. Regelmatig worden er concerten mee gegeven (zie www.maartenskerk.nl). Links achter de kerk ligt een bijna hofjesachtig plein, een voormalig kerkhof dat omgeven wordt door oude huizen. Achter een poortje van een tuinmuur, op Kerkplein 16, staat het stijlvolle, bij herhaling verbouwde Gouverneurshuis, ook wel Het Hof genoemd, met in de tuin een zonnewijzer.

Haaks op de kerkingang loopt de Nieuwstraat, met meteen links het Oude Mannen- en Vrouwenhuis waarvan de gevel door twee grote witte standbeelden wordt gesierd. En het smalle pand op Nieuwstraat 10 heeft een aantrekkelijke gevel met twee grote raampartijen boven de dubbele buitendeur. Even verderop begint de Nonnenstraat waar het naar een veldheer genoemde Maarten van Rossumhuis te vinden is, een kasteelachtige pand compleet met hoektorens, kantelen en schietgaten. Je vindt er het Museum Stadskasteel Zaltbommel waarin via honderden voorwerpen, prenten schilderijen de stadshistorie in beeld wordt gebracht. Ook tekenares Fiep Westendorp kreeg een ruimte. Bij mooi weer is het prettig om even de achtertuin in te lopen, alleen al om de mooist bewaarde plaatselijke waterpomp te zien, en waar ook een theehuis staat. Terug in de Nonnenstraat even rechts, dan meteen links, en je bent in de brede Bosschstraat, ooit een van de belangrijkste invalswegen. Tussen moderne winkelpuien staan er ook enkele historische panden met prachtige gevels; de mooiste is de 18e eeuwse van nummer 22. En er vlak naast, bij nummer 18, is een smeedijzeren hekwerk in Jugendstil te zien. Je bent nu bijna terug op de Markt waar de wandeling door Zaltbommel ontspannen kan worden afgesloten – alhoewel langs allerlei andere straten en wallen nog heel wat andere zaligheden te vinden zijn.

Via www.stadsgidsenzaltbommel.nl is het mogelijk om een leuke rondwandeling
van anderhalf uur te boeken onder leiding van een gids.

 ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 ***

 SCHILDERIJ VAN DE MAAND

Schilderend ben ik weer eens naar Mendoza gereisd, een bij herhaling bezochte wijnstreek, Argentinië’s grootste, waaraan ik behalve fijne herinneringen aan de mensen, de wijnen en de maaltijden ook visuele indrukken bewaar. Vooral de groen begroeide districten aan de voet van de Andes zijn echt prachtig – wat ik met mijn impressie MENDOZA, IN DE SCHADUW VAN DE ANDES heb geprobeerd om weer te geven. Voor meer details zie Wijnen & Olijven op www.vinpressionist.com.

 

***

 WIJNK(L)IEKJES (4)

Bij toeval vond ik een archiefmap vol foto’s van vroeger. Het zijn herinneringen, visuele restjes eigenlijk, van wijngebeurtenissen die decennia geleden plaatsvonden.


Van oorsprong was Gert Crum – met wie ik hier geconcentreerd aan het ruiken ben aan Cognacs, in de Hoefslag – een wetenschapper. Een in 1975 afgestudeerde socioloog die in hetzelfde jaar een boek publiceerde, ‘Welzijnswerk & Kapitalisme’, en die werkzaam werd bij de Universiteit van Amsterdam op de afdeling andragologie. Dat Gert als aanvankelijke Pinard drinker door de wijn werd gegrepen, gebeurde bij toeval, tijdens een Franse vakantie waarin hij een wijnboer ontmoette die hem dezelfde wijn van vier verschillende jaren liet proeven. Wijn werd een hobby, zozeer zelfs dat Gert mij via Jan Hein Verlinden benaderde met het aanbod om in Wijn & Spijs, dat ik sinds 1969 redigeerde, een stukje te schrijven. Het was zo leuk en zo goed geschreven, dat ik hem verzocht om dat vaker te doen. Gert vertelde later: ‘Eerst schreef ik misschien vier stukjes per jaar, later iedere zondagmiddag toen ook andere bladen vroegen iets te schrijven, en ten slotte ook ’s avonds’. Politiek gezien had Gert Crum (1947) aanvankelijk zeer linkse opvattingen. Vandaar dat de eerste krant waarin hij over wijn publiceerde De Waarheid was, ‘wat ze altijd heel amusant hebben gevonden’.

