KLEURRIJK
BESCHIKBAAR

Dit boek, mijn 121e en het eerste dat helemaal gewijd werd aan mijn impressies, aan mijn 175 mooiste eigen schilderijen – die ik stuk voor stuk van een persoonlijke toelichting voorzie – telt tweehonderd pagina’s, verscheen bij Davey Jones Publishing en kan voor €19,95 worden besteld bij o.m. Bol.com via deze link https://www.bol.com/nl/nl/s/?searchtext=De+175+mooiste+van+Hubrecht+Duijker 

 

 ***



TOEREN IN TICINO

De taal is Italiaans, alle dorpen en steden dragen Italiaanse namen, de levensstijl is Italiaans, er zijn talrijke trattorias, osterias, pizzerias, enotecas, en zelfs de wettelijk wijntermen zijn Italiaans. Het is zelfs moeilijk voor te stellen dat je in Zwitserland bent. Eigenlijk alleen de nummerborden,  de francs en de hoge prijzen herinneren daaraan. Zo heb ik het  ervaren in TICINO, het zuidelijkste en zonnigste van alle Zwitserse kantons. Lugano is er de bekendste stad, en het daarnaar genoemde, immense, grillig gevormde meer en zijn omgeving bepalen het landschap. Rond deze watermassa liggen geen stranden, maar wel schilderachtige dorpen en veel natuurschoon, waaronder hoog oprijzende bergen. Wandelroutes zijn er volop, met kabelbaantjes kun je naar een paar bergtoppen. en uiteraard kunnen per boot vanuit de stad allerlei  excursies worden gemaakt. Toch zou je een streekbezoek misschien het best kunnen beginnen in Bellinzona, op ongeveer 25 kilometer benoorden Lugano. Deze Middeleeuwse marktplaats fungeert niet alleen als hoofdstad van Ticino, maar wordt ook beschouwd als de meest authentieke,  meest Ticinese stad van de regio. Tevens IS Bellinzona een soort grenspost tussen noord en zuid. Vandaar dat in en bij de stad kastelen werden gebouwd, waaronder het imposante, op een stadsheuvel prijkende Castelgrande (foto’s boven) Vanaf het geheel gerenoveerde Piazza del Sole (waaronder een parkeergarage ligt) is de burcht snel te bereiken met een lift. De betonnen gang naar die lift heeft symbolisch de vorm van een sleutel. Het huidige fort met zijn talrijke kantelen verrees vanaf de 15e eeuw. Op de  binnenplaats, waar kinderen en volwassenen plegen te picknicken, worden regelmatig sculpturen geëxposeerd. Een van de torens kan worden beklommen en geeft een weids uitzicht. Beide andere versterkingen, aan de noordkant van Bellinzona, vertonen een vergelijkbare bouw en bieden elk onderdak aan een museum. Het centrum bestaat deels uit fraaie, statige gebouwen, vooral tussen, op  en rond twee pleinen, het Piazza Collegiata en het Piazza Indipendenza.  Aan het laatste staat o.a. een kerk met een paar grote schilderingen op een buitenmuur. In het oude raadshuis, vlakbij, zijn galerijen te zien met achter de bogen stripachtige  muurtekeningen. Ook het toeristenbureau werd hier ondergebracht, en ervoor vindt de zaterdagse markt plaats. Het ruime, zonovergoten Piazza Collegiata wordt geflankeerd door  een kerk en enkele opmerkelijke andere gebouwen, waarvan er een bustes van o.a. Dante tegen zijn gevel heeft. Voorts is het op een van beide pleinterrassen heerlijk lunchen, in de zon. Tearoom Reverelli (met de rode parasols) serveert behalve pasta’s ook royal sandwiches, zoals met tonijn. Je kunt er bovendien kennismaken met een vineuze, eigenlijk unieke wijnspecialiteit van Ticino, namelijk Merlot Bianco. Jazeker, wítte Merlot. Vervaardigd door van de gelijknamige blauwe druif alleen het sap te laten gisten, zonder de kleur gevende schilletjes. Vanwege zijn meestal zachte zuren en aroma van licht gekruid wit fruit doet de wijn vaak denken aan een stevig soort Pinot Blanc, met dikwijls als extraatje een klein bittertje. Houtgerijpte soorten komen eveneens voor en kunnen  dienen als alternatief voor Chardonnay.  Vanuit Bellinzona kun je allerlei uitstapjes maken, wandelend of met de auto. Een ervan voert langs de Via delle Vigne, de ‘wijnstraat’ richting Locarno. Langs de route bevinden zich diverse wijnbedrijven en uiteraard  wijngaarden, waaronder hele steile, met terrassen. Enkele zijn in het groeiseizoen afgedekt met netten, als bescherming tegen hagel, de meest gevreesde plaag ter plaatse. We leren meer over Ticino’s wijnen bij Tamborini, een groot bedrijf  langs de oostelijke parallelweg tussen Bellinzona en Lugano. Het keldercomplex staat even voorbij het dorp Taverna (waar het plezierig lunchen is bij Motte del Gallo, een sjiek ingericht, in de Michelin gids vermeld restaurant waar op hoog niveau wordt gekookt. Ook hier wordt regionale Merlot in allerlei varianten geschonken. Heel begrijpelijk, aangezien van de 1120 hectare wijngrond binnen het kanton ruim 80 procent beplant is met merlot. Waarom juist deze variëteit? In 1908, nadat de druifluis ook hier alle druivenstokken had vernietigd, begon de politicus en gedreven agrariër Giovanni Rossi te experimenteren met diverse Franse en Italiaanse rassen. Dit gebeurde bij Castelrotto, een bergdorp westelijk in het gebied. Daarna bleek dat vooral de merlot goed gedijde in het zeer zonnige, maar tijdens de koele maanden zeer regenachtige Ticino. Waar bovendien veel arme, goed drainerende gronden voorkomen, perfect voor wijnbouw geschikt. De akker waar dit pionierswerk werd verricht, is tegenwoordig eigendom van Tamborini.  Inmiddels brengt het kanton circa 250 soorten Merlot voort – rood, wit en rosé – in uiteenlopende stijlen, en van circa 75 producenten.

