***


HOOG TIJD voor HOORN

De mooiste entree van, en tegelijk kijk op Hoorn, de officieuze hoofdstad van West-Friesland, is over het water, via een van de havens. Vanaf een zeilschip, sloep, motorjacht of rondvaartboot heb je een prachtige uitzicht op het oudste deel van dit historische havenstadje. Voor wie varen niet is weggelegd, en dus met de auto komt, doet er goed aan om de parkeerroute richting station te volgen, naar bijvoorbeeld het parkeerterrein Vale Hen. Waar je een hele dag kunt staan voor minder dan Amsterdam rekent voor een enkel uur. Het binnenrijden van Hoorn, langs industrie- en woonwijken doet overigens beseffen dat het flinke stad is, met meer dan 75.000 inwoners. Eenmaal geparkeerd loop je in westelijke richting meteen het oude centrum in, en kom je op de beboomde Breed, een inderdaad vrij brede straat met oude panden en diverse leuke winkels (rechts).
Dat het stadshart rijk is aan historische bouwwerken, ruim 350 maar liefst, is te danken aan de grote welvaart die Hoorn eeuwen geleden heeft gekend, vooral dankzij handel, scheepsbouw  en visserij, waaronder walvisvaart. Hoorn verwierf al stadsrechten in 1357, en kreeg bijna zeventig jaar later stadswallen. De belangrijkste bloeitijd was in de 17e eeuw, toen de stad veel schepen leverde aan de republiek, terwijl zowel de Vereenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) als de West-Indische Compagnie en de Noordse Compagnie er zetels hadden. Veel van Hoorns rijke geschiedenis komt tot leven in het centraal gelegen Westfries Museum. Dit  ondergaat momenteel een grote verbouwing en is tot in 2027 gesloten, maar heeft wel een dependance (zie aan het eind van deze reportage).
 Goed, terug naar de Breed. Even verderop kruist deze met rechts de Grote Noord, een ook weer brede straat die autovrij is en vol staat met alle mogelijke winkels (foto links). Bij Bakkerij Bart (op de kruising) kun je even ontspannen met bijvoorbeeld koffie, thee en huisgemaakt gebak. Zou je even linksaf lopen, langs de Kleine Noord, dan zie je behalve sjieke herenmode zaken en de koffiebar Fika waar  keramiek workshops worden gegeven, ook het oudste gebouw van Hoorn, de Noorderkerk. De bouw van deze grote hallenkerk (rechts) begon in 1414, en zou ruim een eeuw duren. Ook langs de Grote Noord staat een kerk, de zogeheten Koepelkerk  (officieel Kerk van de HH. Cyriacus en Franciscus) uit 1882. Er is veel te zien in deze kruisbasiliek, waaronder prachtige glas-in-lood vensters (links), een imposant orgel en uiteraard een fraaie koepel met afbeeldingen van de sterrenhemel en planeten. Hoe het zit met openingstijden op weekdagen is helaas onduidelijk. Op een donderdagmiddag konden wij alleen door raampjes van gesloten deuren het interieur bekijken. De Grote Noord komt uit op het Roode Steen, een sfeervol, gezellig, terrassenrijk plein waar Hoorn (komt van ‘Horne’ ofwel hoek) wellicht ontstaan is, als kleine nederzetting van Deense en Noord-Duitse kooplieden. Later vond er ook een kaasmarkt plaats. Pontificaal prijkend op het plein is de anno 1587 in Hoorn geboren Jan Pieterszoon Coen, de koopman en keiharde kolonist die de grote baas werd van de V.O.C. en de stichter was van de handelspost Batavia, het latere Jakarta. Enkele van Hoorns mooiste gevels sieren het Roode Steen, zoals de barokke voorzijde van het eerder genoemde Westfries Museum, waarop zowel de wapens van West-Friese steden prijken als die van Oranje Nassau. Ook de indrukwekkende smeedijzeren, deels gouden toegangspoort springt in het oog.  Op de hoek aan gene zijde van het plein staat De Waag waar vanaf de tweede helft van de 17e eeuw de ter plekke volop verhandelde kaas werd gewogen, soms wel drie miljoen kilo per jaar. Tegenwoordig is op de benedenverdieping een grand café gevestigd (foto rechts). Hoeveel bezoekers overigens zouden weten dat het Roode Steen zijn naam ontleent aan de rode stenen die aangeven waar vroeger terechtstellingen plaatsvonden?
