~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~


ALKMAAR IS MEER DAN KAAS,
VÉÉL MEER

Alkmaar, dat met ruim 100.000 inwoners de belangrijkste stad is in het noorden van Noord-Holland, kent men vooral, en vaak zelfs uitsluitend, vanwege zijn altijd zeer druk bezochte kaasmarkt. Die daar sinds 1622 plaatsvindt, al heel lang op de laatste vrijdagochtend van de maand (maart tot en met september) en die als grootste attractie de sjouwende kaasdragers heeft met hun altijd kleurrijke hoeden van stro. Maar Alkmaar heeft veel meer te bieden, ongelooflijk veel meer, zoals de onderstaande beschrijving van een stadswandeling bewijst.

 Wie met de auto komt, kan het best parkeren in De Karperton, een hele grote, behoorlijk centraal gelegen parkeergarage (Dijk 16). Houd er alleen rekening mee dat grotere automodellen alleen met moeite de korte bochten naar boven en beneden kunnen nemen. Wat meteen opvalt is, dat de garage muren van allerlei kaasafbeeldingen en -teksten werden voorzien. Eenmaal buiten even rechtsaf, dan links, en je komt op een gracht met aan de linkerzijde een aantal historische panden. In een daarvan, op  Voordam nummer 8,  is In de Soete Suyckerbol gevestigd, de leukste snoepwinkel van de stad en wijde omgeving. Deze zaak (fot rechts) verkoopt alle mogelijke, veelal nostalgische lekkernijen waaronder wel 65 soorten drop. Het pand meteen links ervan, het Landbouw Huis, heeft een kleurrijke gevelsteen, een van de vele gevelversieringen die in Alkmaar kunnen worden ontdekt; het loont dus de moeite om tijdens de wandeling vaak omhoog te kijken. Maar let op fietsers, want die bevolken het centrum volop.
Nu even de nabije witte ophaalbrug over, en je arriveert op het Waagplein dat bij mooi weer één groot terras is (foto helemaal onder) en waar tevens de maandelijkse kaasmarkt plaatsvindt. Deze markt gaf bij herhaling aanleiding, acht keer zelfs, om te plein te vergroten. De zuidzijde van het plein wordt dominant ingenomen door het imposante Waaggebouw dat aanvankelijk een kapel met een gasthuis was, en dat eveneens bij herhaling werd vergroot. Het kreeg bovendien een fraai versierde toren. Nadat Alkmaar tijdens de 80-jarige oorlog dankzij o.m. slim aangelegde aarden wallen het beleg van de Spanjaarden wist te breken, bood Willem van Oranje de stad als beloning twee keuzes aan: of een universiteit of waagrechten. Als echte handelaren kozen de Alkmaarders voor het laatste (in tegenstelling tot Leiden dat voor ’s lands eerste universiteit koos). Op de voorgevel van het Waaggebouw staat een Latijnse spreuk die luidt ‘Moed en kracht schonken aan bestuur en burgerij van Alkmaar het verloren waagrecht weer’.  In het Waaggebouw is de VVV gevestigd waar je o.a. een handige stadsplattegrond kunt ophalen en alle mogelijke kaas gerelateerde souvenirs kunt kopen. Boven de winkel bevindt zich het Kaasmuseum dat van alles toont over het maken van kaas en de geschiedenis ervan. Op verzoek kun je in een vrij grote zaal ook een acht minuten durend film bekijken over de Hollandse kaashistorie. Bovendien wordt op de bovenste verdieping regelmatig kunst geëxposeerd; tot en met 13 september zijn dat sfeervolle, zeer Hollandse schilderijen van Sietse Wiersma die woont en werkt in Oudkarspel.
