~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

 NAARDEN-VESTING
IS NIET TE VERSMADEN

Ooit gold Naarden, toen nog zonder de toevoeging Vesting, als de belangrijkste stad van Het Gooi. Vandaar dat het plaatsje een imposante kerk heeft die terecht Grote Kerk wordt genoemd. Deze laatgotische basiliek kreeg zijn huidige vorm in 1518, en heeft een middenschip met een prachtige zolderschildering van Bijbelse voorstellingen (die al geruime tijd een complete restauratie ondergaan). Men spreekt wel over ‘de Sixtijnse kapel van het Gooi’. Niet ver van de kerk – sowieso zijn de afstanden in het compacte, door wallen omgeven plaatsje zeer bewandelbaar –  zou De Gele Loods een perfect startpunt voor een stadsbezoek kunnen zijn. Want daarin is de VVV gevestigd, waar niet  alleen een acht minuten durende film over de lokale historie kan worden bekeken, maar ook een handige plattegrond kan worden opgehaald. Bovendien kun je ernaast, op Ruijsdaelplein, meestal makkelijk parkeren. Een andere, ruimere parkeerplaats, de Nieuwe Molen, ligt meteen rechts na de noordelijke stadsentree, op een bastion (volg de P borden).

Komend vanuit De Gele Loods zie je meteen links de zogeheten Utrechtse Stadspoort die anno 1877 verrees in middeleeuwse stijl. Als er je onderdoor loopt, zijn even verderop enkele van Naardens markante, Italiaans gestijlde stadswallen te zien. Via datzelfde pad raasde ook ‘De Gooise Moordenaar’ het stadje binnen, een treintje dat zijn bijnaam kreeg vanwege de vele ongelukken die het veroorzaakte. Terug in Naarden Vesting zal het opvallen dat de meeste straten lang en recht zijn, net als in bijvoorbeeld Elburg. Naarden Vesting is namelijk een ontworpen stad – die een veel ouder Naarden verving. Dit was vissersdorp aan de Zuiderzee dat in 1350 door Hoekse Brederodes volledig werd verwoest, waarna graaf Willem V van Holland besloot om het op een veiliger locatie geheel te herbouwen, twee kilometer landinwaarts, in versterkte vorm en op een strategische locatie. Het nieuwe Naarden werd een soort buffer op de route naar Amsterdam.
Vrijwel recht tegenover de Utrechtse Poort loopt, richting Grote Kerk, de Marktstraat waar van alles te zien is. Zoals op nummer 22, schuin tegenover de kerk, het historische stadhuis met zijn mooie klassieke gevel in Hollandse renaissancestijl. Het rond 1600 gebouwde pand fungeert tegenwoordig alleen nog als museum (met een stadsmaquette) en als trouwlocatie (in de historische Schepenenkamer). In de dependance ernaast, ook een hoekpand, is tegenwoordig Vesting Hotel Naarden gevestigd dat een druk bezocht (lunch)restaurant heeft. Rechtsaf bij stadhuis loop je de Raadhuisstraat in, met vlakbij aan de rechterzijde het Stads Kantoor, een modern vormgegeven complex dat ooit behoorde bij het gemeentehuis, maar tegenwoordig uit woningen bestaat. Het loont de moeite om er even binnen te lopen, want in de hal is het genieten van een enorme wandschildering die de geschiedenis van Naarden Vesting in beeld brengt. Het kunstwerk werd gecreëerd door Eppo Doeve, en hing ooit in een fabriek. Verderop in de Raadhuisstraat zijn langs de gevel van het Stads Kantoor fraaie terra cotta hoofden te zien. Sowieso loont het de moeite om gevels en muren te bekijken. Dit alleen al vanwege de zestien muurgedichten die, met Leiden als groot voorbeeld, tegen gepleisterde muren werden geschilderd. Pleisterwerk raakte overigens gedurende de 19e eeuw in de mode, en werd aangebracht over de veel oudere muren van baksteen. In diezelfde 19e eeuw bloeide Naarden als nooit tevoren, dit mede dankzij zowel het produceren en verkopen van laken (hoogwaardige wolsoort) als de aanwezige militairen, terwijl ook de stadswallen en bastions werden gemoderniseerd, wat in de tweede helft van die eeuw gebeurde. Naarden raakte toen overvol, wat ook tot problemen leidde, o.m. doordat er geen goede riolering was. Om de overbevolking op te lossen vond later, anno 1917, in Naarden ook voor het eerst sociale woningbouw plaats.