Vanaf Taverna is het niet ver rijden naar Lugano. Dit ‘Monte-Carlo van Zwitserland’ –  het is mondain en je kunt er gokken – ligt aan een brede baai langs het meer. Helaas is het verkeer is er een crime, met voortdurend opstoppingen. Soms staat de kilometerslange kade helemaal vol met ronkend blik, terwijl  centraal gelegen parkeergarages overvol plegen te zijn. De architectuur is deels mooi en typisch Ticino, deels modern en gewoon lelijk. Prachtige panden worden dus afgewisseld door foeilelijke blokkendozen van beton. Bovendien geeft de fameuze winkelstraat Via Nassa (foto, galerijen) je als niet-miljonair terstond een minderwaardigheidscomplex, vanwege de dure horloges en kostbare designkleding  die aan beide zijden overvloedig wordt aangeboden. Wel aangenaam flaneren is het langs de meeroever, waar veel bloemperken (vaak met tulpen) werden aangelegd. Voorts heeft men in het  stadshart gezellige pleinen gecreëerd. Het Piazza della Riforma bijvoorbeeld, met zijn doorgaans drukke terrassen. Een daarvan behoort aan het Sasscafé dat zich vineria noemt vanwege de vele grandi vini die je daar kunt bestellen, met bijpassende gerechten.  Een gewoonlijk rustig museum langs de drukke kade is het Museo d’Arte, waar wisselen tentoonstellingen van moderne kunst worden georganiseerd. Meer kunst, meestal historische, valt te bekijken in de rozekleurige Villa Ciani die verrees in een park langs de noordoever.  Eenmaal daar ben je op loopafstand, namelijk enkele honderden meters, van een idyllische plek om in de late middagzon te genieten van een kop thee of glas wijn. Namelijk het terras van Grand Hotel Villa Castagnola (rechts). Dit is een prachtig hotel, het beste van Lugano, met 78 kamers, alle afzonderlijk ingericht, met balkon en uitzicht over het meer met daarachter de berg San Salvatore. In het gebouw, dat anno 1880 verrees als vakantievilla voor een Russische aristocraat, staat en hangt veel kunst. En vanaf het terras kijk je over een deels met palmen begroeide, parkachtige tuin die gedecoreerd werd met eigentijdse beeldhouwwerken. Opzij van de hotelentree loopt een straatje naar de tandradbaan waarmee je in twee etappes de top van de Monte Brè (933 meter) kunt bereiken. Het panorama daar is geweldig, maar minstens zo leuk is het nabije dorp Brè, waar  de straten en gebouwen werden versierd  met een rijke collectie kunstwerken en een museum gewijd werd aan Wilhelm Schmidt (Duitse schilder, jaren ’20; zie foto schilderij). Over kunst gesproken – schrijfkunst, dichtkunst, schilderkunst – daaraan heeft Hermann Hesse zijn leven met zo veel succes gewijd dat er in  Ticino een kwart eeuw geleden een museum met zijn memorabilia werd ingericht (interieurfoto). Het staat in Montagnola, een plaatsje even ten zuidwesten van Lugano. Want daar heeft Hesse meer dan vier decennia gewoond en gewerkt. Dit onder meer door prachtige, kleurrijke aquarellen te maken in een geheel eigen, ietwat primitieve stijl. In 2022 is het overigens 145 jaar geleden dat de geniale Duitser werd geboren, en 60 jaar geleden dat hij overleed.