Er zijn nu diverse opties om de stadswandeling voort te zetten, waaronder de volgende. Als je de VVV door de zijdeur  verlaat, ga dan even links en daarna meteen rechts. Je komt dan op de Mient, een korte gracht vol horecabedrijven en winkels die in historische panden werden ondergebracht.Er vertrekt ook een rondvaartboot. Vanaf een verhoging op een brede brug zijn een paar fraaie gevels te zien van 17e eeuws panden. Een ervan draagt niet alleen een kleine gevelstenen met een kroon en het wapen van Alkmaar (een kasteeltoren), maar ook een eentje met een hoorn, want de koopman die het bouwde kwam uit Hoorn. Een stukje verder langs de Mient ligt een brede, licht gebogen brug, met aan de overzijde enkele fraaie gevels waaronder de witte van het pand Leeuwenburg. De beeltenis hoog erboven (links) toont twee witte leeuwen die met hun achterwerk tegen het wapen van Almaar liggen. Dit als protest van de eigenaar tegen het rommelige bouwbeleid van de gemeente, destijds in 1707. Haaks op de Mient loopt, naar de Grote Kerk, in min of meer westelijke richting de Langestraat die behalve lang ook breed is. Aan weerszijden vind je een en al winkels, waarvan sommige in historische gebouwen werden ondergebracht (foto rechts). Verderop in de straat, dichter bij de Grote Kerk, staan enkele imposante panden. Waaronder het gemeentehuis met zijn ranke toren. Het oorspronkelijke gebouw, waar ook bloederige vonnissen werden voltrokken, is ongeveer vijfhonderd jaar oud, maar ging door een brand in 1890 verloren. Waarna het begin 20e eeuw geheel werd gerestaureerd. Je kunt het alleen van buiten bekijken, tenzij je er trouwt. Links ervan staat het zogeheten Moriaanshoofd, een voormalig patriciërspand uit de 81e eeuw met in de hoogte een kleurrijke groep sculpturen die deugden symboliseren, waaronder wijsheid en waakzaamheid (foto rechtsboven).
Je zou nu de Grote Kerk even links kunnen laten liggen, letterlijk zelfs, en naar het Stedelijk Museum Alkmaar kunnen gaan. Dit oogt sober van buiten, maar exposeert prachtige, meestal kleurrijke collecties, zowel permanente als tijdelijke, veelal van expressionistische kunstenaars. En het heeft een eigen café. Meteen rechts van de entree werd een groot historische tegeltableau aangebracht dat vroeger het Waaggebouw sierde, maar vervangen moest worden omdat tegels los vielen. Voor meer informatie over het museum zie bij ‘Galerie & Musea’ op deze website.
Dan nu naar de Grote Kerk ofwel Sint Laurenskerk. Deze staat op het hoogste punt van de stad, de plek waar rond het jaar 900,als begin van de stad een houten kapel heeft gestaan. Het huidige, 35 meter hoge en 85 meter lange gebouw verrees tussen 1470 en 1520, wat voor die periode een recordtijd was. Dat de in Brabantse gotiek gestijlde kruisbasiliek zo snel verrees, was vooral te danken aan de uit Mechelen afkomstige architect Anthonius Keldermans die tevens optrad als bouwmeester, samen met twee familieleden. Vandaag de dag heeft de kerk geen religieuze functie meer, maar is een druk bezocht cultureel-historisch centrum waar alle mogelijke activiteiten en evenementen worden georganiseerd, inclusief  tentoonstellingen en concerten, waaronder die op het eigen imposante orgel. Tot en met 12 september is de Grote Kerk zes dagen per week geopend, alleen niet op maandag.
Vanuit de kerk wandelen we nu rechtsaf de Koorstraat in. Op nummer 48, in een hoekpand, is IJssalon Laak gevestigd, de bekendste van de stad – en in 2015 uitgeroepen tot de beste van heel Nederland. Er wordt slechts één soort ijs gemaakt en geserveerd, namelijk vanille-ijs. Schuin aan de overzijde staat een stevig gebouw compleet met tralies voor enkele van de zijramen. Tegenwoordig is het een kledingzaak, maar van oorsprong is het een filiaal van de Nederlandse Bank. Het is hier dat handelaren vroeger hun weekopbrengst brachten. Waarnaar vroeger ook geld werd gebracht, maar dan voor een ander doel, is het smalle straatje verderop rechts. Want dat heette de Bordeelsteeg, een naam die later werd omgedoopt tot de fatsoenlijker Vrouwenstraat. Je loopt het straatje binnen langs een leuke muurschildering met Tom Poes – en uiteraard kaas. Weer iets verder, aan de rechterzijde van de straat, die nu Ritsevoort heet, vinden we op nummer 36 het boekenantiquariaat De Alkenaer. Dat niet alleen tweedehandsboeken verkoopt, maar achterin ook een zaal heeft waar lezingen, concerten en