Maar goed, we lopen door, onderwijl genietend van fraaie oude gevels en gevelstenen. De Raadhuisstraat maakt een bocht naar de Jan Maassenstraat die uitkomt op de Kloosterstaat. Waar, even rechts, vaak toeristen uit Tsjechië te vinden zijn. Daar staan namelijk het museum en mausoleum van Jan Amos Comenius, met in een stil hofje erachter ook diens buste. Deze filosoof, theoloog, onderzoeker en onderricht gevende wetenschapper wordt wel ‘de Erasmus van Tsjechië’ genoemd. Op hoge leeftijd kwam Comenius (ofwel Komenského) naar Amsterdam, vooral vanwege het vrij leefklimaat en de gevorderde boekdrukkunst, waar hij ook overleed, in 1670. Gedurende zijn leven heeft hij Naarden nooit bezocht, maar hij werd er wel begraven, in de kapel van een voormalig klooster. Een meer dan levensgroot standbeeld van Comenius staat opzij van de grote Kerk. Het dateert uit 1957 en werd geschonken door de Tsjechische regering.

Je zou nu terug kunnen lopen naar de Marktstraat, zeg maar richting grote Kerk, en dan rechtsaf gaan, naar Het Arsenaal. Dat te bereiken is via een boogbrug over smalle, langwerpige haven. Het Arsenaal, waar vroeger munitie en wapens werden opgeslagen, had tot in 1950 een militaire functie, raakte daarna in verval, mede vanwege een brand – maar werd drie decennia nadien prachtig gerestaureerd door meubelontwerper Jan des Bouvrie de er ook zijn eigen studio bouwde. Behalve allerlei kantoren vind je er enkele restaurants; in een daarvan heeft de grote chef Paul Fagel zo’n twee decennia gekookt. In het beboste terrein opzij van het complex wordt door Naardenaars, het stadje telt nog geen 1500 inwoners, graag en vaak gewandeld.

Volg nu in zuidwestelijk richting de haven, waarlangs aan de overzijde turfpakhuizen hebben gestaan, en dan de Westwalstraat. Soms kun je omhoog lopen, de wallen op en de daarin gebouwde pijlpuntachtige bastions bekijken. Zo’n verdedigingswerk is ook te bezoeken, want even verderop rechts is het Nederlands Vestingmuseum gevestigd. Tegenover de ingang daarvan loopt de Turfpoortstraat. In het tweede blok daarvan staat een blijvende herinnering aan het rampjaar 1572. Naarden werd toen ingenomen door een groot Spaans leger (het was de Tachtigjarige Oorlog), waarna de bezetters de bewoners verzochten om naar het toenmalige stadhuis te komen ‘om vredesvoorwaarden te vernemen’ – maar daar werden ze, op een enkeling na, allemaal vermoord. Waarna de stad deels werd verwoest. Drie gevelstenen herinneren nog aan die moordpartij. Tegenwoordig heeft Het Spaanse Huis, dat ook als o.m. waaggebouw heeft gediend, een zeer vredige functie, want hierin is het Weegschalenmuseum gevestigd dat ook een grote verzameling van bijzonder gewichten bezit. Je bent nu niet ver van startpunt De Gele Loods: loop tot de Marktstraat, langs een kleine, sobere kerk, en dan rechtsaf. Maar de verleiding is wellicht groot om toch nog even een paar andere sfeerrijke, bijkans verscholen straten te bewandelen, zoals de stille Bussumerstraat met zijn lage, soms begroeide witte muren. Want ook buiten zijn bekendere attracties is Naarden Vesting is het aanzien zeer waard.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

SCHILDERIJ VAN DE MAAND


KLEIN KLEURRIJK KRUISPUNT
IN DE NAARDERENG

Niet ver van Naarden-Vesting ligt de zogeheten Naardereng, een bijna 70 hectare bestrijkend natuurgebied dat begrensd wordt door Huizen, Naarden en het Gooimeer. Een familie- en fotowandeling daar heeft drie geschilderde impressies opgeleverd. De hier afgebeelde derde heb ik gemaakt met zowel acrylverf als pastelkrijt, en toont een kruispunt van zandweggetjes, met daaromheen struiken en bomen in warme herfsttinten. Vlak achter het kruisinkje ligt het hoogste punt van de Naardereng. Voor meer details zie Nederlandschappen op www.vinpressionist.com

 



*** 

BEPROEFD & GEPROEFD
recepten uit Julie’s kookdagboeken

Al meer dan 50 jaar houdt mijn vrouw Julie kookdagboeken bij waarin ze recepten noteert van gerechten die thuis tot tevredenheid werden bereid, ook voor etentjes met familie en vrienden. De laatste jaren waren die etentjes geen diners meer, maar brunches en vooral ‘borrel-dinertjes’ met salades, soepen en zoet. Dit soort maaltijden (zie de foto rechts) geven de kok/gastvrouw veel minder stress, en zijn ook plezierig voor de gasten. ‘Die zelf kiezen wat en hoeveel ze willen eten, terwijl ze meer gelegenheid hebben om met andere gasten te praten, om naar te zwijgen over hoe fijn jonge kinderen dit vinden. Voorts hoeven borden, glazen en bestek niet steeds gewisseld te worden, en hoef je de tafel maar één keer te dekken, rond een mooi centerpiece.’ Hier is een van Julie’s beproefde en geproefde recepten.