Langs De Waag loopt in oostelijke richting de vrij smalle Grote Oost waarlangs allerlei oude panden staan, kleine en grote, soms met een trapgevel. Aan de linkerzijde bijvoorbeeld troont het imposante Foreesthuis (foto links) met zijn brede, 18e-eeuwse gevel in Louis XIV stijl. En op nummer 49 is een leuke wijnzaak gevestigd, Midi Wines. Aan de rechterzijde vind je de in anno 1615 herbouwde Oosterkerk die vanwege de nabije havens op zijn torenspits geen haan heeft, maar een windvaan in de vorm van een zeilschip. Al heel lang doet dit gebouw dienst als cultureel centrum. Genietend van gevels en gevelstenen lopen we door tot aan een brug die verbindt met de Kleine Oost. Vlak voor deze brug, rechts vanaf de straathoek op de Slapershaven, prijken de drie Bussohuizen. Op de gevels daarvan werden begin 17e eeuw  grote, langwerpige reliëfs aangebracht die, eigenlijk als een soort stripverhaal, beelden tonen van de zeeslag waarmee geuzen admiraal Bossu een Spaanse vloot versloeg in 1573, bij de Hoornse Hop. De weg vervolgend, over de brug – met rechts uitzicht over een van de havens, de Karperskuyl, de kleinste ter plekke –  en door de Kleine Oost, kom je vanzelf bij de laatste nog overgebleven stadspoort, de uit 1578 daterende Oosterpoort. Waar vroeger tol werd geheven, terwijl het stoere gebouw ook dienst gedaan als gevangenis. Je zou nu of een rondje langs de appartementen rond de Karperskuyl kunnen lopen, of even terug wandelen over de Kleine Oogst dan linksaf gaan langs de Bussohuizen en over de stille Slapershaven, en dan de Oude Doelenkade volgen.Waar het uitzicht over afgemeerde en soms ook varende schepen bijkans panoramisch is, tegen een decor in de verte van alweer mooie historische gebouwen. Op een hoek vlak voor de ophaalbrug, aan het eind van de kade, is het prettig lunchen bij De Kade. De focaccia ham/kaas tosti smaakt prima, en er staan twee alcoholvrije wijnen van Torres op de kaart, de witte en rode Natureo.
Eenmaal de ophaalbrug over komen we op het Hoofd, een kade die links vooruit links vooruit gedomineerd wordt door de Hoofdtoren. Men bouwde dit verdedigingswerk in 1532. Aan de zeezijde heeft het een halfronde, anderhalve meter dikke muur, en aan de stadszijde een vlakke muur. Haaks op de Hoofdtoren ligt een aantal oude zeilschepen, en naast de toren op een kaderand vind je een beeldengroep met de drie ‘Scheepsjongens van Bontekoe’.  Ook nabije, fraai gerestaureerde kadepanden zijn een lust voor het oog. In de toren zelf is al sinds 1968 een café-restaurant gevestigd. Je zou nu kunnen doorlopen naar het Oostereiland, voor bezoekje aan het kindervriendelijke Museum van de 20e eeuw waarin o.a. Hoorns recente historie wordt gepresenteerd.
De terugweg zou kunnen beginnen door vanaf het Hoofd linksaf de Italiaansedijk te volgen, een stil, sfeervol straatje waar de bewoners soms bloemen en planten voor hun meestal kleine woningen hebben geplaatst. Aan het eind rechts, en je komt weer op het Roode Steen. Dit maal om min of meer rechtdoor te lopen, de Kerkstraat in. Die zo heet omdat ook hierlangs een kerk staat, de Grote Kerk  – die werd omgetoverd tot een uniek hotel met restaurant, het Heavens Hotel. De Kerkstraat komt uit in de Nieuwstraat waar, op nummer 23, een tijdelijke dependance van het Westfries Museum werd ondergebracht. Je kunt er een multimediale presentatie bekijken getiteld ‘Ontdek het verhaal van Hoorn’. Links van de Kerkstraat, richting Grote Noord, ligt een knus wijkje van acht stegen en straatjes, getiteld De Hoornse straatjes. Je vindt er allerlei kleine, meestal ambachtelijke en vaak ook modieuze zaakjes, inclusief de Galerie Olly (Nieuwsteeg 29). Een van de winkels is ‘historisch’ ondergebracht in een voormalig filiaal van P. de Gruyter & Zn, en ook elders in het wijkje geven de gevels veel genoegen. Eenmaal terug in de Grote Noord is het slechts een minuut of tien lopen naar parkeerplein de Vale Hen. De tijd in Hoorn is gevlógen.