Het heeft lang geduurd voordat Gert Crum fulltime wijnschrijver werd (‘Ik kan nog niet van de wijnschrijverij leven’ zei hij openhartig in 1990), maar ruim dertig jaar geleden sprong hij in het diepe. Hij werd fulltime wijnschrijver en tegelijk wijnpedagoog. Gert was toen al een jaar of tien verbonden aan de Wijnacademie om briljant onderricht te geven over zijn favoriete wijngebied, Bourgogne. Waarnaar hij met cursisten ook excursies zou gaan leiden. Eerder had hij les over Franse wijnen gegeven op hotelscholen. Al in de Wijn & Spijs tijd werden Gert en ik bevriend. Hij woonde toen in het centrum van Haarlem, op een paar minuten lopen van Wijnkoperij Okhuysen. In 1986 maakten we ook samen een boek, Wijnwijzer Bourgogne.

Behalve een schrijver die zijn onderwerpen wetenschappelijk benaderde, was Gert een gepassioneerde, bevlogen spreker. Zelfs toen gezondheid verre van optimaal was, hij overleed in januari 2024, voerde Gert het hoogste woord tijdens een groepsgesprek voor Vinée Vineuse, het wijnmagazine van Okhuysen. Ook cursisten van de Wijnacademie waren altijd vol lof. Hij schreef bovendien het beste boek ooit over de Champagne, en een alom geprezen werk over Domaine de la Romanée-Conti. Terecht werden allerlei distincties, ook Franse, zijn deel – en heeft de Wijnacademie een (schrijvers)prijs naar hem genoemd.

Zelf zie ik Gert op 12 februari 2022 nog voor me staan, op de stoep van onze woning. Met in zijn hand een grote legpuzzel voor een Frans strandschilderij Claude Monet. ‘Voor jouw verjaardag, Hubrecht, misschien als inspiratie voor een nieuw schilderij, gefeliciteerd! Fijne dag verder, ik ga weer, want Hanneke wacht in de auto!’. En hij snelde weg. Wat een voorrecht en plezier om Gert Crum te hebben gekend.

***

***

 

BEPROEFD & GEPROEFD
recepten uit Julie’s kookdagboeken

Al meer dan 50 jaar houdt mijn vrouw Julie kookdagboeken bij waarin ze recepten noteert van gerechten die thuis tot tevredenheid werden bereid, ook voor etentjes met familie en vrienden. De laatste jaren waren dat geen diners meer, maar brunches en vooral ‘borrel-dinertjes’ met salades, soepen en zoet. Dit soort maaltijden (zie de foto) geven de kok/gastvrouw veel minder stress, en zijn ook plezierig voor de gasten.  ‘Die zelf kiezen wat en hoeveel ze willen eten, terwijl ze meer gelegenheid hebben om met andere gasten te praten, om naar te zwijgen over hoe fijn jonge kinderen dit vinden. Voorts hoeven borden, glazen en bestek niet steeds gewisseld te worden, en hoef je de tafel maar één keer te dekken, rond een mooi centerpiece.’ Hier is een van Julie’s beproefde en geproefde recepten.

Champignonsaus met druiven

2 El zonnebloemolie * 25 g boter/botervervanger * 250 g champignons * 2 El gesnipperde rode of witte ui * zout en peper na smaak *  ½ dl rode of witte wijn * 2 dl crème fraîche * 150 g witte of blauwe druiven.

Maak dit recept (dat bestemd is voor twee personen) of met blauwe druiven en rode uisnippers bij rood vlees dan wel wild, of met witte druiven en ook witte uisnippers bij vis.

Verhit de olie en boter in een koekenpan. Bak de uiensnippers  champignons en met zout en peper na smaak mooi bruin. Voeg de rood of witte wijn toe, en laat het even inkoken. Voeg de crème fraîche toe en roer de rode of witte druivenhalfjes hierdoor. De druifjes even wat zachter laten worden, tot de saus helemaal warm is.

P.S. Deze saus is natuurlijk ook lekker als vegetarische saus. Met eventueel wat geroosterde pecan- of walnoten als garnering of er doorheen.

***

***


MEMORIES WERE MADE OF THIS (20)

 Tijd voor een muzieksommelier?

