~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

HOOGTEPUNTEN
LANGS DE ENGELSE ZUIDKUST

 Dit jaar is het feest in Plymouth, want in deze Zuid-Engelse havenstad wordt herdacht en gevierd dat vijfhonderd jaar geleden de Mayflower met Protestantse families naar Amerika vertrok. Alwaar de zogeheten pilgrim fathers, na 65 dagen op zee, de eerste Engelse kolonie stichtten in wat nu de staat Massachussetts is. Het gezelschap bestond uit honderd mensen waaraan twee aan boord geboren baby’s werden toegevoegd. De nederzetting kreeg ook als naam Plymouth (net als zo’n veertig andere havenplaatsen over de hele wereld). Voor de viering heeft de oorsprongsstad Plymouth ingrijpende renovaties doorgevoerd, waaronder die van een havenmonument en het kunstmuseum. En je kunt er de tocht van de pelgrims beleven in het Mayflower Museum. Het was eveneens uit Plymouth dat Sir Francis Drake vertrok wiens vloot met hulp van een Hollandse blokkade en stormachtig weer de Spaanse Armada zou verslaan. Overigens had de admiraal als favoriete, nog bestaande pub The Ship, vlakbij de Normandisch-gotische kathedraal van Exeter, een stad die destijds een goede verbinding had met zee. Plymouth is een belangrijke marinehaven gebleven, wat goed te zien is vanaf een rondvaartboot. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de haven wel de aanleiding tot zware bombardementen die vrijwel het gehele centrum totaal verwoestten. Vandaar dat het stadshart nu voornamelijk bestaat uit saaie, soms brede straten met winkels, kantoren, flatgebouwen, hier en daar wat groen (waaronder zelfs palmbomen) en een enkele historische kerk. Gespaard en dus bewaard werd de havenwijk The Barbican die mede vanwege zijn gezellig karakter de grootste toeristentrekker ter plekke is. Langs de kade en door sfeervolle straatjes is het plezierig slenteren, terwijl er tal van gelegenheden zijn waar een ontspannen kop thee en uiteraard ook een high tea kan worden genoten, zoniet een glas lokaal bier of cider uit de streek, met daarbij een Cornish pie. In de wijk bevinden zich ook talrijke eetgelegenheden (Zie ‘Aanbevolen restaurants’). Je kunt er bovendien uitgebreid winkelen en zelfs een gintoer meemaken, bij The Plymouth Gin Distillery, de oudste distilleerderij van Engeland. Aan de zuidzijde wordt The Barbican begrensd door een enorme citadel, dezelfde die Michiel de Ruyter twee maal deed besluiten om Plymouth toch maar niet aan te vallen. Wie de kade, genoemd The Hoe, rond de citadel volgt, ziet al snel The Sound, een baai met daarin Drake’s Island waarop zich een resort bevindt. Opvallend zijn de ijscotrucks die op warme dagen ongeveer elke tweehonderd meter langs de kade hun huisgemaakte waren venten. Onder een bocht van de kade werd een immens zwembad aangelegd, de Tinside Lido, een van Europa’s tien mooiste. Het dateert uit 1935, bevat zout water en verrees in art deco stijl. Omhoog, rechts van de kade strekt zich het Hoe Park uit dat voornamelijk bestaat uit een groot gazon waarop en waarlangs monumenten en standbeelden werden geplaatst, inclusief een hoog war memorial en uiteraard een beeltenis van Drake. Een vuurtoren (die kan worden beklommen vanwege zijn uitzicht) completeert het geheel.
Als je bij Plymouth over de Tamar bridge rijdt, die met zijn 335 meter de langste hangbrug van het land is, kom je van Devon in Cornwall. Misschien wel het beroemdste kustplaatsje daar is, op pakweg drie kwartier per auto, Polperro. Vroeger was dit berucht als smokkelaarsdorp; de nabije grotten boden volop ruimte om gesmokkelde goederen op te slaan. Engeland heeft een periode gekend dat massaal werd gemokkeld om koninklijke belastingen op ongeveer alles, zelfs thee, te omzeilen. Vandaag de dag floreert Polperro als toeristische attractie en is het smokkelverleden alleen nog te beleven in het plaatselijke Heritage Museum. Auto’s van buiten, laat staan touringcars, worden niet toegelaten in Polperro. Vanaf de daarvoor aangelegde parkeerplaats loop je naar beneden het dorp in via een straat waarin meteen al links, in de Polperro Villa, een grote seizoenstentoonstelling van lokale kunstenaars wordt georganiseerd. Want behalve een bescheiden  vissersdorp fungeert het huidige Polperro als een kleine kunstenaarskolonie. Even verderop rechts, in een voormalig kerkgebouw, is nog meer kunst te zien in de Ebenezer Gallery die als onderkomen een voormalig kerkje heeft. Wie dezelfde straat steeds maar volgt, ziet uiteindelijk in een smal deel het zogeheten Shell House waarvan de gevel met duizenden schelpen werd versierd. De eigenaar, een voormalige zeevaarder die overal ter wereld schelpen had verzameld, begon ermee in 1937 en is met de gevel vijf jaar bezig geweest. Inmiddels zijn we vlakbij het door een wal beschermde haventje. Het wordt omringd door wit en blauw beschilderde panden, en behalve enkele vissersbootjes liggen er kleine plezierjachten. Je vindt er cafés, Gina’s studio kunststudio, een stalletjes waar verse vis een zeefruit worden verkocht, de Polperro Art Foundation (wederom een galerie) en souvenir shops. Rechts omhoog loopt een deels uit trappen bestaand weggetje naar de Chapel Hill voert, een prachtig panoramapunt voor de ruige kust van Cornwall (zie het schilderij van de maand) en de nabije Peak Rock, en rotsige landtong.
Weer verdere westwaarts langs de Engelse zuidkust heeft het grootste tuinrestauratie project van Europa plaatsgevonden, een mammoet project dat geïnitieerd werd door een Nederlandse miljonair, Tim Smit (inmiddels Sir). Die er ook een boek over schreef, in het verlengde van een zesdelig tv-serie over de realisatie van het project – dat als naam kreeg The Lost Gardens of Heligan. De tuinen, die zo’n 50 hectare bestrijken, behoren sinds 1560 aan de Tremayne familie waarvan de staf zo gedecimeerd werd door verlies van levens tijdens de Eerste Wereldoorlog dat  tuinonderhoud niet meer mogelijk was. Met als gevolg dat de tuinen volledig overwoekerden, tachtig jaar lang. Tim Smit zag ze voor het eerst in 1990, ontdekte een soort schone slaapster – en zes jaar later startte de totale restauratie. Vandaag de dag werken twintig tuinlieden permanent op dit landgoed dat jaarlijks zo’n 220.000 bezoekers trekt. Er valt véél te zien en te genieten in diverse tuinen. Een is er gewijd aan bloemen, een andere aan ananassen en meloenen, een derde aan citrusvruchten, een volgende aan allerlei groenten. Er is ook een jungle, en zowel de wandelpaden als de gazons zijn aan weerszijden vaak rijk begroeid. En zowaar, in de tuinwinkel worden ook wijnen uit Cornwall verkocht. Het is gewoon feest om deze ooit verloren tuinen te bezoeken. Wat eveneens geldt voor het historische deel van Plymouth en het zo pittoreske Polperro.

 ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

SCHILDERIJ VAN DE MAAND
Achter het Zuid-Engelse dorp Polperro – ooit berucht vanwege zijn smokkelaars, tegenwoordig een toeristisch vissersplaatsje met veel kunst – loopt een smal pad omhoog naar een uitzichtpunt over de ruige kust van Cornwall, in de diepte. Het beeld ik daar zag, op een zonnige dag, heb ik vastgelegd in een geschilderde impressie.

 Meer details staan bij Landschappen op
www.vinpressionist.com

******************************************************

Een van Nieuw-Zeelands grote wijntalenten, Helen Morrison, was op tournee in Europa, en kwam na o.a. Sofia en Stockholm langs in Abcoude. Waar ze persoonlijk enkele van haar wijnen presenteerde. Bijna zes jaar geleden kwam Helen in dienst bij Villa Maria, waar ze als senior winemaker verantwoordelijk werd voor alle wijnen uit het befaamde koel-klimaatgebied Marlborough. Die verantwoordelijkheid is gróót, want uit Marlborough (noordelijk op South Island) verwerkt Villa Maria druiven van ruim 2500 hectare. Veel van die grond behoord aan druiventelers waarmee het bedrijf al heel lang een hechte relatie heeft. Wellicht mede omdat Villa Maria ze een bonus betaalt voor kwaliteit.
Helen vertelde ook dat Villa Maria al sinds 1990 begonnen is met het propageren van duurzame ~ druiventeelt ‘waarbij véél techniek komt kijken’. Denk bijvoorbeeld aan bladgroeimanagement-op-maat, het gebruik van zeewierspray op de bladeren, en het managen van onkruid dat men bewust tussen de stokken laat groeien. Ongeveer 80 procent van de oogst bestaat uit sauvignon blanc waarvan Helen – die als hoogste vrouw eindigde tijdens haar universitaire wijnopleiding – voorbeeldige, verrukkelijke wijnen vervaardigt, loepzuivere bovendien.
Alle geproefde Sauvignon Blancs verdienden het predicaat uitstekend, maar toch heb ik een favoriet, mede met in gedachten oesters en sushi. Die favoriet is de Villa Maria Taylors Pass Vineyard 2018, een bijna tintelfrisse, mineralige wijn met fris citrusfruit en snufjes kruiden – en een aantrekkelijk alternatief voor een hoge Chablis. Terwijl hij minder prijzig is, namelijk €19,95 of daaromtrent (verkooppunten via www.lfe.nl.) Ongeveer vier euro minder kost de Villa Maria Organic Sauvignon Blanc 2018 die in zijn geur en vrij volle, stevige, sappige smaak aangename aspecten heeft van o.a. buxus en verse groene kruiden. Helen liet ook een fraaie Chardonnay proeven uit Marlborough proeven, de Villa Maria Taylors Pass Chardonnay 2017, een nog levendige, kostelijke wijn, vrij vlezig, sappig fruitig en met zowel een nootje als een vleugje hout, Richtprijs €21,95. Pinot Noir uit Marlborough verscheen eveneens. De Villa Maria Organic Pinot Noir 2018 kwam over als beschaafd en elegant, dankzij zacht kruidige houttonen en rijp zwart fruit. Flesprijs circa €17,50. Voller en guller, nog meer richting rode Bourgogne, smaakte de Villa Maria Reserve Pinot Noir 2017, een wijn die als kenmerken heeft milde roostertonen en vanille, aangevuld door rijpe zwarte vruchten, zoals van kersen. Reken op ongeveer €23,95. Alle notities samen deden me bijna uitroepen Viva Maria.