andere culturele evenementen worden georganiseerd. Je bent nu slechts enkele stappen van de Oudegracht die vroeger de stadsgrens van Alkmaar vormde. Meteen over de  brug rechts staat een hoekpand waarachter een van Alkmaars hofjes verscholen ligt, het uit 1646 daterende, acht woninkjes tellende Hofje van Splinter (links). Ze liggen aan een gang die via de voordeur gewoon kan worden betreden. De bewoonsters zijn al eeuwenlang ongehuwde vrouwen – die vroeger ‘van goede komaf’ dienden te zijn. Nu rechtdoor en we bereiken de singel, waarlangs een smal park werd aangelegd Dit ringwater heeft lang dient gedaan als de nieuwe stadsbegrenzing na de Oudegracht. Bij de hoek van de Ritsevoort staat een voormalige Duitse bunker waarin nu een bloemenzaak is gevestigd, terwijl op een stadswal erachter de 18e eeuwse Molen van Piet nog altijd zijn wieken draait. Tegenover de bloemenzaak staat een kleine sculptuur van de talentvolle Maria Tesselschade Roemer Visscher (1599-1649) die vanuit Amsterdam naar Alkmaar was verhuisd. Ze kon werkelijk van alles: schrijven dichten, schilderen, musiceren, glas graveren en zingen, wat ze o.a. deed voor de Muiderkring. Haar beeltenis (in 2018 gemaakt door een beginnende amateur, Fabio Pravisani) is een van de talrijke kunstwerken die in Almaar werden geplaatst. Er bestaat zelfs een kunstroute waarvan de VVV een plattegrond verkoopt. Linksaf lopend over een door groen omgeven parkpad zien we een rij prachtige, villa-achtige huizen, allemaal anders. Het was en is zo’n beetje de goudkust van Alkmaar. Een van de projectontwikkelaars gebruikte voor sommige panden niet alleen een speciale, ietwat grijzige steensoort, maar gaf de huizen ook namen die verwezen naar o.m. de bekende, 19e eeuwse schrijfster Toussaint en enkele van haar boektitels, zoals Hofdijk – en die namen mogen nimmer worden verwijderd. Nu linksaf, de Zilverstraat in, waar op een hoek Het Kasteeltje prijkt, een puur Jugendstil pand dat ooit gebouwd werd als… sigarenwinkel (de derde van de toenmalige eigenaar). Via een brede brug over de Oudegracht keren we nu terug naar het oude centrum. Maar lopen nog wel even links de gracht op vanwege enkele opmerkelijke panden die daar staan, zoals het met een speciale, kostbare verf rood getinte, 17e-eeuws huis van een voormalige zeevaarder die twee gevelstenen liet aanbrengen van respectievelijk een heen varend en een terugkerend zeilschip (foto boven). Eenmaal over de brug komen we in een winkelstraatje met aan het eind rechts het grote pand dat Vroom & Dreesmann daar in 1925 plaatste (overigens zonder de geplande toren). Nu rechtsaf, de Laat in. Tegen een muur van het V&D gebouw is een bijzondere gedenksteen te zien. Deze geeft aan dat op deze plaats het geboortehuis heeft gestaan van architect Jan Wils die het Olympisch Stadion van Amsterdam ontwierp. Je zou nu linksaf kunnen gaan, via de winkeltjesrijke Huigbrouwerstraat en dan rechts naar wat ooit de belangrijkste markt van de stad was, de Vismarkt. Verse vis werd daar ooit dagelijks aangevoerd, en twee aangeklede ooievaars pikten de grond schoon. Voorbij de Vismarkt links en je komt in de Hekelstraat. Wie de deze doorloopt komt op en grachtbrug die een bijkans iconisch uitzicht biedt op het Waaggebouw. Pal naast de brug staat het groene Huis met de Kogel dat zo heet vanwege een in 1573 afgevuurde Spaanse kanonskogel die hoog tegen de gevel werd aangebracht. Loop nu terug en ga rechtsaf. In het steegachtige straatje zie je al gauw het  hoekpand waar ene Albert(us) Heijn anno 1897 zijn derde filiaal begon; tegenwoordig is het een kledingzaak. Het winkelstraatje draagt per abuis een heel curieuze naam, te weten Fnidsen, een verkeerd verstane versie van… Venetië. Loop deze uit, en je bent weer terug bij het Waaggebouw en zijn vele nabije, uitnodigende terrassen.