Meer informatie en inspiratie voor een dagje Hoorn is o.m. te vinden op https://komnaarhoorn.nl/

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

SCHILDERIJ VAN DE MAAND

 ROEIBOOT IN RUSTE

Inspiratie voor mijn geschilderde impressies krijg ik in de eerste plaats van eigen foto’s. Maar het komt ook voor dat ik fraaie foto’s zie die anderen ergens hebben geplaatst, of mij toesturen. Zo ontving ik eerder dit jaar uit Luxemburg, jazeker, foto’s van enkele schilderijen die Jan Visser jr. (1856-1938) heeft gemaakt, in en rond zijn toenmalige woondorp Abcoude. Ik kreeg de foto’s van zijn achterkleindochter Natacha die een verzameling werken van haar verre voorvader heeft opgebouwd.  Welnu, een van de foto’s sprak me zo aan dat ik er een eigen impressie van heb geschilderd, een heel vredige, heel stille, met veel groen en weerspiegelend water, mijn zoveelste met een roeiboot. Voor meer details zie o.m. Nederlandschappen of Meren & Rivieren op www.vinpressionist.com.

 

***

 WIJNK(L)IEKJES – 8
Bij toeval vond ik een archiefmap vol foto’s van vroeger. Het zijn herinneringen, visuele restjes eigenlijk, van wijngebeurtenissen die decennia geleden plaatsvonden.

***

Net als koken laat ik tuinieren graag aan mijn lieve vrouw over, want beide doet ze heel graag en heel goed. Het is dus bij hoge uitzondering dat ik zelf iets heb geplant. Voor het eerst gebeurde dat 28 jaar geleden in de Elzas. Op uitnodiging van het eminente, in Riquewihr gevestigde wijnhuis Hugel & Fils plantte ik daar – samen met o.m. Wina Born en in bijzijn van een delegatie van importeur Jacobus Boelen – een jong druivenstokje, hoog boven het historische stadje. De aanleiding was Hugels 350-jarige bestaan.

Als grote gastheer fungeerde Jean Hugel, die vanwege zijn vele Engelse optredens meestal ‘Johnny’ werd genoemd. Ik had hem voor het eerst ontmoet in 1974, tijdens mijn eerste jaar als fulltime wijnschrijver. De altijd breed lachende wijnpersoonlijkheid ontving me toen in zijn kantoor en deed allerlei markante uitspraken die ik terstond noteerde in een ringbandboekje. Waaronder:
‘Wij zijn zevenhonderd jaar Duits geweest. Mijn vader heeft vijf keer van nationaliteit gewisseld, ikzelf vier maal.’
‘Alsace is gespecialiseerd in oorlogen en witte wijn.’
‘Grote Riesling is mijn persoonlijk favoriet, met name uit jaren als 1961, 1966 en hopelijk ook 1973, het eerste oogstjaar waarover ik de druiventelers niet heb horen klagen. Zo’n wijn combineert elegantie met een fijn bouquet en een gedistingeerde smaak. De perfectste combinatie is die met forel au bleu.’
Met als leukste en treffendste:
‘Als de mensen een hele avond rode wijn hebben gedronken, worden ze slaperig en raken gedeprimeerd; het gesprek komt vaak op politiek, milieuvervuiling en andere sombere zaken. Met witte wijn is dat heel anders, iedereen wordt blij en voelt zich een béétje intelligent.’


***

 BEPROEFD & GEPROEFD
recepten uit Julie’s kookdagboeken

Al meer dan 50 jaar houdt mijn vrouw Julie kookdagboeken bij waarin ze recepten noteert van gerechten die thuis tot tevredenheid werden bereid, ook voor etentjes met familie en vrienden. De laatste jaren waren dat geen diners meer, maar brunches en vooral ‘borrel-dinertjes’ met salades, soepen en zoet. Dit soort maaltijden geven de kok/gastvrouw veel minder stress, en zijn ook plezierig voor de gasten. “Die zelf kiezen wat en hoeveel ze willen eten, terwijl ze meer gelegenheid hebben om met andere gasten te praten, om naar te zwijgen over hoe fijn jonge kinderen dit vinden. Voorts hoeven borden, glazen en bestek niet steeds gewisseld te worden, en hoef je de tafel maar één keer te dekken, rond een mooi centerpiece.” Hier is een van Julie’s recepten, vorige maand beproefd en geproefd.

Voorjaarssalade met aardbeien
(voor vier personen)
60 g gemengde sla met rucola * 200 g komkommer, geschild en kleine stukjes gesneden * 100 g aardbeien, in kleine stukjes gesneden *1 el gesnipperde rode ui, snel gaar gebakken in een lepeltje maïsoliedressing * 4 el olijfolie * 1 el witte wijnazijn,  * zout en peper naar smaak (of een kant een klare dressing)

Leg een bedje sla op een plat bord. Verdeel de komkommer stukjes hierover en vervolgens die van aardbeien en de gesnipperde ui. Bedruppel alles met de dressing. Je kunt het recept desgewenst verrijken met wat stukjes blauwe kaas, of serveren met kaasstengels. En, zo ontdekten we thuis. het is ook lekker met beenham of gerookte zalm.