Courgette burgers met gerookte zalm
1 courgette, van 250 g, geraspt * 2 bosuitjes, klein gesneden * 2 el fijn gesneden dille * 1 ei, opgeklopt * 60 g bloem * zout en peper na smaak * paneermeel * 2 el zonnebloem olie * 100 gr gerookte zalm. Voor de saus: 4 el volle yoghurt * 1 1/2 el ketchup * 1/2 tl gembersiroop * 1/2 tot 1 tl suiker * 1 el sojasaus

Druk het extra vocht uit de courgette (met schone handen) en meng dan de courgette samen in met de bosuitjes, de dille en het opgeklopte ei in een kom. Roer de bloem hierdoor en breng op smaak met zout en peper. Vorm van dit mengsel zes burgertjes en haal ze door wat paneermeel. Verwarm de olie in een koekenpan en bak de burgertjes in circa zes minuten gaar. Meng de sausingrediënten samen. Leg de burgertjes op de borden en garneer met de plakjes zalm. Lepel de saus hier overheen. Eventueel nog afmaken met een toefje dille.

 

 

WIJNK(L)IEKJES (4)

Bij toeval vond ik een archiefmap vol foto’s van vroeger. Het zijn herinneringen, visuele restjes eigenlijk, van wijngebeurtenissen die decennia geleden plaatsvonden.

~~~~~~

In 1983, tijdens de boekpresentatie van De goede wijnen van Rhône en het Franse Zuiden, kijk ik samen met Pieter Taselaar naar een van de wijnen die daarin werden beschreven, de witte Berticot Sauvignon uit Côtes de Duras. Pieter genoot, altijd met volle teugen, van zowel goede wijn als van het goede leven. Behalve aimabel en goedlachs was deze Bourgondiër ongelooflijk energiek en tegelijk uitermate deskundig, zowel wat betreft wijn als Armagnac, zijn favoriete digestief. We werden ook collega’s. Zo had hij een jaar eerder ook een wijnboek geschreven, Alle wijnen uit de Pomerol. Tijdens de lancering daarvan, ik meen op Château Neercanne, vroeg ik Pieter om zijn handtekening in het boek te zetten. Wat hij als volgt deed: hij legde zijn grote hand op een beginpagina, trok met een pen de contouren daarom heen, en schreef erin ‘Handtekening van Pieter’. Als auteur heeft hij ook Alle wijnen van de Saint-Emilion gepubliceerd en jarenlang een vrolijke wijnpagina gevuld in het door mij geredigeerde tijdschrift Cocktail. De rubriek heette ‘Met de neus in het glas’.

Ik ontmoette Pieter Taselaar als vertegenwoordiger van Verbunt, maar later zou hij samen met Jan Janssen een eigen bedrijf beginnen, Heeren van Heusden. Dat de agent werd van het Bourgognehuis Louis Latour. Het was eens in januari dat leden van de Alliance Gastronomique en sommeliers een bezoek brachten aan dit bijkans legendarische bedrijf. De lunch vond toen plaats in Chagny, bij sterrenzaak Lameloise, waar de foie gras gezelschap kreeg van een glas Corton-Charlemagne, een onvergetelijke combinatie. Ook tijdens andere reizen heb ik met Pieter allerlei smakelijke avonturen beleefd, zoals naar de eveneens zeer van het leven én Champagne genietende restauteur Paul Kerkhof in Ieper. Pieter was ook een hele goede proever, maar vermoedelijk kwam de term ‘uitspugen’ niet of nauwelijks in zijn vocabulaire voor.

Wat blind proeven betreft daagde Pieter me een keer uit, in Zaltbommel waar hij en zijn lieve vrouw Mieke toen woonden. Julie en ik waren daar uitgenodigd voor een etentje thuis. Na mosselen vooraf gingen we aan het vlees en de kaas. Waarbij Pieter passende wijnen schonk. Kon ik raden welke? Zowaar, dat lukte, met eerst een Morgon van Louis Latour en daarna Château Ducru-Beaucaillou, mij welbekend. Omdat Julie ineens misselijk werd vanwege een verkeerde mossel bleven we onverwacht slapen. Maar goed ook, want uitgerekend die nacht vond een grote, landelijke alcoholcontrole plaats. Later verhuisden Pieter en Mieke naar Maastricht, waar ze een woning vonden in de… Emilionlaan.