Alkmaar ontdekken kan ook heel plezierig met een deskundige gids van het Gilde Alkmaar. Voor de mogelijkheden zie www.stadswandelingen@gildealkmaar.nl.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

 ***

SCHILDERIJ VAN DE MAAND

De inspiratie voor dit werk kwam van een schilderij dat ik zag – en zeer bewonderde – in het Singer Museum. Waar momenteel een mooie expositie te zien is van geleende schilderijen uit het MuMa Le Havre museum. Het desbetreffende werk werd rond 1900 gemaakt door de veelzijdige kunstenaar Georges d’Espagnat die Pierre Auguste Renoir bij herhaling bezocht in de Provence.  Aan mijn schilderij, dat ik Provençaalse wijnvilla doopte, en dat bijna half zo groot is als het origineel, heb ik heel geduldig, vanwege alle details, een eigen zwaai gegeven, het is eigenlijk een impressie van een impressie. Voor meer informatie zie La Belle France op www.vinpressionist.com.

 

***

 

WIJNK(L)IEKJES – 11
Bij toeval vond ik een archiefmap vol foto’s van vroeger. Het zijn herinneringen, visuele restjes eigenlijk, van wijngebeurtenissen die decennia geleden plaatsvonden.

Als iemand de titel ‘Master of Wine’ verdiende, was dat Michael Broadbent (1927-2020). Want hij was een meesterlijke proever en een meesterlijke wijnauteur. Zijn ‘Wine Tasting’ (eerste druk 1968) leerde mij meer over wijn proeven dan alle boeken en artikelen die ik over dit onderwerp eerder gelezen had, en daarna zou lezen.

Een jaar of tien later kreeg ik van Michael zowaar het verzoek om een Nederlandse vertaling van zijn standaardwerk te begeleiden. Wat ook lukte, Diets van Vessem, woonachtig in Utrecht, deed het vertaalwerk, en stuurde mij zijn teksten ter verificatie. Bovendien verrichte Jan Hein Verlinden redactiewerk. Als dank kreeg ik van Michael Broadbent, toen directeur van Christie’s Wine Department, een antieke wijnkaraf cadeau. Jazeker, hij was ook als mens een meester. Die bovendien genoot van het leven; zo dronk hij ’s ochtends op kantoor vaak een glaasje Madeira.

Michael proefde (en beschreef in allerlei uitgaven) de grootste wijnen ter wereld, maar bleef een relativist. Voor jonge Nederlandse importeurs gaf hij eens een proeverij van topwijnen uit Bordeaux. Michael verstrekte knap commentaar, maar merkte dat onder de aanwezigen een soort hossannastemming heerste. Wat hem deed zeggen, in zijn onberispelijke Engels: ”Heren, heren, we mogen nóóit vergeten dat zelfs de grootste, duurste Bordeaux bedoeld is om te mond te spoelen tussen twee happen eten door; it cleans the mouth like a Hoover.”

De onderonsje foto werd ruim dertig jaar geleden genomen in Luzern, tijdens de presentatie-met-proeverij van mijn ‘Atlas der Spanische Weine’ die uitgever Hallwag voor de gehele Duitstalige pers had georganiseerd. Ook Michael hield toen een boek ten doop. Niet veel later zouden we intensief gaan samenwerken voor de eveneens internationaal uit te geven ‘Bordeaux Wijnatlas & Encyclopedie’ waarvoor hij, op zijn onnavolgbare wijze, de introducties van alle appellations beschreef. Het was een voorrecht deze meester te hebben meegemaakt.