Er zijn nogal wat overeenkomsten tussen wijn en muziek. Beide hebben een ontspannende werking, beide komen voor in talloze varianten, beide zijn gebaat bij harmonie, het beleven van beide behoort tot levenskunst en beide hebben veel te maken met persoonlijke smaak. Het is zelfs zo dat er een relatie bestaat tussen wijn- en muziekvoorkeuren. Bijna achttien jaar geleden werd deze treffend in beeld gebracht door Trendbox, dat daartoe opdracht had gekregen van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Wijnhandelaren. Het onderzoek vond plaats onder een landelijk representatieve steekproef van volwassenen, zowel wijndrinkers (toen zeven van de tien) als anderen.

Presentator Goos Eilander (foto) schetste eerst een beeld van de toenmalige Nederlandse wijnmarkt. Witte wijn werd vooral gedronken door vrouwen en door jongeren onder de 24, rosé vooral door een ook veel vrouwen tellende groep van 25 tot 34 jaar, en rood in meerderheid door mannen vanaf 50 jaar. ‘Ik wil niet stellen dat rode wijn een ouwelullendrank is, maar het gaat wel een beetje die kant op’ stelde Goos. Over de sterk gesegmenteerde moderne-muziekmarkt werd gemeld dat country toen populairder was dan rock – althans bij de niet-wijndrinkers en de liefhebbers van witte wijn. De voorkeuren lagen significant anders bij de gebruikers van rood en rosé, want die luisterden het liefst naar rock of blues. Bovendien waren de meeste jazzfans te vinden bij de rode-wijndrinkers, oudere heren dus.

Naar artiesten werd door Trendbox eveneens gevraagd. Zodoende kwam per groep wijnconsumenten – wit, rosé, rood – een toptien tot stand. Anno 2008 werd deze bij wit aangevoerd door Marco Borsato, Abba en Robbie Williams. Diezelfde drie namen leidden de lijst aan bij rosé, zij het dat Robbie Williams daar op de eerste plaats stond. Mensen die het liefst rode wijn dronken, hadden een andere favoriet: hier prijkte Queen bovenaan (net als vrijwel elk jaar in de Top 2000 van Radio 2). Daarna volgden wel weer Abba en Robbie Williams. De toch gevierde Hollandse zangers Frans Bauer en André Hazes figureerden alleen in de toptien van de niet-wijndrinkers. Geen wonder, zou je haast zeggen, want Hazes was toch vooral bekend, zoniet berucht om zijn biergebruik.

Ook tussen klassieke muziek en wijnpreferenties werden banden ontdekt. De enige groep waar koormuziek aanzienlijk hoger scoort dan de categorieën opera, orkest en kamerorkest waren, alweer, de wijnlozen. Kijkend naar componisten, dan was Mozart bij iedereen veruit nummer één. Voorts waren meeste Bach-belevers te vinden bij witte-wijndrinkers, klonk Vivaldi het vaakst in woningen waar rood werd genuttigd en luisterden roséfans relatief veel naar Gershwin en Chopin.

En als je destijds een fles wijn opende, bij welke soort paste dan welke muziek het best? Wat betreft rode wijn werd in eigenlijk alle gevallen klassiek het vaakst genoemd, alleen of in combinatie met modern. Witte wijn associeerde men vaker met eigentijdse popmuziek. Dit sloot aan bij de opvatting van het Amerikaanse radiostation Live365.com, dat in het programma Wine and  music bij het album The Best of Bread de zeer fruitige Sauvignon Blanc van het in Napa Valley gevestigde domein Crocker Starr adviseerde – omdat daarmee ’een perfecte stemming’ ontstond. Klinken op klanken dus. Als je alle facetten beschouwt, zou er een wellicht een nieuw beroep moeten komen: de wijndj. Of beter nog, de muzieksommelier.

***

 De nazaten van Gustave Eiffel (1832-!923), de constructeur van de Eiffeltoren in 1889, bezitten jong bedrijf dat zich anno 2021 in de Champagne business heeft begeven. De wijngaard is 9 hectare groot en bevindt zich niet ver van Reims in de Valleé de l’Ardre. Ondanks zijn jonge geschiedenis ziet de kwaliteit van Eiffel Champagne er veelbelovend uit.
Aldus de toelichting van wijnetiketten collector Bert Wentzel (jokebertwentzel@gmail.com)
die dit label selecteerde uit zijn unieke verzameling.

 

 

 

 

 

 

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.