Vanuit Lugano kunnen diverse boottochten worden  gemaakt. Een terecht populaire is die naar Gandria, een kleurrijk, tussen het water en gesteente ingeklemd dorp met smalle, hellende straten. In een van de lokale restaurants, Locanda Gandriese, kun je, als er ruimte is, eenvoudig lunchen op een klein zonnig balkon, met uitzicht over het meer. Voor wandelaars die niet opzien tegen een tocht ongeveer vijf kwartier over deels hellend  terrein, terug naar Lugano, verdient de Sentiero dell’Olivo ofwel Olijfroute een aanbeveling. Deze volgt de bochtige meeroever en trakteert steeds op wisselende vergezichten, terwijl langs het pad wilde bloemen en planten groeien – en uiteraard  olijfbomen. Op enkele panelen wordt bovendien uitleg gegeven over olijfolie. Ongeveer de helft van de tijd loop je op dit pad, daarna over straten door buitenwijken van de stad. Nog pittoresker dan Gandria is Morcote dat vanuit Lugano zowel per boot als met de auto kan worden bereikt. Dit dorp (foto helemaal boven, bij de kopregel van deze reportage) ligt op de punt van een schiereiland. Het bestaat grotendeels uit oude, dicht op elkaar staande gebouwen en steile stegen, met daarboven een grote kerk plus kerkhof. Op de begane grond, langs de gebogen kade, kun je door galerijen wandelen en daar versnaperingen gebruiken in een van de cafés of restaurants. Even voor de galerijensector is La Bottega del Vino gevestigd, een leuke winkel waar eigenaresse Lisa Gebert (foto)  allerlei smakelijke zaken verkoopt. Waaronder diverse soorten polenta, een regionale specialiteit, en streekwijnen in diverse flesformaten. Je kunt er ook kaas- en worstplankjes bestellen, met uiteraard een glas wijn.   Over Ticino’s lange wijngeschiedenis ervaren nog meer we op een bijzondere plek in het zuidelijke Mendrisio. Namelijk in de Viale alle Cantine. Langs deze straat, tegen de flank van een berghelling, werden vanaf 1724 wijnkelders met grotgangen geconstrueerd. Zo’n beetje als  Oostenrijkse in Weinviertel en Wagram, maar dan hoger en groter. De meeste dienen tegenwoordig als woonhuis, kantoor of opslagruimte. Mendrisio is weer zo’n rommelige plaats met enerzijds mooie historische panden en anderzijds echt lelijke die later verrezen. Beslist een bezoek  verdient het in een voormalig klooster ondergebrachte Museo d’Arte, gelegen naast een kerk en de straat die naar Le Cantine loopt. Het toont wisselende exposities. Van het museum kun je via een smalle straat, waar o.a. een vioolbouwer gevestigd is, een fraaie trompe l’loeil ontdekken, op een binnenplaats naast een bakker . Om vervolgens door te wandelen naar het Piazza del Ponte, waar een van Medrisio’s vijf kerken de omgeving vanaf een heuvel domineert, de Chiesa San Cosma e San Damiano. Het provinciestadje vormt ook het instappunt van een stoomtreintje naar de ruim 1700 meter hoge Monte Generoso – die zijn naam eer aandoet. Want van zijn top is op een mooie dag het uitzicht over Ticino bepaald genereus.


***

 

 SCHILDERIJ VAN DE MAAND

Tijdens mijn ontdekkingsreis door Ticino zag ik veel moois rond het Meer van Lugano en in de gelijknamige, mondaine stad. Met als letterlijk hoogtepunt het Parco San Grato waarin licht en donker, kleur en schaduw schilderwaardige contrasten vormden. Nu nog een glas Ticinese Merlot, en ik ben weer helemaal terug in Zwitserlands zuidelijkste en zonnigste kanton. Meer details over dit schilderij vind je bij Landschappen op www.vinpressionist.com.