Pieter Taselaar was eveneens een warm mens. Op mijn netvlies staat nog steeds het beeld van deze in alle opzichten grote man, met op zijn schouders ons zoontje Patrick, die zo beter kon kijken naar een soort ridderfestijn bij Tilburg.

 

***

 ***

LANGER LEVEN DANKZIJ WINTERWIJNEN

Waarom leven er veel honderdjarigen in bergdorpen op Sardinië? Waarom telt het departement Gers dubbel zoveel mensen van negentig of ouder dan het Franse gemiddelde? Volgens professor Roger Corder heeft dit te maken met de wijnen die men daar drinkt. ‘Een mens is zo oud als zijn bloedvaten’, stelt de Britse wetenschapper – en bepaalde typen wijn houden de vaten beter in conditie dan andere. Rode wijnen met name. Want, zoals Corder schrijft in The Wine Diet, vooral die bevatten heilzame stoffen.

Diverse drankonderzoeken hebben aangetoond dat niet bier, noch whisky, pure alcohol, water of witte wijn beschermen tegen atherosclerose (vet opbouw in de bloedvaten en verharding van de slagader), maar alleen rode wijn. Dit dankzij elementen die daarin royaal aanwezig kunnen zijn, waaronder polyfenolen. Binnen deze groep, zo ontdekte de in Londen werkzame deskundige, zijn het vooral de procyanidins die, als effectieve antioxidanten, vet creërende stoffen ontwapenen en de binnenwand van bloedvaten beschermen. Een glas rode wijn geeft gemiddeld 35 à 45 milligram procyanidins, wat neerkomt op een kwart tot een derde van de dagelijks gewenste hoeveelheid. Andere, eveneens rijke bronnen voor deze stoffen zijn appel, granaatappel, veenbessen, walnoten, kaneel en bittere chocolade met minstens 70 procent cacao.

Bevatten alle rode wijnen evenveel procyanidins? Dat niet. De wereld vraagt tegenwoordig vooral om soepele, fruitige wijnen die snel kunnen worden gedronken, en daarom weinig tannine bevatten – terwijl procyanidins juist tannineachtig zijn. Ze belanden namelijk vooral via de druivenpitten in de wijn. Druivenrassen met relatief veel pitten geven dus de gezondste wijnen. Bovendien helpt een relatief dikke schil, omdat ook daarin polyfenolen volop present plegen te zijn. Rond Sardijnse bergdorpen vond Roger Corder diverse van dit soort druifvariëteiten, allemaal regionale, die dan ook wijnen geven met hoge concentraties aan procyanidins. Een van die wijnen heet Kent’annos, wat staat voor ‘Honderd Jaar’.

In Gers worden veel rode wijnen gedronken van de tannat, een druif die, zoals zijn naam al aangeeft, van nature veel tannine bevat – en daarmee een grote verschaffer is van procyanidins. In zijn laboratorium heeft de professor van alle mogelijke soorten rode wijn hun gehalte aan procyanidins gemeten, en vervolgens aan elk type één tot vijf hartjes toegekend. De enige Franse wijn die consequent de hoogste score haalde, was Madiran, een van voornamelijk tannat vervaardigde wijn uit Gers en twee aangrenzende departementen. Vijf hartjes werden tevens toegekend aan rode Saint-Mont, gemaakt in dezelfde regio en wettelijk zelfs meer tannat bevattend. Behalve mogelijk levensverlengend zijn beide winterse wijnsoorten uitstekende begeleiders van wild, stoofschotels en oude, harde kazen. Wie regelmatig Madiran of Saint-Mont drinkt, kan volgens Roger Corder met recht roepen ‘Gezondheid!’.

***


***


Voor 1971 bestonden  in Duitsland zo’n 30.000 namen van wijngaarden, een aantal dat daarna via een nieuwe wijnwet werd teruggebracht naar 2600. Een zeer bijzondere naam was destijds die van Hurenpfad, een wijngaard in het dorp Winkel, binnen de Rheingau. De naam had niets van doen met lustige dames, maar was een verbastering van het Latijnse woord Huram dat nobel of edel betekent. Aldus de toelichting van de grote etiketten verzamelaar Bert Wentzel (jokebertwentzel@gmail.com) die dit label selecteerde uit zijn unieke collectie.

 

 

 

 

 

 

 

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.