 

 ################################################################

Middagproeverij in avondkleding

De bel ging op een grijze zondagochtend in 1979, en op de stoep in Abcoude stonden twee Masters of Wine, David Peppercorn en diens vrouw Serena Sutcliffe. Ze hadden een vroege vlucht uit Londen genomen – en droegen avondkleding. Ook ik had me in een smoking gehesen. Want dat was de gewenste kledij voor de bijzondere Bordeaux-proeverij waarheen ik mijn Britse vrienden zou vervoeren. De proeverij zou plaats vinden bij Jan Dirk Taams, huisarts in Groot Ammers, en fervente verzamelaar van grote wijnen. Het thema: Bordeaux uit het eminente jaar 1961. Verkeer was er nauwelijks op de snelweg. Ik reed ook niet te hard, maar een passerende politieauto zette toch zijn zwaailicht aan en gebood te stoppen. De reden? Gezien onze avondkleding dachten de agenten dat we terug kwamen van een laat feestje en vast te veel hadden gedronken.

HET ARCHIEF SPREEKT

Eenmaal in huize Taams bleken ook andere persoonlijkheden uit wijnland de reis te hebben gemaakt, waaronder de Master of Wine Michael Broadbent, diverse château-eigenaren, zoals Jean-Eugène Borie van Ducru-Beaucaillou, en een contingent uit eigen land. Links vooraan op de foto (een beetje onscherp, het licht was zwak en ik wilde niet flitsen) zit de in alle opzichten grote Pieter Taselaar, toen nog in dienst bij Walraven & Sax, en voorbij madame Borie en Jan Dirk Taams zijn de restaurateurs Ton Fagel en Jaap Klosse vaag te herkennen.

Winnaar van de blinde proeverij – waarbij spuugbakjes ontbraken – werd de legendarische Château Palmer 1961 die van alle vier de aanwezige Masters of Wine de maximale 20 punten kreeg. Michael Broadbent had hem zelfs aangezien voor de hoger geklasseerde Château Lafite-Rothschild. Op een sterke tweede plaats met 19,5 punten volgde Château Ducru-Beaucaillou, wat zijn  maker deed glimmen van plezier. En ‘om te lijsten, zo mooi’, schreef ik over de amberkleurige, weelderige, geconcentreerde Château d’Yquem 1961 waarmee de lunch werd geopend, bij een pâté die Ton Fagel speciaal uit Brussel had gehaald.

Gezien de piëteit waarmee werd geproefd moest ik wel stilletjes aan Michaels woorden denken, uitgesproken tijdens een andere Bordeaux-proeverij in Nederland, voor jonge importeurs. ‘We mogen nooit vergeten dat zelfs de grootste, duurste Bordeaux wijn bestemd is om de mond te spoelen tussen twee happen eten door. It cleans the mouth like a Hoover.’

Zelfvertrouwen gaf de keuring eveneens. Alle aanwezig château-eigenaren gaven hun eigen wijn een hoge score, maar hadden hem niet herkend. Waarop ik dacht, als zij dat niet kunnen, hoef ik dat toch ook niet te doen?

 ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 

Heinrich Vollmer, wijnbouwer uit Ellerstadt in het Duitse wijnbouwgebied Pfalz, is een ervaren bergbeklimmer. Tijdens een beklimming in de Andes verongelukte hij echter bijna; twee Indio’s redden zijn leven. Als dank stichtte hij in 1987 een wijngaard binnen het Argentijnse gebied Valle de Uco. Op hellingen tot 1100 meter werden cabernet sauvignon, malbec en chardonnay geplant. Inmiddels bestrijkt de wijngaard 250 hectare en verschaft een hele dorpsgemeenschap werk. Bovendien kregen zo’n 190 kinderen een schooltje. En Heinrich, die noemt zichzelf daar Enrique. Aldus de toelichting van verzamelaar Bert Wentzel, jokebertwentzel@gmail.com, die dit label selecteerde uit zijn grote collectie.

 ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 .

.

.

.

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website en dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.