 

 

DOMAINE DE CHÂTENOY

We zijn in Menetou-Salon, diep in het Loire-dal en niet ver van Sancerre. De familie Clément maakt er al wijn sinds 1560. Waar de familie Clément al eeuwenlang wijnbouw  beoefent, sinds 1560 om precies te zijn. Het huidige Domaine Clément, dat we in Nederland vooral kennen als Domaine Châtenoy, werd anno 1894 aangekocht door Pierre-Alexandre Clément, de voorouder van de huidige eigenaren. Behalve druiven verbouwde hij andere gewassen, waaronder graan, en op het land graasden koeien en schapen. Maar wijn was zijn passie. Toch nam Pierre-Alexandre ook de wijnbouw heel serieus. Zo beschreef Pierre-Alexandre een revolutionaire methode om meeldauw de bestrijden, en stichtte ook een  regionaal genootschap van viticulteurs.

Sinds 1985 is Domaine de Châtenoy, dat zo’n 60 hectare bestrijkt van de circa 900 die heel Menetou-Salon telt, eigendom van Isabelle en Pierre Clément (samen op de foto) die het bedrijf  samen met hun dochter Anne runnen, en daarmee de vijftiende en zestiende generatie vertegenwoordigen. Hun ambitie is simpelweg: Menetou-Salon maken op topniveau. Om dat te bereiken hebben ze veel geïnvesteerd in o.a. eigentijds keldermaterieel. Met als motto ‘goede wijn krijg je alleen met goede druiven’ brengen de Cléments ook veel tijd door in de wijngaard. Bovendien houden ze rendementen laag, selecteren de geplukte trossen streng, en gebruiken voor de wijnbereiding alleen natuurlijke ‘wilde’ gisten. Het cultiveren van de druiven geschiedt zo natuurlijk en duurzaam mogelijk, via de richtlijnen Terra Vitis en HVE (Haute Valeur Environnementale), en de overgang naar volledig biologisch gecertificeerde wijnen is een feit. Twee derde van de wijngaarden is beplant met sauvignon blanc en een derde met pinot noir. De stokken groeien op de kalkrijke kleibodems met oesterschelpen uit het Kimméridgien – dezelfde grondsoort die Champagne zijn karakter geeft. Vanwege hun vorm worden de fossielen van oesterschelpen ter plekke oreilles de poule ofwel kippenoren genoemd.  De wijngaarden bevatten druivenstokken tussen de 24 en 57 jaar oud en in sommige percelen staan zelfs – zorgvuldig geselecteerde – sauvignon blanc klonen van meer dan tachtig jaar oud. Bij de vinificatie grijpt Pierre Clément zo weinig mogelijk in en laat hij de zwaartekracht een groot deel van het werk doen. Het is duidelijk dat wijnbouw Pierre met de paplepel werd ingegoten. Als kind was hij altijd al in de druivenakkers van zijn vader te vinden. Meteen nadat hij in 1984 zijn universitaire diploma oenologie had behaald, ging hij aan de slag op het domein van zijn vader. Bovendien speelde hij, net als zijn verre voorvader, een voortrekkersrol bij het promoten van zijn Menetou-Salon. Zijn passe en zijn kennis heeft Pierre (die zijn witte Menetou-Salon o.a. graag bij oesters schenkt) uiteraard overgedragen aan zijn dochter Anne  die na het behalen van haar Master in Business aan de Economische School in Rouen ervaring opdeed bij wijnbedrijven in Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. In 2014 besloot zij officieel voor het familiebedrijf te gaan werken. Ook bij de andere kinderen, Marie en Pierre-Alexandre, zijn inmiddels de wijnkriebels waar te nemen, en de verwachting is dat zij Anne zullen bijstaan. Al met al lijkt de toekomst van Domaine de Châtenoy hecht verzekerd.
De importeur van Domaine Châtenoy is www.kwastwijnkopers.nl

 

***


LOUIS VAN DIJK

Tijdens langere autoritten beluister ik graag de cd Easy Listening (1995) met zijn rustgevende en tegelijk melodieuze uitvoeringen die Louis van Dijk registreerde met the London Studio Orchestra. De muziek bracht ook allerlei herinneringen terug aan Louis die – toen nog alleen jazzpiano spelend, als winnaar van het Loosdrecht Jazz Concours – ook bij ons thuis is geweest, samen me zijn vrouw. In het najaar van 1972, dus bijna vijftig jaar geleden, vroeg ik de zeer levensgenietende en wijnliefhebbende Louis om zijn favoriete wijn-spijscombinatie te publiceren in het door mij geredigeerde tijdschriftje Wijn & Spijs. Hier is wat deze geniale pianist, organist en componist spontaan schreef.