 ***

***

…Ad Claesen, Leo van Eeghem, W.A. Kluvers,
René Sprenkelink, H. van Tuyl, Cees Vos …

 TERUG IN DE TIJD MET
FAVORIETE WIJNKAART WIJNEN
VAN LEGENDARISCHE RESTAURATEURS
(2)

Hoezeer de wijnwereld veranderd is, blijkt o.m. uit mijn Wijngids Nederland die in september 1982 verscheen. Want van de ruim 150 wijnleveranciers die daarin werden geprofileerd bestaat de overgrote meerderheid niet meer, zo’n 130(!) bedrijven in totaal.

Ook onthullend is het hoofdstuk waarin restaurateurs van toen hun favoriete wijnen noemen, op mijn verzoek drie witte en drie rode. Rosé was toen nog geheel buiten beeld, net als andere mousserende wijnen dan Champagne. Overigens bestaan ook heel wat van die restaurants niet meer. Wat meteen opvalt is hoe klein de wijnwereld destijds was, want op een handvol na zijn alle favoriete restaurateur wijnen Frans. Bovendien lagen de prijzen veel lager dan nu, gezien het alleen al het aantal grote, tegenwoordig torenhoog geprijsde wijnen uit Bordeaux en Bourgogne.  

Nieuwsgierig? Hier is een derde greep, per plaats op alfabet. De wijnnamen staan vermeld zoals ik ze destijds ontving van de genoemde restaurateurs.

CAPELLE AAN DEN IJSSEL

De Dorsvlegel (Cees Vos)
wit
Gewurztraminer Cuvée des Seigneurs de Ribeauvillé, Trimbach
Muscadet Coupe Louis Métaireau
Meursault, Louis Latour
rood
Château Lynch-Moussas, Pauillac
Côte Rôtie, Guigal
Rioja Faustino Primero

CULEMBORG

Binnen den Poort (Ad Claesen)
wit
Gewurztraminer, Zind-Humbrecht
Tokay d’Alsace, Lucien Albrecht
Pouilly-Fumé, Renée Michot
rood
Château Capet, Saint-Emilion
Bandol Cuvée de la Gravière, Domaine du Val d’Arenc
Fleurie, Château des Labourons

DELDEN

Carelshaven (W.A. Kluvers)
wit
Château Reynon, Bordeaux
Pinot Blanc Les Lutins, Jos Meyer
Saint-Véran, Georges Duboeuf
rood
Port-Aubin, Haut-Médoc, Mähler-Besse
Corbières, Props. Réunis, Corbières-Maritimes
Mâcon-Clessé, Jean Thévenet

DRIEBERGEN

La Bonne Auberge (René Sprenkelink)
wit
Rully Les Margotey, René Brelière
Chablis Côté de Léchet
Beaujolais Blanc, Mathelin
rood
Château Beauséjour Bécot, Saint-Emilion
Gigondas Romane Machotte, Amadieu
Pommard Les Jarrolières, Henri Boillot

EERSEL

De Acht Zaligheden (H. van Tuyl)
wit
Tokay d’Alsace, Léon Beyer
Sancerre Clos de la Poussie, Cordier
Pouilly-Fumé, Château de Tracy
rood
Crozes-Hermitage Les Meysonières, Chapoutier
Château Monbousquet, Saint-Emilion
Château Cantenac-Brown, Margaux.

EINDHOVEN

De Karpendonkse Hoeve (Leo van Eeghem)
wit
Sancerre Clos du Chêne Marchand, Lucien Picard (Lucien Crochet)
Riesling Kaefferkopf, Kuehn
Saint-Véran Dessalle
rood
Saint-Léon, Premières Côtes de Bordeaux, Mähler-Besse
Château Léoville-las-Cases, Saint-Emilion
Château Branaire-Ducru, Saint-Julien

…wordt vervolgd…

***

 ***

Het in Noord00st-Italië gevestigde wijnbedrijf Vinos Fantinel heeft rond 1998 geprobeerd om wijnen te produceren op Cuba, in San Christóbal. Echter, de aanleg van een wijngaard wilde niet lukken vanwege de te hoge temperaturen en luchtvochtigheid. Met most van cabernet sauvignon uit Italië werd alsnog een wijnbedrijf gestart, maar de afzet was minimaal, en na vijf jaar hield men er mee op. Aldus de toelichting van de etikettenverzamelaar Bert Wentzel (jokebertwentzel@gmail.com) die dit zeldzame label selecteerde uit zijn wereldwijde collectie.

 

 

 

 

 

 

 

Disclaimer. Alle afgebeelde foto’s op deze website in dit maandmagazine zijn afkomstig van de auteur zelf of werden rechtenvrij c.q. met toestemming verkregen van wijnproducenten, wijnorganisaties, wijnhandelaren, promotiebureaus, streek- en landenorganisaties, toeristenbureaus en andere betrokkenen.