 ***

***

 BEPROEFD & GEPROEFD
recepten uit Julie’s kookdagboeken

Al meer dan 50 jaar houdt mijn vrouw Julie kookdagboeken bij waarin ze recepten noteert van gerechten die thuis tot tevredenheid werden bereid, ook voor etentjes met familie en vrienden. Hier is een van Julie’s recepten, vorige maand beproefd en geproefd.

Zomers en simpel: een topping voor gebakken vis
4 radijsjes, klein gehakt * 2 el mayonaise * 2 tl fijn gehakte dille * zout en peper naar smaak. Dit recept past prima bij gebakken lekkerbekjes.
Meng alle topping ingrediënten samen. Bewaar enkele stukje radijs en wat dille voor de garnering (zie de foto). Serveer dit visgerecht desgewenst met pasta plus gebakken/gegrilde courgetteschijfjes of een andere zomergroente. Verrukkelijk hierbij smaakt o.a. een Vermentino van Sardinië.

***

…Constant Fonk, Alexander Koene,
Camille Oostwegel en Michel Teulings…

 TERUG IN DE TIJD MET
FAVORIETE WIJNKAART WIJNEN
VAN LEGENDARISCHE RESTAURATEURS

 In mijn Wijngids Nederland, die in september 1982, verscheen onthullen legendarische restaurateurs van toen hun favoriete wijnkaart wijnen. Wat meteen opvalt is hoe klein de wijnwereld destijds was, want op een handvol na zijn alle genoemde wijnen Frans. Nieuwsgierig? Hier is de zesde greep, per plaats op alfabet..


‘s-HERTOGENBOSCH
’t Misverstand (Alexander Koene)
wit
Château Charron, Premières Côtes de Blaye
Riesling Saint-Urbain, Zind-Humbrecht
Pernand-Vergelesses, Laleure-Piot
rood
Château Couhins, Graves
Château de Villegeorge, Haut-Médoc
Clos Saint-Denis, Domaine Dujac

De Pettelaar (Michel Teulings)
wit
Menetou-Salon, Domaine de Châtenoy
Saint-Véran, Georges Duboeuf
Chardonnay, Robert Mondavi
rood
Château Labégorce, Margaux
Morey-Saint-Denis, Domaine Dujac
Gran Coronas, Torres

HOORN
De Oude Rosmolen (Constant Fonk)
wit
Château Cours-le-Muts sec, Bergerac
Meursault-Perrières, Ampeau
Domaine de Chevalier, Graves
rood
Volnay Clos de la Bousse d’Or, Domaine de la Pousse d’Or
Château Court-les-Muts, Bergerac
Domaine de Saint Jean, Cabernet Sauvignon, Coteaux Varois

KERKRADE
Kasteel Erenstein (Camille Oostwegel)
wit|
Crozes-Hermitage, Delas
Sancerre, Château de Maimbray
Meursault-Charmes, Prieur-Brunet
rood
Coteaux Champenois Cumières, Blosseville-Marniquet
Château Clerc-Milon, Pauillac
Domaine Tempier, Bandol

(…wordt vervolgd…)

***


***

Tanzania is een van de grotere wijnlanden van Afrika; reeds voor de Tweede Wereldoorlog introduceerden Italiaanse missionarissen er druivenstokken. De wijngaarden van Dodoma liggen middenin het land, en werden anno 1969 door de toenmalige regering geplant. Men oogst er twee maal per jaar, in zowel maart als september. Het afgebeelde etiket betreft een rode wijn gemaakt van syrah, cabernet sauvignon en de lokale druif makutupora. Aldus de toelichting van de grote etiketten verzamelaar Bert Wentzel (jokebertwentzel@gmail.com) die dit label selecteerde uit zijn wereldomvattende collectie.

 

 

 

 


Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.