HET ARCHIEF SPREEKT

Mijn lievelingseten? Ik ben wild op alles wat lamsvlees is: lamsbout, lamskotelet, ga maar door. Erbij drink ik graag een hele mooie rode Bordeaux. Als ik goed in m’n centen zit bijvoorbeeld een Lynch-Bages. Of een mooie Margaux als Cantenac-Brown die ik verschrikkelijk lekker vind. Als er geen lamsvlees is, neem ik het liefst een mooi stuk rood vlees, bij voorkeur entrecôte. Die heeft iets meer karakter dan zo’n zacht kussen. Bordeaux heeft voor mij iets brutaals en meer karakter dan Bourgogne. ’t Is eigenlijk een gemenere wijn. Een mooie rode wijn die ik pas ontdekt heb, komt uit het Rhône-dal. Hij heet Côte Rôtie en is lekker en vol. Een witte Bourgogne om zachtjes en aandachtig te drinken vind ik Puligny-Montrachet. Of Chassagne-Montrachet. Het toppunt van verrukking is voor mij oesters met Sancerre. Elzassers drink ik ook graag, vooral sinds ik ben op genomen in de Confrérie St. Etienne. Een Gewurztraminer is een voortreffelijk aperitief. En tijdens de hittegolf van deze zomer heb ik iedere middag een koele Sylvaner of Riesling gedronken. Voor de Confrérie St. Etienne ben ik naar de Elzas geweest, en op weg daar naartoe hebben we Champagne Bollinger bezocht. We zijn toen ontvangen door Madame Bollinger: wát een klasse heeft die vrouw! Een zeer goed mens, in alle opzichten. Champagne brut is zalig. Ik drink het alleen bij leuke gelegenheden, hoewel ik er eigenlijk elke middag rond een uur of twaalf wel trek in heb. Maar ja, zoiets zou een beetje in de papieren lopen. Overigens is het in mijn wereldje van musici een veel voorkomend verschijnsel van stugge drinkers (van jenever, whisky enzo) overstappen op wijn. Op een gegeven ogenblik heb ook ik dat hele sterk gedrink overboord gezet. Ik ben toen in kennis gekomen met wijn – en drink vrijwel niets anders meer. Veel mensen in mijn kennissenkring hebben hetzelfde gedaan. Alleen gunnen ze wijn vaak geen aandacht. Dat is jammer, want wijn is méér dan alleen het innemen van alcohol, van wijn kun je ook werkelijk genieten!
Aldus verschenen in Wijn & Spijs, vierde jaargang, november/december 1972. De door Louis zelf geleverde foto, in het tijdschrift afgebeelde foto werd gemaakt door Max Koot.

***

Anno 1969 geboren in Johannesburg is Ernie Els een van de beroemdste golfspelers ter wereld. Vanwege zijn forse verschijning wordt hij ‘The Big Easy’ genoemd. Anno 1999 is in Stellenbosch begonnen met wijnbouw, samen met een Duitse baron, en beschikt inmiddels over 45 productieve hectaren. Waarvan hij en zijn team hoogwaardige wijnen maken,  waaronder Proprietor’s Cabernet Sauvignon en zijn Big Easy White van 100 procent  Chenin Blanc. Ook zijn Syrah wijn en zijn blends mogen er wezen. Aldus de toelichting van verzamelaar Bert Wentzel, jokebertwentzel@gmail.com, die dit label selecteerde uit zijn wereldwijde collectie.

****************************************

In deze nog schaars verkrijgbare autobiografie kun je o.a. lezen hoe was het om
…op te groeien binnen een academisch gezin waar vrijwel nooit wijn werd gedronken …als bierdrinker bij toeval wijnschrijver te worden …te wonen op Bordeaux châteaus …zware wijnproeverijen te overleven …Kuifje in wijnland te worden genoemd …op tv te koken met echte en vermeende sterren …vinpressionist te worden.
Het boek telt 33 hoofdstukken en bevat bovendien veel historische foto’s. Behalve als paperback (€14,95) verscheen het als E-book (voor slechts €8,95) én als luisterboek (€12,95; heerlijk voor o.a. lange autoritten) dat werd ingesproken door niemand minder dan Rudolf Bijleveld, de stemacteur die voorheen directeur was van een grote wijnhandel. De gedrukte versie zou verkrijgbaar moeten zijn bij betere boekhandelaren, terwijl alle drie de edities worden aangeboden door in elk geval bol.com.

 

 

 

 

 

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.